Onderdompelen (20-03-2020)

Eerder deze week schreef ik dat ik me opgesloten voel, de muren van mijn huis die op me af komen, de grenzen van mijn tuin die ik zo goed voel. Vanochtend realiseerde ik me dat het werkelijke gevoel van opsluiting niets te maken heeft met fysieke grenzen, het is de machteloosheid die mijn handen bindt en die mijn geest steeds opnieuw blokkeert.
Ik maak me zorgen over mijn ouders, mijn zus en neefje, alle andere familie, ik mis ze, maar we kunnen elkaar niet helpen. Ik ben bezorgd over degene die ik gisterochtend een berichtje stuurde om te vragen hoe het gaat en waarop ik nog geen antwoord heb ontvangen. Ik denk aan de lieve vriend die in het buitenland woont en daar alleen is.
Het drukt mijn hart samen en ik kan er niets aan doen.
Soms overvalt me een gevoel van zinloosheid. De gebonden handen voelen lam, mijn geest stopt even met stromen.
Ik droomde vannacht over een vriendinnetje van de middelbare school, ik leerde haar kennen in de brugklas. Ze had een gezicht als van porselein, lome, roestbruine krullen en ogen die elk moment van de dag vuur spuwden. Ik was mijn leven lang alleen dorpsmeisjes gewend, dit meisje was stads, ze droeg parfum en bewoog zich als een katachtige als er een jongen voorbij liep. Ik hield van haar omdat ze me meenam in haar wereld, haar huis, haar ouders, waar alles leek te kloppen. De woonkamer die doordacht en zorgvuldig was ingericht met meubels zoals ik ze nog nooit had gezien, de tuin die was ontworpen door een architect, haar moeder die Duitse was en elke ochtend, sinds ze in Nederland woonde, een pagina uit de krant overschreef om haar woordkennis te verbeteren, ook al sprak ze het foutloos. Haar slaapkamer waar alles een vaste plek had, ik genoot als ik naar haar pianospel mocht luisteren, elke dag op een vast tijdstip.
Alles diende een doel, alles was bewust en ik laafde me eraan.
De liefde hield maar enkele jaren stand, later kwamen we elkaar nog tegen in dezelfde studentenstad, daarna heb ik haar nooit meer gezien. Maar mijn zoektocht naar een bewust leven had misschien zijn kiem in deze vriendschap.
De huidige situatie vraagt een nieuwe invulling van de zingeving van het bestaan. Een stilstaan en rondkijken, de gebonden handen in rust, de geest ondergedompeld in het nu, het open bekken tussen twee blokkades in.
En straks, als we weer boven water komen, zal de stroom weer open zijn.