Hoe het verdwijnen voelt (27-12-2018)

Het is altijd verraderlijk, dat jaareinde, met emoties die zich opdringen en slecht laten duiden; de trekkende melancholie, wat is echt, wat niet, wat zal straks, als de mist van de twaalf schimmige dagen en nachten tussen kerstavond en driekoningen is opgetrokken, verdwenen zijn? 
Ik moet veel nadenken over roofvogels deze dagen. Dat komt denk ik omdat ik ze veel zie, lange autoritten naar familie elders in het land, mijn voorhoofd tegen het koude raam, de snelweg die recht en grijs langs vlakke weilanden strekt. Buizerds natuurlijk, en iedere keer als ik er een zie zitten op een paaltje of een weidehek, dan voel ik mij die buizerd. Mijn klauwen op het ruwe hout, mijn enige rugdekking is het eindeloze weiland achter me, de gure leegte als een vaccuum om me heen, mijn verenkleed dat opflakkert bij elke voorbijrazende auto, mijn snavel gekromd, mijn vleugels hoog.
Dan vraag ik mij af waarom ik hier zit, zo ongemakkelijk, mijn geest die is beschoeid met een lijf dat ik zelf nooit gekozen zou hebben, mijn wezen is hoger, vluchtig bijna, alsof ik hier niet wil zijn maar het toch moet, ik kan er niets aan doen, ik doe wat de natuur mij opdraagt, er is geen keuze.
Ik wil de buizerd aankijken, in zijn ogen zien dat het goed is zoals het is, of misschien niet, misschien wil ik in zijn ogen het pijnlijke lotsbesef zien, maar nog voor ik hem echt gezien heb is hij voorbij, ben ik voorbij.
Dan stel ik me voor hoe hij, ver achter me, opstijgt als niemand het ziet, hoe hij zijn lichaam de lucht in trekt met trage, logge vleugelslagen en verdwijnt.
En dan wil ik voelen hoe het verdwijnen voelt.