Nibbits (20-04-2020)

Onze vaste pakketjesbezorger heet John, uitgesproken hoe het hoort, met een goed scherpe s. 
John is groot, rood en heeft nat achterovergekamd haar, en John rookt. Alle pakketjes die hij aflevert brengen de geur van de jaren tachtig mijn huis in, de geur van mistige feestjes met de sigaretten in een glas op tafel, naast de kom met nibbits.
John houdt zich netjes aan alle quarantaineregels, hij zet het pakje voor de voordeur, belt aan en doet een paar stappen naar achteren. Alleen afgelopen week kreeg ik een aangetekend pakje, dat kon hij pas afgeven nadat ik de laatste cijfers van mijn paspoort had opgelezen. Al die tijd hield John het pakketje stevig omklemd, en op het moment dat ik klaar was om het aan te nemen, moest hij net hoesten. Een diepe, rochelende hoest, vol over mijn postpakket.
Ik kon alleen nog maar denken aan viruskiemen die nu opgetogen over het bruine karton zwierden, verheugd dat ze bevrijd waren uit Johns luchtwegen. Met mijn voet duwde ik het pakket over de drempel, schoof het tot in de hoek bij de kelderdeur en heb het daar een dag laten staan voor ik het durfde uit te pakken.
Ik dacht de hele tijd dat er een moment zou komen dat alles ineens weer goed zou zijn. Natuurlijk had ik wel naar de toespraken van de premier geluisterd met termen als 'het nieuwe normaal', maar toch geloofde ik nog dat er op een dag aangekondigd zou gaan worden: vanaf nu is het virus geen gevaar meer. En misschien komt er inderdaad wel een veiliger gevoel ergens de komende tijd, er is meer controle, de uitbraak is beheerst. Maar de ziekte blijft actief en in de afgelopen vijf weken is een enorme benauwdheid voor groepen ontstaan, zelfs als ik op televisie in oude series mensen op een kluitje zie, denk ik automatisch licht paniekerig: uitelkaar! Anderhalve meter afstand, stelletje gekken! Ik was al nooit zo gek op kluitjes, maar als ik nu denk aan een volgepakte trein richting de randstad in de spits, krijg ik de zenuwen.
Over een poosje mag je weer wat drinken in een kroeg, of krijg ik een uitnodiging voor een klein feestje.
Ik vraag me af of ik dan heel opgelucht ben of dat ik juist nerveus word dat dat weer mag.