De boeken van maart (30-03-2021)

Vorig jaar maart heb ik met mezelf afgesproken dat zo lang de pandemie duurt ik zoveel boeken mag kopen als ik zelf wil. In dat opzicht... nee, goed, laat ik die zin niet afmaken. Afgelopen maand las ik De menselijke maat van Roberto Camurri, Roest van Jakub Malecki en Kleine hellen van Anne Moon Disko. Dat laatste is een heel licht boekje over een heel zwaar onderwerp. De hoofdpersoon zit ingeklemd tussen twee overlijdens, dat van zijn broertje dat hij nooit kende en van zijn zus. Toch lijkt het alsof elke pagina doorzichtig is, ik moest steeds denken aan een aquarelschilderij. Roest is een boek van een Poolse auteur en ik voelde de dreun van de taal in elke zin. De hoofdpersoon verliest op jonge leeftijd zijn ouders en groeit op bij zijn oma, die de sporen van de oorlog in zich draagt. Het boek had iets dwingends, net als de verhaallijnen die elkaar afwisselden, de tijdsprongen, de metaforen. Het was strak gecomponeerd en in principe houd ik daarvan. Toch voelde het in dit boek af en toe alsof het niet natuurlijk was en lijkt Malecki op het einde niet meer goed raad te weten met al die uitgezette lijnen.
Camurri schrijft in De menselijke maat schrijft heel zoekend over de inwoners van een klein Italiaans dorp die allemaal aan elkaar verbonden zijn. Het lijkt of hij telkens een andere ingang van een labyrint probeert, weer omkeert, weer opnieuw, en dan uiteindelijk, als de laatste pagina's wegtikken, zie je het overzicht, snap je wat ze zochten. Ik hou van boeken waarin de gebeurtenissen niet op de voorgrond staan of waarin de hoofdpersoon niet tot in detail is uitgetekend. Ik hou van een boek waarin er een verhaal boven de zinnen lijkt te zweven. Voor mij zijn zowel Roberto Camurri als Anne Moon Disko daarin geslaagd deze maand.