Het nieuwe normaal (25-03-2020)

Soms denk ik: zo nu is het wel klaar met die onzin, laat het gewone leven maar weer beginnen.
Toen onze lieve Heer het aanpassingsvermogen uitdeelde stond ik niet vooraan. Ik heb er al moeite mee als de winkel niet mijn vaste merk boter in huis heeft, laat staan als het land op z'n kop staat.
Er klopt iets niet, er klopt iets niet zeuren mijn routinezuchtige hersencellen de hele dag. Soms gun ik ze even rust, dan kruip ik in een hoekje van de bank en doe ik een half uurtje lang net of er niets veranderd is. Dan kijk ik naar de lucht, die is blauw zoals altijd, de magnoliaboom van de overburen bloeit, zoals elke lente.
Ik heb een vriendin die altijd vrolijk is, lang geleden, we kenden elkaar net, vroeg ik haar eens: maar voel je je dan nooit naar?
'Jawel, heel soms,' zei ze, 'maar dan ga ik aan iets leuks denken en dan word ik weer blij.'
Mijn inktzwarte ziel vond dat een even fascinerend als onnozel antwoord, maar toch schreef ik haar niet meteen af, en inmiddels zijn we al meer dan twintig jaar bevriend. Wat ik als beroepspessimist werkelijk verrassend vind.
Ik moet deze weken vaak aan Erik of het kleine insectenboek van Godfried Bomans denken, Erik die de slaap niet kan vatten in de logeerkamer van zijn grootvader en vlucht in het landschapsschilderij boven zijn bed. Daar beleeft hij avonturen met mieren en torren en de echte wereld bestaat niet meer.
Ik vrees dat het gewone leven een gepasseerd station is, alles geht vorbei maar dan wel met deze gebeurtenis in de stroom van de geschiedenis geëtst. We kunnen het nooit meer ont-meemaken.