Over 2019 (30-12-2019)

Het mooiste vind ik als ik een werk maak, ik ernaar kijk en denk: ik weet nog niet waarom, maar dit is goed. En dat ik dan na een week of drie ‘s ochtends wakker word en dat ik het ineens begrijp. Waarom het goed is.

Het ging slecht met me, dit afgelopen jaar.
Daar kun je allerlei labels opplakken, maar ik noem het maar gewoon zoals ik me de meeste tijd voelde: ongelukkig.
Ik heb me vaak afgevraagd of het erg is om een poosje in je leven ongelukkig te zijn. Toen ik in het diepst van het ongeluk zat, in de heetste weken van de zomer, gaf ik daar een ander antwoord op als nu, nu het stof heel langzaam begint neer te dalen en ik nu en dan weer wat blauwe lucht zie.
Ongeluk is niet erg, als je maar weet dat het weer voorbij gaat.
Schrijven kon ik niet dit jaar, of bijna niet. Ik voelde me de slechtste schrijver die er bestond. Het was een afschuwelijk gevoel. Ik ben mijn schrijven. Als mijn schrijven is weggevaagd ben ik weg, of andersom, dat weet ik niet zo goed.

Er waren ook goede dingen.
Wandelingen met Marie. Ik zag dat mijn dochters uit aan het groeien zijn tot mooie, bewuste mensen. Heldere zondagochtenden aan de zeilhaven, spiegelend water. Mijn bijen. Kunst die bij me naar binnentrok en die mijn ongeluk opvulde met lijnen en kleuren, en die me, richting de laatste maanden van 2019, het gevoel gaf dat ik alles mocht zijn wat ik wilde.

Als ik uit al het beeldende werk van het afgelopen jaar het beste, of meer: het meest representatieve werk zou moeten kiezen, dan zou het deze linosnede zijn. Al mijn werk vertelt een deel van het verhaal van dit jaar, maar deze is het hele verhaal.
Ik maakte het een paar weken geleden in een opwelling, in totale, ongebonden vrijheid, ik had geen idee wat ik uitbeeldde, het deed er niet toe.
Vanmorgen werd ik wakker en snapte ik het.

Ik wens jullie voor 2020 geluk.