Jaaroverzicht 2020 (27-12-2020)

Laten we eerlijk zijn, 2020 was over het algemeen nogal een prakjaar. Ik feliciteer iedereen bij dezen die het tot hier gered heeft zonder krankzinnig te worden, inclusief mijzelf. Ik zou nu kunnen zeggen dat zo'n jaar niet al te veel woorden verdient maar omdat de traditie dicteert dat ik hier een jaaroverzicht schrijf, ik hondstrouw ben en ik nu eenmaal graag de nuance zoek, schrijf ik hier mijn jaarlijkse stuk.

Het jaar begon voor mij met nog één voet stekend in het depressie-ravijn en als ik nu terugkijk had ik naar mijn idee zo rond maart, toen het coronafeest echt goed op gang kwam in Nederland, de keuze uit twee wegen: of ik stak ook mijn andere voet erbij in de diepte en zou weer wegzinken, of ik greep me vast aan de laatste strohalm en waagde de sprong. Het werd het tweede. De strohalm bleek juist datgene te zijn waar ik al twee jaar doodsbang voor was: schrijven. Op de eerste dag van de vergrendeling, 16 maart 2020 schreef ik mijn eerste dagboekstuk, heel langzaam kwamen de woorden terug die ik al zo lang kwijt was geweest. Tot en met mei schreef ik elke dag, documenterend, zoekend, geleidelijk voegde de depressie zich in mijn verhaal. Hoewel de publieksreacties vanaf het begin overweldigend waren dacht ik er niet bij na welk doel mijn schrijven zou moeten hebben, tot een bevriend auteur me erop wees dat er een boek in zat. Ik proefde het idee, er vormde zich een concept in mijn hoofd.

Het was juni, er lag een aarzelend manuscript, ik vormde de compositie, herschikte wat, en ineens wist ik het: dit was wat ik wilde maken, precies dit. Mijn uitgever had het inmiddels gelezen en geweigerd, hoewel dit me erg veel pijn deed gaf het me tegelijkertijd een gevoel van vrijheid om het nog meer om te buigen naar hoe ík het wilde. Ik besloot mijn beeldend werk toe te voegen en het zelf uit te geven als een gelimiteerde kunstuitgave. Daarna ging het razendsnel. Binnen anderhalve week verkocht ik drie oplages uit. Niet lang daarna belde een andere uitgever en werd Slot alsnog landelijk gepubliceerd, ik voelde me gedragen door collega-schrijvers die er lovende woorden over spraken, en volgden er nog eens twee drukken.

Achteraf is het moeilijk te zeggen hoe gebeurtenissen met elkaar samenhangen, óf ze wel samenhangen, maar Slot en de aandacht die het kreeg leken een katalysator voor wat er in die tijd op me af kwam. In september opende ik mijn eerste expositie, ik verkocht zoveel beeldend werk dat ik het handmatig niet meer bij kon benen met afdrukken. Eind september besloot ik om een drukpers aan te schaffen en tot op de dag van vandaag ben ik intens gelukkig met dit apparaat. Daarnaast kwam het schrijven weer steeds meer op gang en schreef ik een bijdrage voor een bundel onderwijsverhalen en de tekst voor het prentenboek waaraan ik ondertussen ook nog werkte, in opdracht van een mooie kinderboekenuitgever. Ik maakte een omslagillustratie voor een essaybundel van George Orwell. Eind december ontving ik een onderscheiding voor Slot en de bijdrage die ik daarmee geleverd heb voor de stad waarin ik woon in coronatijd.

Naast mijn werk, naast corona, naast de uitlopers van de depressie, gebeurde er nog veel meer in 2020. Fijne dingen, Wiesje kwam, ons nieuwe hondje, er waren fijne zomerdagen waarop we in ons haventje scharrelden, zwommen in onze stille rivierbocht, er was het inzicht dat we het als gezin heel goed blijken te doen in crisistijd. W en ik samen aan het roer, met onze dochters die zich soms aanvaardend, soms opstandig, maar altijd wijs en met oog voor de medemens, schikten in de nieuwe wereld.

Maar er waren ook nare gebeurtenissen. Halverwege het jaar kregen we een bericht waardoor we wekenlang amper konden slikken, zo groot was het verdriet dat zich samenbalde in onze kelen, een dierbaar familielid bleek ernstig ziek. In zijn stroom nam het zorgen mee en verdriet, het knakte ons en haar toekomstbeeld om als luciferhoutjes en zorgde er mede door dat ik mijn nieuwe neefje, nu een half jaar oud, nog nooit heb gezien. Ik leerde dat werkelijk niks doet ertoe als de toekomst van iemand van wie je houdt tot stof geslagen is.

2020 liet me inzien wat mijn drijfveren zijn, dat ik iets wil en kan geven aan de wereld, dat ik in schoonheid en esthetiek de verbinding zoek met de medemens. In 2020 heb ik geleerd dat ik niemand nodig heb voor mijn creatieve proces, een besef dat ik hard en met bloedende knokkels heb moeten bevechten maar dat me nu een enorme speelruimte geeft. Ook liet het jaar me inzien dat niet alle mensen het goed met me voor hebben, dat narigheid niet per se een silver lining heeft en dat niets in dit leven maakbaar is. Dingen die ik vaag al wel wist maar waarvan de ware aard nu pas tot me doordringt.

Het schrijven is nog niet volledig terug. Het manuscript van mijn tweede roman geeft me nog steeds buikpijn. Er zal langzaam iets nieuws komen verwacht ik, een nieuwe vorm van fictie schrijven, ik wacht het geduldig af, het zal zich ontvouwen.

Voor 2021 staan er mooie dingen op de agenda, te beginnen met een prachtig project waaraan ik mocht meewerken en dat in januari onthuld zal worden, een mooie nieuwe expositie, het prentenboek en hopelijk -HOPELIJK- snel een vaccin.
Ik wens jullie een goede Rutsch, lieve mensen, en een heel mooi, bijzonder, inzichtrijk 2021.