/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Het waarom van het schrijven 3 (27-05-2016)

De publieke dimensie
Ik moet een jaar of vier geweest zijn, misschien iets ouder.
'Roep je naam eens, heel hard,' zegt mijn vader, hij fluistert bijna.
Hij steekt zijn vinger in de lucht ten teken dat ik op moet letten, en kijkt in de verte.
Ik roep. Aan de overkant van het dal, tegen de rotsachtige bergwand weerkaatst mijn naam. De holle echo rolt naar ons terug, het lijkt ineens alsof ik twee mensen ben.
Ik schrijf voor mezelf, maar niet alleen. De essentie van dagboekschrijven heb ik nooit begrepen. Waarom zou je iets schrijven dat niemand leest? Schrijven is voor mij in de eerste plaats een kunstvorm, geen therapeutisch middel.
Desalniettemin is er de publieke dimensie, de heilzame werking van het beoogde publiek. Mijn schrijfproces is ruwweg  in te delen in drie fases. Ten eerste is er de constructiefase, het opbouwen van het skelet, de ratio in optima forma. Ten tweede is er het invullen, het vlees, de organen. Ik leg mijn hart op tafel en laat het leegbloeden. Ten derde is er het beschouwen. Als een grote maalsteen lees en herlees ik mijn zinnen, in mij opent zich een derde oog. Met de blik van een ander wik ik, ik weeg. Ik relativeer. De maalsteen effent het pad, het polijst de grofheid, de zwaarte en diepte, de scherpe kanten, pijn en verdriet. 
Het is mijn echo, die aan de andere kant van mezelf staat. Die me mijn eigen stem laat horen.



Het waarom van het schrijven 1 (04-05-2016)

Waarom schrijf ik?
Ik stelde mezelf deze vraag in de afgelopen tijd. Het werd een zoektocht met meerdere uitkomsten. Laat ik het antwoord opdelen in twee delen.

1. Voor mezelf, primair
a. Om te bezitten
b. Om te beleven

2. Voor anderen
a. De publieke dimensie
b. Overdracht

Het bezitten 
De weg in de richting van de Oostelijke mijnstreek is recht, zo recht mogelijk, dwars door een stukje Duits grondgebied: de Selfkant. De Selfkant is een fascinerend gebied, net na de oorlog werd het door Nederland geannexeerd als schadevergoeding voor de oorlog, en pas in 1963 kwam men erachter dat zo'n annexatie niet werkte, de inwoners bleven immers Duits, hoe hard we ook deden of ze bij ons hoorden. De regio kwam weer onder Duits bestuur. De weg, aangelegd door Nederland in de annexatieperiode, bleef echter van Nederland, een lang, recht stuk Nederlands asfalt door Duitse akkers en weilanden. 
Als ik over deze weg rijd , de eindeloze rotondes, onder viaducten van Duitse wegen door, dringt het verleden zich aan me op. Ik kijk over het licht glooiende landschap, in de verte, iets in een dal, ligt een eenzame boerderij. Op deze plek krijg ik altijd hetzelfde gevoel; het is een vage bezitsdrang, ik wil in die boerderij wonen. Heel even maar, niet écht, ik wil alleen heel even het gevoel hebben dat ik het begrijp. Dat ik de geschiedenis begrijp, dat ik dit vreemde stukje Duitsland begrijp, dat ik weet hoe de mensen zich hier gevoeld moeten hebben en nog voelen. Ik wil het van mij maken, het in eigendom hebben, het volledig omvatten. Dat is het punt waarop de schrijfhonger komt. Want door erover te schrijven kan ik erover beschikken, zoveel ik maar wil. Ik kan de kozijnen beschrijven, het ingevallen dak, de verweerde muren. Ik kan schrijven over het malse groene dal vol paardenbloemen, de hoge lucht met de jagende wolken, de zwaluwen die over de binnenplaats scheren. Over het oude echtpaar dat nog maar een van de vele kamers bewoont, en het kleine keukentje met de granieten pompbak. Ze scharrelen wat over het erf, zetten zich op het bankje voor het huis, net uit de wind, de lentezon voelt warm op hun gerimpelde huid. Ze spreken een binnensmonds dialect, ze zeggen Isch in plaats van Ich en ze hebben de wereld al lang gelaten voor wat hij is. In de verte horen ze het razen van de auto's over de Nederlandse weg, heel af en toe blikkert de zon op het metaal van een voorbij rijdende wagen, dan knijpen ze hun ogen dicht en wachten tot het voorbij is.



Het waarom van het schrijven 2 (04-05-2016)

Het beleven
Ik leef klein. Minuscuul soms. Ik vind de wereld groot en soms beangstigend. Haar echtheid, zo scherp en zonder nuance. Het is een beetje zoals de lente, het schelle eerste lentelicht dat de contouren genadeloos aanzet, na een winter in gefilterde grijstinten. Als kleuren geluid konden maken, dan schreeuwden ze in de lente, net zoals de wereld soms schreeuwt. Opgesloten in mijn kleine werkkamer, ragfijne vitrage voor het raam, laten de muren mijn gedachten in alle rust echoën, net zo lang tot ik ze begrijp. Soms denk ik dat ik dingen moet. Eruit, weg, iets groots en vers. Dan staar ik over het spoor naar het noorden en dan bekruipt me onrust, de verbeelding spiegelt me een avontuurlijke ziel voor, vol durf en laissez-faire, ver weg van mezelf. In de werkelijkheid is het grootste avontuur dat ik kan ondernemen het avontuur binnen in mij. De ontdekkingstocht van het kleinste onbekende stukje, het ontginnen van mijn grootste geheim; mijn zelf. Ik spin mezelf in een hoofdpersoon. De jongen van het aspergestalletje. Hij komt landerig aanlopen als hij me ziet, een jaar of twaalf, met zijn slippers schopt hij in het droge, opwolkende zand. Zijn gezicht is zongebruind, zonder te groeten loopt hij voor me langs en begint de asperges af te wegen. Ik voel, ik zie, ik denk wat hij denkt. Ik probeer te begrijpen, ik weeg de situatie, draai de woorden waarmee ik hem wil beschrijven tussen mijn duim en wijsvinger en bekijk ze van alle kanten. Ik vraag me af: wat zou ik doen? Met de koude zak asperges onder mijn arm loop ik weer naar buiten. Tegenover de weg ligt de boerderij onder de strakblauwe hemel. Het is doodstil hier aan het landweggetje, zo'n stilte die alleen bestaat als het heel warm is, de stilte waarin een merel schril kan fluiten maar je het niet hoort. De jongen rent me voorbij, een huppeltje in zijn pas, de weg over, zijn broertje staat op hem te wachten met een voetbal onder zijn arm. In mijn schrijven beleef ik, tot het diepste van mijn ziel. Misschien nog meer dan wanneer ik het in de wereld zou beleven. Ik exploreer, het leven van binnenuit, ik leer mezelf begrijpen.
Als ik mezelf begrijp, begrijp ik de wereld.



Vervreemd (02-04-2016)

Al anderhalf jaar schrijf ik vrijwel onafgebroken. Iedere dag, en bij vlagen zelfs de nachten door. Als ik niet fysiek schrijf, dan schrijf ik in mijn hoofd. Het schroeit in me, het dramt en het beukt. Ik dacht heel lang dat ik schrijven moeilijk vind. Het iedere keer in de concentratie komen, het afdalen, het steeds weer door mijn angsten heen gaan. Het eindeloze formuleren, het geduld, het uiterste.
Steeds meer kom ik erachter dat het niet het schrijven is dat ik moeilijk vind. Het gaat niet om het afdalen, om angsten of om het geduld. Het moeilijke ligt ver buiten het schrijven, het is de wereld. De rauwe echtheid van de wereld die in een schreeuwend contrast staat met alles in mij. Het duister van het viaduct waaronder ik fiets, het snijdende grijs van de lucht, karkassen van bomen. Ik zie mezelf naar adem happen. Mijn dromen zijn vluchten, ik hou me vast aan de zoetheid van mijn gedachten, het vederlichte, het onaanraakbare. Ik sper mijn ogen open maar zie niet wat er gebeurt. Ik zie alleen het verhaal. Alles is een verhaal, niets is echt.
Ik omarm het.
Ik ben er bang voor.
Dat het nooit meer weggaat.



Het geloof in alles (17-03-2016)

De  ideeën huppelen door mijn hoofd, lichtvoetig en fladderend. Telkens komt er weer een nieuwe bij, het is als een luchtige zomerpicknick aan een kabbelend riviertje, mijn benen bungelen in het water. Alles is welkom, de wereld is vrij, de woorden, de zinnen. Het fonkelt, de werkelijkheid is ver weg, daar achter de hoge bomen. De lucht is kraakhelder, ik geloof in alles. Alles kan. Alles.
En als ik dan, op het toppunt van mijn geloof,  mijn papier pak en mijn pen, mijn voeten aarzelend op de aarde zet, de eerste zin probeer te vormen, dan slaat het toe. De werkelijkheid komt van achter de hoge bomen aan en kijkt naar me, stram in het gelid, hard en zakelijk. Woorden blijken beperkt, zinnen schieten tekort. De ideeën druipen af.
De stroperigheid van het schrijfproces, de moeizaamheid van het formuleren, het schrille contrast met de vrijheid waarin zich alles vormt in mijn hoofd. En toch. De glanzende droom en de kille werkelijkheid, de verbinding als een draad van spinrag die het uiterste van me vergt, telkens opnieuw, het is de kern van wie ik ben, en wat ik zoek.



Pagina 3 van 4


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering