Wandelberichten 6 (28-11-2018)

Ik houd ervan om te wandelen in de late herfst en de winter. Als de nacht de dag wegdrukt tot er nog maar een reepje over is, een smalle strook wit tussen het zwart, schemerend aan de randen.
Ik hou van lopen in een zachte motregen, als er niemand anders in het bos is en de gevallen bladeren glanzen, in laaghangende nevel. Ik hou van grijs in al zijn verschijningsvormen, het grijs van een avond die vroeg valt of van de ochtend die te lang blijft liggen onder een zwaar wolkendek. 
Mijn oude middelbare school had vroeger een zwembad. (Ook een jongensinternaat, maar dat is een ander verhaal.) Soms, op warme junidagen, hadden we geen gym maar mochten we zwemmen. Dan liepen we met de hele klas door het bos dat om de school heen lag de heuvel op, en op het hoogste punt lag het azuurblauw geschilderde betonnen bad. In de schaduw van de hoge bomen was het water koud als een graf, je ledematen raakten gevoelloos als je er te lang in lag. De jongens stortten zich met veel gebrul meteen erin. Sommige meisjes wilden niet zwemmen, die stonden aan de kant en keken alleen maar toe. Ik begreep daar niets van, ik kon niet wachten om mijn speedobadpak aan te trekken in de kleedhokjes die altijd vol lagen met bladeren en bosgrond. 
Vorige week was ik er. Het bos is tegenwoordig opengesteld voor wandelaars, en ik liep over de aangelegde paden die het terrein doorkruisten. Het was zo'n zondag die maar niet op wilde klaren, door de dichte lucht zag ik het schoolgebouw in de verte, de sportvelden, het hooggelegen veldje waar we altijd hockeyden, en nog verder, onder de druipende bomen, de vervallen boerderij die inmiddels opgeknapt was.
Ik zocht het hoogste punt, het was eenvoudig, het pad hield op maar tussen de bomen door kon ik tot aan de rand van het talud komen. Ik klom omhoog. Dat het zwembad gedempt was wist ik, maar ik kon nog precies zien waar het gelegen had, het was nu een bad van braamstruiken. 
Met mijn handen in de zakken van mijn jas stond ik een poosje op de rand.
De regen ruiste op de woekerende bramen en ik vroeg me af waarom ik het eigenlijk had willen zien.