Een haan genaamd Thierry (18-06-2019)

Het moet ergens in de vroege lente van vorig jaar zijn geweest dat een onooglijk hanenkuiken zich de toegang verschafte tot onze tuin. Hij had zich door de opening in het hekje gewrongen en liep wat schichtig in de ren, naast onze oude kip, het was duidelijk dat hij zich bewust was van zijn discutabele aanwezigheid. We zaten niet bepaald op een haan te wachten.
Ik vroeg wat rond in de buurt maar niemand was een haan kwijt.
Nee, allicht.
Wat doe je met zo'n beestje?
Ik besloot hem het voordeel van de twijfel te geven.
Het kuiken groeide tegen alle verwachting uit tot een prachtige haan. Feloranje halskraag, een staart als een pluim. Ik moest steeds aan een ijdele legerofficier denken als ik hem zag. Meer precies: Captain Bertorelli uit 'Allo 'Allo.
Met de adolescentie begon het kraaien. Ik vind een kraaiende haan niet zo erg, je raakt er sneller aan gewend dan je denkt. Wel besloot ik dat dit het moment was dat we hem Thierry zouden dopen. Zodra hij dan weer eens krakelend zijn snavel opende had ik de gelegenheid om te roepen: 'Hou je bek Thierry!'
Gisteren was ik in de tuin aan het werk en zag ik hoe Thierry zonder pardon de oude, inmiddels wat broze kip besteeg. Treden heet dat in vakjargon. Hij pakte wat nekveren, trok er hardhandig aan en deed wat hij moest doen. Dat is nooit een fijn gezicht, maar met het tere, bejaarde hennetje onder hem was het helemaal een ongelukkige aangelegenheid.
De kip keek een beetje glazig en onderging het met een droevige, langgerekte keelklank.
Ik kon het niet aanzien.
'Nee is nee, Thierry,' brulde ik, en ik brak de betrekking met maaiende armen op.
Beledigd liet hij de hen los, maakte zich uit de voeten en ging een eindje verderop met een schuin oog zijn veren poetsen.
Dus nu zitten we er danig mee in onze maag.