/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Account/
/Winkelmandje/

De boeken van januari en februari (30-03-2021)

Ik schrijf niet zo vaak over wat ik lees. Eerst was dat omdat ik me schaamde dat ik het lezen tijdens mijn schrijven niet meer goed verdroeg, nu is het vooral omdat ik het eigenlijk een beetje intiem vind, mijn leesvoorkeuren delen. Dit is mijn stapeltje gelezen boeken van dit jaar. ‘Ik ben er niet’ en ‘Oogst’ vond ik erg goed, door ‘Een klein leven’ worstel ik me al weken heen, dit is niet mijn soort boek. Bij ‘De meeste mensen deugen’ voelde ik me continu Vicky Pollard uit Little Britain (but yeah but no but yeah) en aan ‘Het ijspaleis’ moest ik eerst erg wennen door het simplistische taalgebruik maar vond ik later fantastisch. Shuggie Bain heb ik nog niet helemaal uit en ik vind het vertaalde accent een beetje storend, bovendien is het me iets te zeer gericht op het erg nauwsluitende verhaal. ‘De eenzaamheid in het leven van Lydia Erneman’ vind ik geweldig en kan ik iedereen aanraden, het is een boek dat heel veel ruimte biedt, het is open en weids, en daarmee verfrissend. Maar het boek dat me recht in mijn ziel raakte, dat vanaf nu mijn allermooiste boek ooit is, is ‘Het lichtje in de verte’ van Antonio Moresco. Het gaat over een oude man die zijn intrek neemt in een verlaten gehucht en iedere avond op de bergkam aan de overkant van het ravijn een lichtje ziet aangaan. Het is anders, het is nieuw, het is eenvoudig en tegelijkertijd ontzettend bijzonder. Ga het lezen.


Het lied van de spreeuw (30-03-2021)

Ik ben trots en blij dat ik kan laten zien waaraan ik de afgelopen maanden werkte. In september verschijnt het prentenboek Het lied van de spreeuw, bij de fijne Uitgeverij Ploegsma.
Uit de aanbiedingsbrochure:
De spreeuw in dit prentenboek wil een lofzang houden op wat hij allemaal ziet tijdens zijn vluchten over het land. Om zeker te zijn dat hij niets vergeet, vraagt hij alle vogels die hij kent om raad: wat moet ik in elk geval niet vergeten te vertellen?
De prachtige lino's van schrijver en beeldend kunstenaar Octavie Wolters laten een wereld zien waarin je even stil mag zijn. Om dan goed om je heen te kijken.


De boeken van maart (30-03-2021)

Vorig jaar maart heb ik met mezelf afgesproken dat zo lang de pandemie duurt ik zoveel boeken mag kopen als ik zelf wil. In dat opzicht... nee, goed, laat ik die zin niet afmaken. Afgelopen maand las ik De menselijke maat van Roberto Camurri, Roest van Jakub Malecki en Kleine hellen van Anne Moon Disko. Dat laatste is een heel licht boekje over een heel zwaar onderwerp. De hoofdpersoon zit ingeklemd tussen twee overlijdens, dat van zijn broertje dat hij nooit kende en van zijn zus. Toch lijkt het alsof elke pagina doorzichtig is, ik moest steeds denken aan een aquarelschilderij. Roest is een boek van een Poolse auteur en ik voelde de dreun van de taal in elke zin. De hoofdpersoon verliest op jonge leeftijd zijn ouders en groeit op bij zijn oma, die de sporen van de oorlog in zich draagt. Het boek had iets dwingends, net als de verhaallijnen die elkaar afwisselden, de tijdsprongen, de metaforen. Het was strak gecomponeerd en in principe houd ik daarvan. Toch voelde het in dit boek af en toe alsof het niet natuurlijk was en lijkt Malecki op het einde niet meer goed raad te weten met al die uitgezette lijnen.
Camurri schrijft in De menselijke maat schrijft heel zoekend over de inwoners van een klein Italiaans dorp die allemaal aan elkaar verbonden zijn. Het lijkt of hij telkens een andere ingang van een labyrint probeert, weer omkeert, weer opnieuw, en dan uiteindelijk, als de laatste pagina's wegtikken, zie je het overzicht, snap je wat ze zochten. Ik hou van boeken waarin de gebeurtenissen niet op de voorgrond staan of waarin de hoofdpersoon niet tot in detail is uitgetekend. Ik hou van een boek waarin er een verhaal boven de zinnen lijkt te zweven. Voor mij zijn zowel Roberto Camurri als Anne Moon Disko daarin geslaagd deze maand.


Tante K (21-02-2021)

Ik loop bij de Duitse berg, het is warm, drie kieviten schreeuwen in de blauwe lucht boven me en scheren nu en dan vlak langs mijn hoofd. Het is niet te geloven dat ik vorige week hier nog schaatste, op het ven dat nu glinsterend in de ochtendzon ligt, kleine rimpelingen op het water alsof het daaronder al broeit van nieuw leven.
Gisteren overleed mijn gehandicapte tante. Ik schreef wel eens eerder over haar, het is een wonder dat ze zo oud mocht worden gezien de zwaarte van haar syndroom, maar toch valt haar dood me zwaar. De dood van kinderen, van kinderlijken, van eenvoudigen van ziel, er steekt een onrechtvaardigheid in. Ik heb altijd vaag het gevoel dat de dood te onbegrijpelijk voor hen is, hoe moet je iets als een levenseinde uitleggen aan iemand die zich nooit buiten de onbevangenheid, de onschuld heeft begeven?
Mijn tante zei in haar laatste uren dat pap en mam er al een tijdje waren en op haar wachtten, heel dichtbij. Ik herinner me hoe ze jaren geleden ineengekrompen naar de kist stond te kijken nadat mijn oma was overleden, haar verdriet zocht zijn weg naar buiten zoals bij een gewond dier, schokkend, huilend op een toon die ik bij een volwassene nooit had gehoord.
Ik probeer de laatste tijd vaak een antwoord te formuleren op de vraag wat de relatie is tussen de natuur en mijn werk. Ik denk niet dat ik er ooit helemaal uitkom, maar vanochtend, onder de buitelende kieviten, denkend aan mijn tante, realiseerde ik me dat de natuur me laat zien dat alles er al is. Er zit een soort tijdloosheid in, een weten dat alles goed is zoals het is. Het laat me vrede hebben met hoe ik ben, wat ik doe, wat ik maak.
Ze was klaar om te gaan, tante K. Alsof ze het wist dat het zover was. En misschien had ik al die tijd wel ongelijk, is de dood niets dat je moet begrijpen, juist niet. Is het alleen maar een ontvangen, wars van elk bevattingsvermogen, en heeft mijn tante me dat gisteren laten zien.


Twinsetje (04-02-2021)

Mijn twee dochters staan voor me, 11 en 16, ze monsteren me zoals dochters hun moeder kunnen monsteren. 
'Wij kleden ons anders dan jij,' zegt de oudste.
Alsof ze het nu pas vaststelt, een beetje verbaasd.
Ze kijkt even naar haar zusje, allebei dragen ze graag wijdvallende truien, afgewassen broeken en bloezen met een houthakkersmotief. Ik vind dat ze een beetje lijken op de stratenmakers die hier voor de deur al een half jaar eindeloos de stoep openbreken, weer dichtstraten en weer openbreken, maar dat zeg ik natuurlijk niet.
Ik volg hun blikken naar mijn nauwsluitende coltruitje en mijn hoge geruite broek. Ik heb in mijn leven nog nooit een hoodie gedragen, íets van grijs tricot for that matter, of een spijkerbroek met gaten, en hoewel ik ze toen ze klein en zonder mening waren graag in smaakvolle, bij voorkeur Franse, kinderkleertjes hees, moeten ze nu vooral lekker zelf weten wat ze dragen. Als de kleine tegenwoordig een oversized trui met een sneeuwuil erop aan wil, wie ben ik dan om haar in een roze bloesje te dwingen.
'Jullie zetten je af, dat hoort zo,' zeg ik. En op een geruststellende toon, als grap, erachteraan: 'Maar over tien jaar lopen jullie er vast net zo elegant bij als ik.'
De dochters schudden gepikeerd hun hoofden. Het idee!
'Echt niet.'
Als ze daarna naar boven zijn vertrokken moet ik wel even nadenken over hoe het zal zijn over tien jaar. Dan zijn ze 26 en 21, hoe zal hun leven en de wereld er dan uitzien? Gisteren las ik in een boek over de pokkenepidemie in de negentiende eeuw die op het zuidelijk halfrond, het was de tijd van de slavenhandel, maar liefst elf jaar aanhield. In Nederland waren we er binnen twee jaar vanaf dankzij vaccinaties, maar ook hier werd flink gestorven. Ik google een beetje en zie dat er rond 1870, tijdens een flinke uitbraak, geklaagd werd dat de mensen de voorschriften slecht naleefden en dat gelovigen zich verzetten tegen inenting. Ik vraag me af of je in anderhalve eeuw tekenen van evolutie kan waarnemen, zo ja, dan heeft die niet op dit vlak plaatsgevonden, dat kunnen we inmiddels wel vaststellen. 
Maandag gaat de jongste weer naar school. Ik ben wel een beetje bezorgd, de dreiging van quarantaine, een klas vol kinderen wier ouders er allemaal andere ideeën op nahouden wat betreft het in acht nemen van de coronamaatregelen, 1870 voelt ineens als heel dicht bij.
Wel ben ik op dit moment blij met haar voorkeur voor grote truien. Het wordt koud, de deur moet open in verband met de luchtstroom, een knap twinsetje had nu natuurlijk weinig uitgehaald.


Pagina 2 van 33


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

Een overzicht van al mijn werk vind je op mijn instagrampagina.

NOG EVEN GEDULD, DE WEBSHOP IS BIJNA KLAAR

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.