Pipje (05-12-2019)

Volgende week wordt mijn jongste dochter tien. Toen ik zwanger was had ik bedacht dat ik haar Pippilotta wilde noemen, dat leek me een passende naam voor het elfje dat ik in mijn buik voelde. Maar mijn echtgenoot keek me aan of ik niet lekker was en sprak zijn veto uit. Het werd een andere naam die ik heel mooi vind, al noem ik haar tot op de dag van vandaag als ik haar knuffel hardnekkig Pip of Pippi.
Sommige kinderen hebben een poosje nodig om hun vorm te vinden op de wereld en in zichzelf, sommige mensen doen daar zelfs een heel leven over. Dit kind werd geboren en was de meest ronde mens die ik ooit ontmoet had. Dat is ze nog steeds, haar weg is duidelijk, ik hoef alleen maar toe te kijken hoe ze hem loopt.
Toen ze een paar weken geleden van haar juf te horen kreeg dat ze naar het plusklasje mocht, kwam ze verontwaardigd thuis.
'Ik ga daar niet heen, ik doe het niet.'
'Maar waarom dan niet?' vroeg ik.
'Dan mis ik borduurles, en houtbewerken en tekenen,' antwoordde ze.
'Oké,' zei ik.
Ze ging niet naar het plusklasje.
Ze moet tekenen.
Iedere dag komt ze smerig thuis, modder in haar broek, zand in haar jas, van het spelen in het bos dat om haar schooltje heen ligt. Ze is het elfje dat ik tien jaar geleden al voelde, toen ik haar nog nooit gezien had. Met haar driehoekige gezicht, haar witte haren, haar grote, felblauwe ogen. Benen als stelten, haar smalle lijf buigzaam als een rietstengel.
Ze is wie ze is en ze doet wat ze wil, voor altijd mijn Pipje.