Over stijl en het ongemak van een literaire prijs (09-05-2018)

De literaire wereld is onlosmakelijk verbonden met het uitreiken van prijzen. Een literaire prijs is natuurlijk per definitie een ongemakkelijk gegeven (want: ingegeven door een grote dosis willekeur, geluk en nog wat andere toevalligheden) maar desondanks belangrijk: voor de toekomstige referentie van wat de huidige generatie aanmerkt als relevant. Maar ook: voor de promotie van het boek in het algemeen en het concept literatuur in het bijzonder, leesbevordering en vooruit, voor de erkenning van het métier van de arme, twijfelmoedige schrijver.

Eerder deze week werd de Libris Literatuurprijs uitgereikt, Murat Isik won, met Wees onzichtbaar. Er waren veel lovende woorden maar ook kwamen amper een paar uur na de bekendmaking de onvermijdelijke eerste ontevreden reacties los op de sociale media. Er werd geklaagd over de stijl in de roman: 'harkerige woordkeuze', 'soaperige clichédialogen' en 'ambtenarenproza'.

Ik heb een sterke voorkeur voor boeken met een virtuoze stijl. Maar die voorkeur is vanzelfsprekend subjectief. Ik denk dat stijl niet het enige belangrijke is in literatuur en bij het toekennen van een prijs.

De afgelopen dagen heb ik de algemene juryrapporten van de Libris-prijzen van de voorgaande jaren eens doorgelezen.
Een citaat uit het juryrapport van de Libris Literatuurprijs in 2017:
'In ons juryberaad ging het vaak over stijl, eigenheid, literair engagement maar ook over tendensen die wij meenden te onderkennen en over thema’s die wij, in telkens andere bewoordingen, terugzagen in verschillende romans.'

Wat is het precies wat de arme, twijfelmoedige literair schrijver doet? Hij geeft ons een afspiegeling van de maatschappij. Dat doet hij niet altijd op een militante manier, staand op de barricaden, dat gebeurt vaak subtiel, door in een roman een mens in een situatie, in een tijdsbeeld te plaatsen. Deze jury heeft zichzelf als taak gesteld om dat maatschappelijke tijdsbeeld helder te stellen, door er één boek uit te pikken dat een bepaalde richting vertegenwoordigt.

Wees onzichtbaar gaat over een migrantenkind dat opgroeit in de Bijlmer in de jaren '80. Een tirannieke vader, een emanciperende moeder, de wijk die verandert. Met de keuze voor Wees onzichtbaar koos de jury voor een roman die 'de lezer een wereld toont die bekend is uit krantenartikelen en sociale studies, maar nog te weinig uit romans.' (Citaat uit juryrapport.)

Misschien is er van alles aan te merken op Isik's stijl. Dat kan. Maar op Wolkers' rauwe zinnen was dat in 1969 ook. Een bepaalde stijl kan horen bij een bepaalde stroming.

Natuurlijk gaat literatuur over stijl, ik ben de laatste die dat zal ontkennen. Maar het gaat over veel meer. Over tendens, over tijdsgeest en een eventuele kentering daarin. Over waar een maatschappij mee bezig is.

Het is een kwestie van geduld tot we kunnen zien of de jury een keuze heeft gemaakt die de tand des tijds zal doorstaan. Of Wees onzichtbaar over vijftig jaar nog steeds wordt gezien als een boek dat het heersende tijdsbeeld anno 2018 representeerde.
Ik denk dat het een goede kans maakt.
Eén ding weet ik zeker: er zal tegen 2068 geen haan meer kraaien naar de stijl.