Mariabeeldje (17-03-2020)

Toen mijn peetoom een aantal jaren geleden plotseling was overleden, gingen we een paar weken na de uitvaart met de hele familie naar zijn huis. Hij had altijd alleen gewoond en we waren er niet vaak geweest, hij hield niet van bezoek. Het voelde onwennig om er te zijn, de wanden met uitpuilende boekenkasten, de krantenstapels, de rare dingen die hij mee had genomen van zijn reizen, alles vol van zijn ziel die, nu ik ertussen stond, even eigen als onbekend voelde.
Ik keek naar buiten, het raam van zijn woonkamer keek uit over de Rijn, het was zonnig, de rivier glinsterde. Op de vensterbank stond een piepklein Mariabeeld, niet groter dan de top van mijn duim. Ik nam het op en stak het in mijn jaszak, daar bewaarde ik het een tijdje. Pas na maanden haalde ik het eruit en zette het op mijn nachtkastje, daar ontdekte ik dat het een lichtgevend beeldje is, als het genoeg licht heeft opgevangen, verspreidt het de hele nacht door een zacht schijnsel.
Vanochtend kwam er een mailbericht van de school van mijn oudste dochter. Het is de enige school in de stad die de bisschoppelijke titel nog draagt, maar van de religieuze inslag had ik tot op heden weinig gemerkt, al had ik er misschien ook nooit naar gezocht.
De mail ging over de recente virusontwikkelingen en de directeur sloot af met gezondheidswensen en de mededeling dat hij voor iedereen, leerlingen, ouders, bad. Of je gelooft of niet, weten dat iemand voor je bidt voelt verlichtend.
De zon schijnt deze dagen, een vreemde gewaarwording vind ik dat. De helderblauwe lucht, de warmte, de uitbundige lente, terwijl ondertussen ziekte en dood zich onzichtbaar verspreiden.
Ik denk aan mijn nachtkastje waar het Mariabeeld staat, vol in de stralende zon, het licht te verzamelen. En als het vannacht weer donker is dan zal het schijnen.