1 (26-07-2020)

Er liepen drie jongetjes op de smalle landweg die langs het huis van mijn ouders loopt. Ze waren blond en hadden schelle stemmen, wat ze precies zeiden kon ik niet verstaan, de wind verwaaide hun woorden, maar het ging over het hondje dat ze met zich meetrokken. Hij zat aan een rood riempje waar de kleinste van het stel driftige rukjes aan gaf, ik kende de terriër wel, zijn vacht had dezelfde kleur als het haar van de jongens, maar mijn hoofd schakelde niet meteen waarvan ook alweer.
Ik besteedde er geen aandacht aan, maar vijf minuten later steeg het geschetter van hun stemmen op uit het kleine bos dat grenst aan mijn ouders tuin. Het is een beetje een gek bos, het is maar klein en heel rommelig, veel vlier, dat is toch een beetje onkruid, op ongeveer eenderde loopt een pad naar het erachtergelegen weiland, het pad is sinds een paar jaar vergrendeld met een flinke boomstam zodat er geen auto's meer zomaar in kunnen rijden. 
Een poos geleden was de rentmeester op bezoek gekomen bij mijn ouders. Het dorp waarin ze wonen en waar ik opgroeide is van oudsher verdeeld in twee helften. De noordgrens van het dorp wordt gevormd door de kleine rivier die ontspringt in Sourbrodt, een hooggelegen onherbergzaam gebied midden in de hoge venen, en stroomafwaarts mondt ze uit in de Maas, in de kleine stad iets ten noorden van het dorp. Aan de westelijke kant van het dorp is de meeste grond in de loop van de eeuwen altijd in handen geweest van de eigenaren van de witte hoeve die verscholen ligt in het moeras achter de kerk, aan de oostelijke kant is alle grond van oudsher bezit geweest van de adellijke familie die het kasteeltje net over de brug bewoonde, maar waarvan niet lang geleden de laatste bewoonster is gestorven. De erfgenamen wonen elders in de wereld en interesseren zich niet in het kleine slot, ze laten hun rentmeester de grond beheren, en die stond op een dag bij mijn ouders op de stoep. Of zij het vreemde bosje, al sinds mensenheugenis eigendom van de familie, wilden gaan beheren.
Ik vond dat een gekke vraag, al sinds ik me kan herinneren voelt het bosje als mijn persoonlijke bezit, ik groeide er op, klom in elke boom die er stond, bouwde er ondergrondse hutten en trok de strikken dicht die dorpsbewoners er stiekem neerlegden.