Het depressie-parcours (21-04-2020)

Vorig jaar zomer, in het holst van mijn depressie, kreeg ik plotseling hoge koorts. Er waren geen symptomen van griep, geen verkoudheid, er was alleen de koorts. Na een ziekelijke kindertijd had ik in mijn volwassen leven zelden koorts gehad dus het verbaasde me, maar ik kon er weinig aan doen en ik kroop miserabel in mijn bed. De koorts hield vijf dagen aan, daarna was hij weg, maar opstaan kon ik niet. Bij elke keer dat ik probeerde overeind te komen begonnen mijn benen te trillen, er zat niets anders op dan te blijven liggen waar ik lag.
Ik heb in de mist van de depressie vaak gehoopt op helderheid, op een helikopterview die me inzichten zou geven en zou wijzen op waarom het zo slecht met me ging, wat de oorzaak was, die me een beeld zou geven van mezelf en vooral: die mijn situatie in een tijdslijn plaatste: hier ben je, je hebt al een groot deel van het depressie-parcours afgelegd, kijk, daarachter gloort er hoop, en vanaf die-en-die datum is alles over.
Daar moet ik nu vaak aan denken, deze pandemie roept dezelfde vragen op. Waar zitten we nu, hoe gaat het verder, wanneer is het einde en hoe ziet dat einde er dan uit?
Natuurlijk kwam er tijdens de depressie geen inzicht, het typerende van een depressie is, voor mij, juist het blinde tasten. De uitzichtloosheid, het lege zelf, het ontbreken van een verleden en een toekomst.
Het is april, acht maanden na de hoge koorts vorig jaar zomer. Op goede dagen kan ik boven mezelf uitstijgen en dan op de landkaart van mijn leven de weg zien die ik gelopen heb. Ik kan de punten aanwijzen waarop ik twee keer eerder in het ravijn viel en ik kan ook zien dat dat steeds hetzelfde ravijn was.
Of de depressie over is weet ik niet.
Ik heb lang gedacht dat ik het ravijn in de toekomst moest zien te vermijden. Maar het is een ravijn dat zich uitstrekt over de volle breedte van mijn leven, als ik het mijd zal ik tot mijn dood alleen maar deze kant van de kloof kennen.
Ik vraag me af of dat genoeg is. Misschien is alles pas echt over als ik een manier kan bedenken om aan de overkant te komen, zonder vallen.