/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Gladjakkers en mannenvriendschap (31-07-2021)

Als er één boek is dat je deze zomer moet lezen dan is dat Een revolverschot, van Virginie Loveling. Het boek is geschreven in 1905, met liefde gemoderniseerd door Annelies Verbeke en onlangs opnieuw uitgebracht. Het is een van de beste boeken die ik de afgelopen jaren las.
De wat tanige Marie vat een diepe verliefdheid op voor haar overbuurman, een graag geziene, aimabele man die voor iedereen een aardig woordje klaar heeft. Na lang smachten en enkele verholen aanhankelijkheden waarin hij haar het hoofd nog wat meer op hol brengt blijkt Marie niet het enige paard te zijn waarop hij heeft gewed. Ach, het is tegelijk een troost en een desillusie dat er ruim honderd jaar geleden al gladjakkers bestonden, zelfs op het pastorale Vlaamse platteland.
Een revolverschot is ongelofelijk goed geschreven, het boeit tot de laatste pagina. De verliefdheid zindert tegen het erotische aan, de argwaan spint zich langzaam maar trefzeker in de zinnen, Loveling bespeelt de emoties van de lezer zeldzaam vakkundig.
Ook een aanbeveling verdient Gesprekken met mijn tuinman, van Henri Cueco. Ik heb nooit zoveel op met het verheerlijken van het fenomeen mannenvriendschap, en toch vond ik het in dit boek heel mooi, subtiel en fijngevoelig door het verhaal geweven, de basale, bijna aardse band tussen een kunstenaar en de man die zijn moestuin verzorgt. Het boek is overigens verfilmd en nu te zien op Netflix met als titel Dialogue avec mon jardinier, ik vond het heel aangenaam om de roman en de film te vergelijken.
Een revolverschot en Gesprekken met mijn tuinman zijn boeken die je niet meteen gladgestreken en geriefelijk verwelkomen, de oud-Vlaamse zinnen kunnen je misschien doen terugdeinzen en de vorm die Cueco koos kan in het begin wat stroef aanvoelen. Maar echt, lees door en je merkt hoe mooi het Vlaams van ritme is, hoe het het gevoelsleven weerspiegelt, hoe Cueco in schijnbaar alledaagse aantekeningen een grote diepte weet te bereiken.
Lees ze allebei.


De rauwe natuur in de literatuur (20-07-2021)

Copsford van Walter Murray en Ik ben een eiland van Tamsin Calidas hebben hetzelfde thema. In Copsford verlaat een jonge man het drukke Londen en vestigt zich in een afgelegen en vervallen huis, in Ik ben een eiland is het een jonge vrouw uit Notting Hill die het probeert te redden in de rauwe natuur van een desolaat Schots eiland.
Ik weet niet zo goed of ik zelf de boeken over afzondering uit de immense aanbodzee pik of dat het er gewoon van wemelt, als een trend, een nieuw literair escapisme. Misschien is het iets anders, beschrijven deze boeken juist de bevestiging van wat we tegenwoordig allemaal voelen: de natuur is sterker dan wij. Een affirmatie van onze eigen nietigheid.
Copsford is geschreven in 1920 maar pas onlangs vertaald naar het Nederlands, Ik ben een eiland is uitgekomen in 2021, gloednieuw dus. Murray geeft de natuur de ruimte in zijn boek, hij vertelt eenvoudig over zijn strijd met het oude huis, de ratten die hem teisteren, hoe hij kruiden verzamelt, het is aan de hand van de natuuromschrijvingen dat we een beetje omfloerst maar op sympathieke wijze zijn karakter leren kennen. Ik vond het zo mooi dat ik er emotioneel van werd.
Calidas heeft in tegenstelling tot Murray veel woorden nodig, veel adjectieven ook, soms op het archaïsche af, veel gebeurtenissen, ze reflecteert een hoop en zet vooral zichzelf op de voorgrond in haar omschrijvingen over het leven op de Schotse croft.
Over trends gesproken, in De overlevenden van Alex Schulman zet de schrijver in de klare lijn zijn waar veel schrijvers zich tegenwoordig van bedienen zijn verhaal uiteen. Gladgestreken en opgepoetst werkt hij naar de apotheose toe, zijn stijl doet me nog het meest denken aan Benedict Wells en laat me stiekem vermoeden dat er een leger aan redacteuren aan heeft zitten sleutelen voor het glanzend en shiny aan zijn tocht naar de wereld kon beginnen. Schulman doet een trucje, ik zal het niet verklappen, maar als je een beetje belezen bent dan zul je al vroeg in het boek begrijpen wat er aan de hand is.
Niet op de foto staat het boek Zeebrieven, van Siri Jacobsen. Ik mocht het een tijd geleden in manuscriptvorm lezen maar sinds deze maand is het uit. In dit bijzondere boek schrijven twee zeeën elkaar brieven, ik vond het ongelofelijk verfrissend en mooi. Een boek als een kunstwerk.


Zomerhoogwater (19-07-2021)

Ik ken de rivieren in mijn omgeving bij geur. Ik groeide op aan de Roer, woonde vervolgens aan de Maas, de Waal en de IJssel, en nu alweer jaren in de stad waar de Roer uitmondt in de Maas. Ik heb nog nooit in een plaats zonder rivier gewoond, ik hou van het leven dat wonen aan het water meebrengt, van het uitzetten en inkrimpen met de seizoenen, van de lucht die het me geeft, uitkijken over het lint dat altijd verderstroomt.
De afgelopen dagen waren vervreemdend, hoogwater zijn we wel gewend in Limburg, iedere winter treedt de Maas wel een keer buiten haar oevers, maar nu, met de natuur in volle zomerstand, en de razendsnelle vaart waarmee het waterpeil steeg, voelde ik me unheimisch. Op vrijdagmiddag stond ik op de brug over de Roer met mijn moeder, het water beukte onder ons door, ik realiseerde me ineens wat het zou betekenen als de pijlers beschadigd raakten, de gedachte maakte me nerveus. Een dag later werd de brug daadwerkelijk tijdelijk afgesloten.
('Maar we moesten nog bacon naar jullie komen brengen,' appte mijn moeder zorgelijk.)
Op zaterdag bracht ik de jongste naar een feestje aan de andere kant van de Maas, op de brug stond een lange file, het water aan beide kanten was eindeloos. Er dreven caravans voorbij, tenten, en colonne van de reddingsbrigade haalde me in, er was zojuist een nooddijk doorgebroken even verderop.
Bij mijn zus in het dorp, iets ten noorden van onze stad, legden ze in de nacht een dijk aan, de haastig opgetrommelde dorpsjongens werkten zij aan zij met de Duitse brandweer, het hielp, de schade bleef beperkt.
In het klooster in mijn geboortedorp liep de bibliotheek onder water, de kostbare kerkgeschriften werden door dorpsbewoners en brandweer in veiligheid gebracht, de zusters in rubberlaarzen onder hun habijt.
Gisteren wandelde ik een stukje met de jongste, aan de weg bij de haven keken we uit over de zee. Er dobberden grote hooibalen voorbij van de boerderij met de blauw-witte luiken, overal lag wrakhout. Het water trok zich even snel terug als het was opgekomen.
Ik ken de rivieren in mijn omgeving bij geur, maar nu rook ik een Maas die ik niet kende. Het water dat gekolkt had over het zomerland en dat alle puin nog in zich droeg, uitademend in de julihitte alsof het moest bijkomen van een grote krachtinspanning. Aan mijn slippers lag een verdronken muisje, de pootjes opgetrokken als een slapende baby, alsof het geen idee had wat er allemaal was gebeurd.

(Foto: de basiliek van Sint Odilienberg, door Janneke ter Linden-Postulart)


Aan de rand van het land (15-07-2021)

Door de aanhoudende regen reed ik naar het noorden, naar de vaccinatielocatie voor mijn tweede prik. In mijn gevoerde wollen winterlaarzen, al mijn gympen zijn doorweekt en willen al dagen niet drogen door het optrekkende vocht in huis. Elders in Limburg zitten mensen vast op hun zolders in ondergelopen dorpen, zo erg is het bij ons niet, al controleren we wel elk uur nerveus onze kelder.
'Was je zo gespannen voor de inenting?' vroeg de mevrouw verbaasd toen ze zag dat ik emotioneel werd nadat de prik gezet was.
Ze was bezorgd, en sprak in Venloos dialect, dat vind ik altijd zo mooi, ik moest er nog een beetje meer van slikken.
'Nee, ik ben gewoon zo blij dat ik hem heb,' antwoordde ik.
'Wat fijn om te horen,' glimlachte ze.
Gisteravond wandelde ik bij de Duitse berg. De wolken hingen zwaar en grijs op het graanveld, mijn regenjas plakte aan mijn blote armen. Ik ging stil op het pad staan, dat doe ik elke avond daar, de zwaluwen denken dan dat ik een boom ben. Ze scheren vlak langs mijn hoofd, zo dicht bij dat ik hun spitse vleugeltjes bijna kan voelen, het is een van de gelukkigste dingen die ik kan bedenken.
De grote regenplassen ontwijkend liep ik richting het moeras, op zoek naar spirea, sinds ik het prachtige boek Copsford van Walter Murray las, ben ik gefascineerd door kruiden. Spirea vond ik niet, wel Agrimonie en kleefkruid, dat laatste was niet zo moeilijk, de hond had zich erdoorheen gewurmd en zat helemaal onder. (Ik kan overigens iedereen aanraden dit verhaal te lezen, het speelt zich af in 1920, een jonge man besluit het drukke Londen te verlaten en betrekt een vervallen huis ver van de bewoonde wereld. Er gebeurt niet zoveel maar de natuuromschrijvingen zijn wonderschoon, ik vond het fantastisch.)
Nadat de inenting achter de rug was, reed ik via een omweg terug naar huis. Bij de smalle landweg die langs onze haven leidt stonden wegversperringsborden, maar ik kon er nog net langs met mijn kleine auto. In de bocht bij de rivier moest ik natuurlijk alsnog stoppen, het water was over de weg gelopen. Ik ken het beeld wel, het gebeurt elke winter wel een keer, alleen is het dan guur en kaal. Het zag er nu vervreemdend uit, met al dat groen.
Ik heb de hele tijd het gevoel dat er zoveel gebeurt, dat er zoveel aan de hand is, alsof de wereld in een jachtig tempo vanalles op ons afvuurt. En toch, hier, aan de rand van het land, op de afgesloten weg, stond ineens alles stil en was er niets meer dan de essentie, de natuur.


Werk opgenomen in het prentenkabinet Leiden (07-07-2021)

Ik ben ontzettend trots dat ik kan vertellen dat drie van mijn linosneden zijn aangekocht door het prentenkabinet van de Universiteitsbibliotheek Leiden. Iets meer dan tweehonderd jaar geleden werd het prentenkabinet (the Leiden Print Room) opgericht, op dit moment onderdeel van de Leidse Universiteitsbibliotheek. Het prentenkabinet heeft een lange en rijke geschiedenis en een omvangrijke collectie prenten en tekeningen, van zeldzame zestiende eeuwse werken tot en met recente aankopen van hedendaagse kunstenaars. In bezit zijn werken van onder andere Jacob van Ruisdael, Rembrandt en Jan Luyken, die via de website of digitale platforms bekeken kunnen worden, maar ook live, voor onderwijsdoelstellingen en via wereldwijde tentoonstellingen. Werken uit de collectie zijn uitgeleend aan musea in niet alleen Nederland maar ook in onder andere Tokyo, New York en Rio de Janeiro. 


Pagina 5 van 39


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2022)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering