/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Account/
/Winkelmandje/

Avonturen in monoprinten (10-01-2019)

Hoe het kan weet ik niet zo goed, maar het lijkt steeds meer of ik niet langer kan vinden wat ik zoek in mijn tekenwerk. Misschien heb ik het te veel gedaan en heb ik alles al getekend wat ik wilde tekenen, of misschien komt het nog terug, dat kan ook, maar voor nu doe ik het nog zelden. 
In de zomer pakte ik een oude liefde op, linosnede's maken, terug naar de basis, de klare lijn, in één heldere lijn zoveel mogelijk proberen duidelijk te maken. De lijn is een wonderlijk iets bij een linosnede, althans zoals ik ze maak, zo strak en eenvoudig mogelijk. De lijn móet goed zijn, je gutst met je mesje in het linoleum en als het fout gaat dan is alles voor niets geweest. Het is misschien wel daarom dat de lijn uiteindelijk zó sterk is dat hij alles moet zeggen, in één keer, heel anders dan bij een boek waar je duizenden zinnen kan gebruiken om te vertellen wat je boodschap is. Een lino is een boek in één zin.
Sinds de zomer zocht ik een beetje naar het vervolg op het maken van de linosnede's, het kwam niet echt, tot eerder deze week. Al een poosje stond er in de schuur een doosje met oud glas dat ik weg moest brengen, maar ik was er steeds te lui voor geweest. Het waren oude glasplaatjes uit fotolijsten die ik gesloopt had. Ik stond zo wat te hangen bij dat doosje en ineens bedacht ik dat ik ermee kon monoprinten. Het mooiste stukje uit het creatieve proces is dit gedeelte: de vonk voelen aangaan, nog niet weten wat je ermee gaat doen, maar zeker weten dat dit het is.
Ik waste de platen af, pakte mijn rollers en inkt en begon te smeren. Waar in een lino alles om de lijn draait, draait het bij mij, in de monoprint, voorlopig alleen nog maar om de kleursamenstellingen. En waar een lino een boek is in één zin, daar is de monoprint een boek zonder verhaal, maar met alleen sfeer.


Wandelberichten 8 (07-01-2019)

Het was nieuwjaarsdag en ik liep in het natuurgebied dat ik pas net ontdekt had. Een landschap van afwisselend landbouwgronden en bos, en het pad dat nu weer door Duitsland loopt en dan weer door Nederland. Door het wat angstaanjagende elektrische hek dat precies op de grens staat, weet je wel goed in welk land je steeds bent: in Duitsland mogen de wilde zwijnen loslopen, de akkers zijn van Nederlandse boeren en die willen die beesten niet op hun grond hebben. Begrijpelijk.
Een dag eerder, nog in het oude jaar, was ik ook in dit gebied, toen was de Duitse kant afgesloten. Ik was de jachtopziener tegengekomen in zijn pick-up, hij had me gegroet terwijl hij de wagen over het hobbelige bospad stuurde, de jacht op de zwijnen zat er net op. Vriendelijk had ik teruggeknikt. Wildbeheer is niet leuk maar het zal toch moeten gebeuren.
Deze nieuwjaarsdag was het stil. Een koppel paarden stond in een afgelegen wei, ochtendnevel op het natte gras, een troep ganzen die verderop traag opsteeg. Om de bocht zag ik dat de hond onrustig werd, ze stond aan de rand van wat struiken en keek met gespitste oren naar iets dat daar zat. Het was niet te missen, het jonge, aangeschoten zwijn, de Frischling. Tevergeefs probeerde hij zich vooruit te slepen, een kogel in zijn flank. Zwijnen kunnen zo loensend kijken, ik zag zijn donkere oog op me gericht. 
Dit was slordig, een onnodig lijden. Ik vervloekte de jagers van een dag eerder, ook al wist ik dat geen enkele jager wil dat een dier zo aan zijn einde komt. Het moest per ongeluk gebeurd zijn.
Zo stond ik een poosje. Het zwijn had zich er weer bij neergelegd en lag tussen de bomen, alsof hij sliep. Het bos dat zich voor me uitstrekte leek ineens heel groot, daar achter de bomen waren nog meer bomen, en dan nog meer, en struiken, en mos, afgwaaide takken, het werd steeds donkerder en de ondoordringbaarder. Daar was het rijk van de dieren die de mens nooit zag, de roofvogels en uilen, de eekhoorns, reeën. Op dit moment waren er ontelbaar dieren in dit bos, en sommigen waren, nu, net als dit zwijn, aan het sterven. Een duif die ten prooi was gevallen aan een sperwer, een ree dat oud was. 
Het wilde zwijn bewoog zich weer, probeerde nog een keer op te staan. Het grote bos boog zich om hem heen alsof het een wieg was, het zwijntje erin, toegedekt, de zacht ruisende takken fluisterden.
Een laatste keer keek ik, de snuit van het beest in zijn zijde gedrukt, zijn oog nu dicht. Straks zou het voorbij zijn. 
Soms is het enige dat je kunt doen liefde voelen en berusten.
Ik floot de hond en liep door.



Jaaroverzicht 2018 (30-12-2018)

Al dertien jaar schrijf ik een jaaroverzicht op 31 december, maar dit jaar wilde ik het eens overslaan. 
Wat had ik eigenlijk te zeggen, concludeerde ik niet gewoon ieder jaar hetzelfde en misschien was het ook wel niet het allerbeste jaar uit de geschiedenis. Maar toen stuurde een van mijn lezers, ik ken haar niet maar ze leest al mee sinds het vroege begin, me een berichtje: mijn overzicht van 2012 dat ik zelf al lang vergeten was.
Ik was in dat jaar nog voltijds tekenaar en schreef:
Er is in de kleinste pennenstreek nog zoveel dat ik moet ontdekken. Er zijn in mijn hoofd nog zoveel geheimen en verborgen verhalen, ik hoef niet naar buiten om ze te zien, ik moet slechts naar binnen.
In 2018, zes jaar later, heb ik mezelf vaak de vraag gesteld of de weg naar binnen wel de juiste was. Of meer: of het genoeg was, die innerlijke focus, of dat mijn relatie tot het buiten, de wereld, niet óók van belang was. De banden tussen mij en de mensheid begonnen te trekken, ik weet niet zo goed waardoor, maar de vraag naar engagement drong zich op. Ik vroeg me af in hoeverre mijn plek in de wereld mij en mijn werk beïnvloedde, en op welke manier.
Vanmorgen liep ik langs een van mijn lievelingsrivieren, een kleine rivier is het maar, kronkelend vanuit Duitsland naar het grensgebied waar ik woon. In de bocht waar ik even stilstond lagen grote keien op de bodem. Ik zag ze niet, maar ik wist dat ze er waren doordat het water in opwellende stromen erover heen bolde, anders dan verderop, waar geen keien lagen en het wateroppervlak glad was. 
2018 was het jaar waarin ik genomineerd was voor de SJIEK literatuurprijs, ik met veel trots Platbook presenteerde, genoot van vele wandelingen, mijn dochters (achtste- en derdeklasser alweer, niet te geloven) gelukkig zag, waarin ik ontzettend veel schreef, heel veel beeldend werk maakte en waarin ik grote blijdschap voelde om een mooie familiegebeurtenis.
Maar het was ook het jaar waarin een verstikkend, lamleggend verdriet rondom diezelfde familiegebeurtenis me rauw en genadeloos terugwierp op mezelf, ik een schouderblessure opliep tijdens het linoprints snijden waardoor ik tot mijn grote frustratie moest stoppen met mijn werk, en waarin ik soms wanhopig zocht naar geestelijke voeding en schraging en het lang niet altijd vond.
Het verhaal dat hij schrijft, is de waterstroom die over de keien in het leven van de schrijver rolt. Zijn levensgebeurtenissen, zijn vreugde, zijn pijn, zijn verbondenheid aan de wereld, de mens.
Niet alleen wat glad en egaal is, is van schoonheid, niet alles hoeft goed te gaan, rijkdom schuilt in omarming.
Voor iedereen die hier of elders met me meeleest: bedankt voor al je reacties, je woorden, het meeleven.
Ik wens je geluk voor 2019, en wijsheid.


Hoe het verdwijnen voelt (27-12-2018)

Het is altijd verraderlijk, dat jaareinde, met emoties die zich opdringen en slecht laten duiden; de trekkende melancholie, wat is echt, wat niet, wat zal straks, als de mist van de twaalf schimmige dagen en nachten tussen kerstavond en driekoningen is opgetrokken, verdwenen zijn? 
Ik moet veel nadenken over roofvogels deze dagen. Dat komt denk ik omdat ik ze veel zie, lange autoritten naar familie elders in het land, mijn voorhoofd tegen het koude raam, de snelweg die recht en grijs langs vlakke weilanden strekt. Buizerds natuurlijk, en iedere keer als ik er een zie zitten op een paaltje of een weidehek, dan voel ik mij die buizerd. Mijn klauwen op het ruwe hout, mijn enige rugdekking is het eindeloze weiland achter me, de gure leegte als een vaccuum om me heen, mijn verenkleed dat opflakkert bij elke voorbijrazende auto, mijn snavel gekromd, mijn vleugels hoog.
Dan vraag ik mij af waarom ik hier zit, zo ongemakkelijk, mijn geest die is beschoeid met een lijf dat ik zelf nooit gekozen zou hebben, mijn wezen is hoger, vluchtig bijna, alsof ik hier niet wil zijn maar het toch moet, ik kan er niets aan doen, ik doe wat de natuur mij opdraagt, er is geen keuze.
Ik wil de buizerd aankijken, in zijn ogen zien dat het goed is zoals het is, of misschien niet, misschien wil ik in zijn ogen het pijnlijke lotsbesef zien, maar nog voor ik hem echt gezien heb is hij voorbij, ben ik voorbij.
Dan stel ik me voor hoe hij, ver achter me, opstijgt als niemand het ziet, hoe hij zijn lichaam de lucht in trekt met trage, logge vleugelslagen en verdwijnt.
En dan wil ik voelen hoe het verdwijnen voelt.


Wandelberichten 7 (19-12-2018)

Waar draait het om: is dat om wat er is in de wereld, de mensen, de dingen, het wezen, het gevoel, of is dat wat wij eraan toekennen?
Gisteren liep ik in een wandelgebied dat ik niet zo goed kende, bij de boerderij van Thuserhof. Langs de bosrand, waar aan de ene kant de open velden zich uitstrekten, in de hoop dat ik nog wat zou zien van de zonsopgang. Het was koud, rijp op het weiland, mijn benen al snel gevoelloos. De zon nog te laag, hij bleef achter de bomen.
Via een pad waar ik nooit eerder had gelopen kwam ik bij een driespong, het duurde even maar toen herkende ik het ineens, ik was, zonder dat ik er erg in had, bij de Lüzekamp terechtgekomen, dit stuk kende ik wel goed. Zo gaat dat dus blijkbaar, dan loop je een poos op onbekend terrein zonder je doel te kennen en plotseling zie je wat het al die tijd al was waar je naar op weg was.
Ik wist dat verderop, een heel stuk rechtdoor over het zandpad, een ven was, daar kwam ik als kind al, ik droomde er zelfs over. Akelige, halfblote indianen die aan de waterkant zaten. Dan smeekte ik mijn ouders om er niet meer heen te hoeven.
Ook vandaag wilde ik niet naar het ven, de indianen zijn nooit helemaal weggegaan daar, ik stond even stil en keek uit over de paardenwei. Toen viel mijn blik op de plas aan mijn voeten, hij was modderig, maar er dreef iets in. De nachtvorst had een patroon achtergelaten, een engelenvleugel zweefde in het water.
Natuurlijk was het geen engelenvleugel.
Het waren ijskristallen die volgens een wetenschappelijk verklaarbaar stramien in het water waren gevormd.
Maar ik wilde dat het een engelenvleugel was.
Ik wilde zo graag dat het een engelenvleugel was.


Pagina 17 van 33


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.