Avonturen in monoprinten (10-01-2019)

Hoe het kan weet ik niet zo goed, maar het lijkt steeds meer of ik niet langer kan vinden wat ik zoek in mijn tekenwerk. Misschien heb ik het te veel gedaan en heb ik alles al getekend wat ik wilde tekenen, of misschien komt het nog terug, dat kan ook, maar voor nu doe ik het nog zelden. 
In de zomer pakte ik een oude liefde op, linosnede's maken, terug naar de basis, de klare lijn, in één heldere lijn zoveel mogelijk proberen duidelijk te maken. De lijn is een wonderlijk iets bij een linosnede, althans zoals ik ze maak, zo strak en eenvoudig mogelijk. De lijn móet goed zijn, je gutst met je mesje in het linoleum en als het fout gaat dan is alles voor niets geweest. Het is misschien wel daarom dat de lijn uiteindelijk zó sterk is dat hij alles moet zeggen, in één keer, heel anders dan bij een boek waar je duizenden zinnen kan gebruiken om te vertellen wat je boodschap is. Een lino is een boek in één zin.
Sinds de zomer zocht ik een beetje naar het vervolg op het maken van de linosnede's, het kwam niet echt, tot eerder deze week. Al een poosje stond er in de schuur een doosje met oud glas dat ik weg moest brengen, maar ik was er steeds te lui voor geweest. Het waren oude glasplaatjes uit fotolijsten die ik gesloopt had. Ik stond zo wat te hangen bij dat doosje en ineens bedacht ik dat ik ermee kon monoprinten. Het mooiste stukje uit het creatieve proces is dit gedeelte: de vonk voelen aangaan, nog niet weten wat je ermee gaat doen, maar zeker weten dat dit het is.
Ik waste de platen af, pakte mijn rollers en inkt en begon te smeren. Waar in een lino alles om de lijn draait, draait het bij mij, in de monoprint, voorlopig alleen nog maar om de kleursamenstellingen. En waar een lino een boek is in één zin, daar is de monoprint een boek zonder verhaal, maar met alleen sfeer.