Drie pastoors bij Ikea (28-10-2018)

Er liepen drie pastoors in de Ikea, witte boordjes onder hun zwarte jassen. Ze waren op zoek naar iets, doelgericht liepen ze door de zaterdagmiddagdrukte. Op de beddengoedafdeling prikten ze met hun wijsvinger in de hoofdkussens om te kijken hoe stevig ze waren. Eentje legde zijn hoofd erop om het zeker te weten. Het deed me denken aan de keer dat ik bij de Hema was en een non bij het damesondergoed zag, keurend hield ze wat slipjes omhoog. Ik had het me nooit eerder gerealiseerd, maar zusters dragen natuurlijk ook gewoon ondergoed. En pastoors hebben dus een bed.
In het drukke restaurant op de eerste etage at ik een salade terwijl ik uitkeek over de overvolle parkeerplaats. Af en aanrijdende auto's onder een grijze herfstlucht, ik vond het een mooi gezicht. Ineens zag ik de auto van iemand die ik kende. Met moeite parkeerde hij, nogal strak tussen twee andere auto's in. Ik zag hoe hij het portier amper meer openkreeg en zichzelf naar buiten wrong.
Strak geparkeerd appte ik.
Ik hoopte dat hij zijn telefoon zou pakken en dat ik dan zijn reactie zou zien vanachter mijn raam. Dat leek me erg grappig.
Hij reikte inderdaad naar zijn zak, keek op zijn scherm en begon te lachen. Daarna keek hij om zich heen, maar zag me niet. Ik was dat ene mensje, onzichtbaar in het reusachtige gebouw.
Op de speelgoedafdeling bekeek ik knuffels. Er was een knuffel van een wolf die een overhemd aan had. Als je dat overhemd openmaakte zag je in de buik de oma van roodkapje. De wolf was reusachtig, de oma heel klein, waardoor het eek alsof het beest zwanger was van een grijsharige mensenbaby. Ik vond het een zorgelijk idee dat er op de ontwerpafdeling van Ikea iemand werkt die dit soort gruwelijke dingen bedenkt.
Op weg naar de uitgang hoopte ik dat ik de bekende nog tegen zou komen, dan zou ik het verhaal vertellen, ik zat in het restaurant, je kon me niet zien, haha, enzovoort, maar dat gebeurde niet. Wel zag ik de pastoors nog een keer, ze hadden geen kussens gekocht, alleen een molton.