Wandelberichten 7 (19-12-2018)

Waar draait het om: is dat om wat er is in de wereld, de mensen, de dingen, het wezen, het gevoel, of is dat wat wij eraan toekennen?
Gisteren liep ik in een wandelgebied dat ik niet zo goed kende, bij de boerderij van Thuserhof. Langs de bosrand, waar aan de ene kant de open velden zich uitstrekten, in de hoop dat ik nog wat zou zien van de zonsopgang. Het was koud, rijp op het weiland, mijn benen al snel gevoelloos. De zon nog te laag, hij bleef achter de bomen.
Via een pad waar ik nooit eerder had gelopen kwam ik bij een driespong, het duurde even maar toen herkende ik het ineens, ik was, zonder dat ik er erg in had, bij de Lüzekamp terechtgekomen, dit stuk kende ik wel goed. Zo gaat dat dus blijkbaar, dan loop je een poos op onbekend terrein zonder je doel te kennen en plotseling zie je wat het al die tijd al was waar je naar op weg was.
Ik wist dat verderop, een heel stuk rechtdoor over het zandpad, een ven was, daar kwam ik als kind al, ik droomde er zelfs over. Akelige, halfblote indianen die aan de waterkant zaten. Dan smeekte ik mijn ouders om er niet meer heen te hoeven.
Ook vandaag wilde ik niet naar het ven, de indianen zijn nooit helemaal weggegaan daar, ik stond even stil en keek uit over de paardenwei. Toen viel mijn blik op de plas aan mijn voeten, hij was modderig, maar er dreef iets in. De nachtvorst had een patroon achtergelaten, een engelenvleugel zweefde in het water.
Natuurlijk was het geen engelenvleugel.
Het waren ijskristallen die volgens een wetenschappelijk verklaarbaar stramien in het water waren gevormd.
Maar ik wilde dat het een engelenvleugel was.
Ik wilde zo graag dat het een engelenvleugel was.