Onverveerd (05-05-2020)

We zaten met z'n vieren op de bank te wachten tot de dodenherdenking op de Dam zou gaan beginnen.
'De KLM gaat weer beperkt vliegen,' las de oudste het nieuwsbericht vanaf haar telefoonscherm voor. 
Ze somde de steden op die op het lijstje stonden. 'Oh, we kunnen naar Rome, laten we dat doen!'
'Hè ja,' zei ik, 'een hotel hoeven we niet te boeken, we kunnen rechtstreeks onze intrek nemen in een pittoresk Romeins ziekenhuis.'
'Over eten hoeven we ons dan ook niet druk te maken, dat lukt toch niet met een intubatieslang in je keel,' antwoordde W.
De uitzending begon, de Dam was uitgestorven, op de duiven na. Ze wipten even op toen de koning en koningin voorbij liepen. Tussen elke speech in kwam er een bonkige man met een poetsdoekje die de katheder ging schoonmaken. Dat deed hij heel snel, ik vroeg me twee dingen af: hoe het zou ruiken (ik denk naar dikke bleek) en hoe vaak hij thuis iets zou poetsen.
De koning deed me aan een maarschalk denken, met zijn knevel en zijn brede schouders, ik heb altijd een zwak gehad voor zijn houding. Een tikje onhandig, wat me ontroert, maar toch ook kloek. Onverveerd. Hij sprak prachtige woorden met vaste stem, in de verte krijste er een meeuw maar verder was het stiller dan ooit, zo zonder ruisende mensenmassa op het plein.
Toen ik vanochtend, bevrijdingsdag, naar buiten liep, klonk net het Wilhelmus. Verderop in de laan stond een halve harmonie, op afstand van elkaar speelden ze het volkslied. In vrijwel alle huizen was de vlag gehesen, het roodwitblauw wapperde tegen de achtergrond van de felblauwe lucht, de zon scheen. Ik kon me niet herinneren dat het er ooit eerder zo echt, zo indrukwekkend had uitgezien, ik wist niet of dat door mijn eigen gevoel kwam of doordat het inderdaad zo was.
En ik realiseerde me voor het eerst dat onze jarendertiglaan er op 5 mei 1945 precies zo moet hebben bijgelegen.