/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Opengebroken (26-08-2020)

De straat is opengebroken, vlak voor ons huis is een diep gat gegraven. Waar ik al dagen mopperend sta te klagen dat de bulldozers en vrachtwagens lawaai en rommel maken, staat W verlekkerd te kijken naar hoe het asfalt van de weg wordt geschraapt en een voertuig op rupsbanden schokkerig langs ons raam voortbeweegt. 'Kijk dan! Wat een machtig apparaat! Kijk die banden, Octavie!'
Om het gat is een hek geplaatst, toen ik gisteravond laat Wiesje nog even had uitgelaten, had ik even door de tralies naar beneden gekeken, het is enorm diep, minstens drie meter. Er was verder niet veel aan te zien, ik had misschien gehoopt op iets spannends op de bodem, oude leidingen, een resten van een Romeins badhuis, een lekker luguber skelet, je weet het niet, maar nee, er lag alleen maar saai grijs zand.
'Ik ken jou!' hoorde ik ineens achter me. 'Ik herken je van de foto achter in je boek, ik heb het net gelezen!'
Toen ik opkeek zag ik de vrouw staan, ik had haar nooit eerder gezien. Zonder mijn antwoord af te wachten praatte ze door.
'En ik heb het al aan drie mensen uitgeleend die het ook al hebben gelezen!'
'Ah,' zei ik onnozel.
'O, dat had ik misschien niet moeten zeggen, van dat uitlenen,' zei de vrouw, ze keek ineens een beetje schuldbewust. Blijkbaar had ze zich gerealiseerd dat boeken uitlenen voor een schrijver financieel niet erg gunstig is. Tenzij je een bibliotheek bent natuurlijk.
'Och,' zei ik maar.
Vanochtend laveerde ik de jongste tussen alle machinerie door richting school, er stond een kluitje werklui gebogen over de kuil. Ze praatten met grote gebaren, gingen even rechtop staan, wezen opgewonden naar de bodem en bukten weer voorover om nog een keer te kijken. Ik vroeg me af of er in de loop van de nacht iets met de kuil gebeurd was, misschien was er iemand in gevallen, een straatschoffie dat over het hek was geklommen, of had ik iets over het hoofd gezien gisteravond, toch een skelet. Maar toen ik een blik wierp was alles nog hetzelfde. Saai grijs zand. Blijkbaar bouwden ze in hun gesprek een beeld op, iets toekomstigs misschien, wat er nog moest gebeuren, ze zagen iets bijzonders maar mijn lekenoog kon het niet waarnemen.
Ik moest denken aan de twee exposities die ik dit najaar heb. Op mooie, bijzondere plekken. Ik ben druk bezig met de voorbereidingen al klinkt dat meteen alsof ik heel gestructureerd allerlei lijstjes aan het afwerken ben. Het tegenovergestelde is aan de hand, ik probeer juist zoveel mogelijk te maken wat ik zelf wil, niet na te denken over wat goed zal verkopen of wat mensen graag willen zien, maar wat ík wil menemen. Er lijkt een vreemde tegenstrijdigheid in te zitten, maar toch werkt het zo, alleen op deze manier kan ik de lijn tussen mij als maker en het publiek als ontvanger zo kort mogelijk houden, door mijn individuele creativiteit brandend te houden. Als ik ga nadenken over een opbrengst of een doel dan loop ik vast. Ik zie het overal om me heen gebeuren, mooie, authentieke ideeën die uit hun context worden gehaald en ingezet worden voor winstbejag. Het is als het afsnijden van de stengel van een bloem, dat kun je doen, de bloem blijft met geluk een weekje mooi, maar om de plant te laten overleven heb je de wortel nodig. Echte, pure ideeën eisen een dito uitwerking, met de ogen op het verloop gericht en niet op het doel.
Waar de bouwvakkers om de kuil stonden en iets zagen dat ik niet kon zien, maar wat er voor hen wel degelijk was, zo is ook dit een werkelijkheid die er is maar die niet iedereen kan waarnemen. Creëren vanuit de diepste ik om zo op het fundamenteelste niveau contact te maken met de medemens.
Zo werken vraagt vertrouwen. Ik gun het iedereen.


Goed (23-08-2020)

Ik stond op der Wiese, het weitje, bij het haventje, het water scheen donkerblauw, witte kopjes op de golven. Er voeren alleen een paar grote zeilboten op het open gedeelte van de meest zuidelijke plas, het was nog vroeg, de meeste bedrijvigheid vond plaats op de steigers. Ik hou van de geluiden van de haven, vooral met deze wind, het geklingel van de masten, het doffe klotsen van de stootwillen tegen de randen.
Op de jeugdzeilsteiger waren de instructeurs bezig om alles klaar te maken voor de zeillessen, vanaf volgende week zijn er nog een paar cursusdagen, de enige dit jaar, door de pandemie kon alles aanvankelijk niet doorgaan. De oude grijze W, een trouwe bekende op der Wiese, hielp een handje, toen hij me zag zwaaide hij en liep naar me toe.
'Ik heb je boek gekocht,' zei hij. 'Nog niet gelezen maar wel al wat doorheen gebladerd.'
Ik knikte, hij schrijft ook. Na een werkend leven als journalist bij de nationale Duitse televisie werkt hij nu aan een boek. Over zeilboten natuurlijk, dat laat zich raden.
'Je hebt een ongelofelijke makkelijke manier van schrijven,' zei hij. 'Ik ben jaloers op mensen die de zinnen zo uit hun mouw schudden.'
Ik wist niet goed wat ik moest zeggen. Of ik moest vertellen dat het boek juist tot stand was gekomen door een periode dat ik het niet meer kon. Dat er juist geen woord meer uit me was gekomen. Ik besloot te zwijgen, hij zou het vanzelf wel merken.
'Het gaat goed met het boek hè,' zei hij.
Ik dacht aan de foto die mijn uitgever me net had gestuurd, de herziene pagina waaraan nu de vijfde druk was toegevoegd. 
'Erg goed,' antwoordde ik.
Een rank zeilschip voer voor ons uit de haven uit, de wind stootte in het zeil. Verderop vloog een zwaan traag klapperend over het water, zijn vleugels raakten het wateroppervlak net niet.
'Wat fijn,' zei de oude W.
En dat is het.
Ongelofelijk fijn.


Goed (03-08-2020)

W is met de kinderen een houtoventje aan het bouwen in de tuin. Een bakhuisje waarin we pizza's, vlaaien en broden kunnen bakken. Het hele grasveld ligt al weken vol bouwmaterialen, cement en pontificaal in het midden staat de koepel die ze net hebben afgesmeerd over een skippybal bedekt met cellofaan en die nu nog minimaal twee weken moet drogen.
Het is geen gezicht.
Tussen al deze troep zat ik een poging te doen tot vakantie toen mijn telefoon ging.
'Nou,' zei de journalist vrolijk, 'en zullen we dan het interview lekker bij jou in de tuin doen?'
Echt op vakantie gaan we niet dit jaar. Ik geloof niet dat ik echt tot rust ga komen als ik in een hotelbed moet gaan liggen waar de kans bestaat dat er iemand voor me in het matras heeft liggen hoesten.
Wel gingen we kamperen in de familiewijngaard. Dat was wel bijzonder, de nacht doorbrengen op de grond die al zo lang in de familie is, waar ik zoveel herinneringen heb. Wiesje mocht voor het eerst mee in de tent, dat was een matig succes, ergens halverwege de nacht kroop er iets harigs naast me op mijn luchtbed dat me in mijn gezicht begon te likken, ik wist vrij zeker dat het W niet was.
Om half drie waren we met z'n allen wakker en kropen de tent uit, het leek niet helemaal donker, er waren heel veel sterren. Het achterste gedeelte van de wijngaard bestaat uit een flink grasveld dat aan twee kanten omzoomd wordt door mais. Plotseling spong er een grommend dier uit de dichte haag, het was een ree, die blaffen als er gevaar is, we luisterden hoe het geluid wegstierf in de richting van het bosje.
Het boek ligt sinds vrijdag in de winkel, dat is een gek gevoel. Deze periode net na verschijnen voelt geluidloos. Ik heb de afgelopen weken heel hard gewerkt en nu is er niets, het maakt me onrustig, mijn hoofd trekt, ik zoek naar manieren om het hongerende zuigen te stillen. Ik schreef Slot per ongeluk, het gebeurde gewoon, het kwam zonder dat ik er erg in had. Ik stel me voor dat het zo moet voelen als je bevalt zonder dat je wist dat je zwanger was. Nu denk ik veel na over hoe de condities waren waaronder ik blijkbaar in stille rust een boek kon laten vormen, waar ik de kracht vond om het precies zo te maken zoals ik het zelf wilde. Ik ben er nog niet uit, en misschien is het ook wel zinloos, een volgend boek vergt een nieuwe situatie, weer andere scheppingsvoorwaarden.
Dit weekend zette ik mijn nieuwe boek naast mijn debuut in mijn boekenkast. Twee boeken, dat is al bijna een oeuvre.


1 (26-07-2020)

Er liepen drie jongetjes op de smalle landweg die langs het huis van mijn ouders loopt. Ze waren blond en hadden schelle stemmen, wat ze precies zeiden kon ik niet verstaan, de wind verwaaide hun woorden, maar het ging over het hondje dat ze met zich meetrokken. Hij zat aan een rood riempje waar de kleinste van het stel driftige rukjes aan gaf, ik kende de terriër wel, zijn vacht had dezelfde kleur als het haar van de jongens, maar mijn hoofd schakelde niet meteen waarvan ook alweer.
Ik besteedde er geen aandacht aan, maar vijf minuten later steeg het geschetter van hun stemmen op uit het kleine bos dat grenst aan mijn ouders tuin. Het is een beetje een gek bos, het is maar klein en heel rommelig, veel vlier, dat is toch een beetje onkruid, op ongeveer eenderde loopt een pad naar het erachtergelegen weiland, het pad is sinds een paar jaar vergrendeld met een flinke boomstam zodat er geen auto's meer zomaar in kunnen rijden. 
Een poos geleden was de rentmeester op bezoek gekomen bij mijn ouders. Het dorp waarin ze wonen en waar ik opgroeide is van oudsher verdeeld in twee helften. De noordgrens van het dorp wordt gevormd door de kleine rivier die ontspringt in Sourbrodt, een hooggelegen onherbergzaam gebied midden in de hoge venen, en stroomafwaarts mondt ze uit in de Maas, in de kleine stad iets ten noorden van het dorp. Aan de westelijke kant van het dorp is de meeste grond in de loop van de eeuwen altijd in handen geweest van de eigenaren van de witte hoeve die verscholen ligt in het moeras achter de kerk, aan de oostelijke kant is alle grond van oudsher bezit geweest van de adellijke familie die het kasteeltje net over de brug bewoonde, maar waarvan niet lang geleden de laatste bewoonster is gestorven. De erfgenamen wonen elders in de wereld en interesseren zich niet in het kleine slot, ze laten hun rentmeester de grond beheren, en die stond op een dag bij mijn ouders op de stoep. Of zij het vreemde bosje, al sinds mensenheugenis eigendom van de familie, wilden gaan beheren.
Ik vond dat een gekke vraag, al sinds ik me kan herinneren voelt het bosje als mijn persoonlijke bezit, ik groeide er op, klom in elke boom die er stond, bouwde er ondergrondse hutten en trok de strikken dicht die dorpsbewoners er stiekem neerlegden.
 


SLOT (26-07-2020)

Mijn nieuwe boek SLOT ligt in boekwinkels in Nederland en België, en bij de online boekhandel. Uitgegeven door Gloude Publishing, Amsterdam.

SLOT  bevat teksten en beeldend werk uit de periode 2019 - 2020. Over depressie, een gesloten land en de vraag of de ene vergrendeling een andere kan openen. Ik heb het gemaakt omdat ik open wilde zijn over mijn depressie en wilde laten zien hoe het alle facetten van mijn leven beïnvloedde, mijn leven, mijn gezin, mijn werk, mijn kijk op het verleden en de toekomst. Dat de nevel nooit helemaal eindigt maar dat het wel beter kan worden, en soms op onverwachte momenten zelfs tot rijkdom kan leiden.

Dit boek is een aanrader!
-Weekblad Margriet

Dit oprechte boekje is een heel fijn tijdsdocument. Het gaat niet alleen over ‘de mist’ van Corona en de bijbehorende lockdown maar ook over die van depressie. Octavie schrijft vol liefde over haar leven met man, hond en dochters. De linosneden zijn prachtig.
-Emy Koopman

Goed geschreven en erg nuttig om het allemaal weer in herinnering te roepen. Dit is de enige manier om over deze crisis te schrijven: registreren wat er geberurt met jou en de jouwen en je directe omgeving.
-Rob van Essen

Wolters schrijft sterk en zonder sentiment op een grappige, luchtige toon die vertrouwen geeft. De verhalen zijn herkenbaar en ontroerend.
-Jan van Mersbergen

Een prachtig en bijzonder boek. Een aanrader, over depressie en Corona en dat dan op een hele fijne lichte en directe toon. 
-Katinka Polderman

Dit boek ontroert me, zelfs bij tweede lezing. Het is heftig maar het laat je ook glimlachen. Het leest alsof je naast de schrijfster staat. Je wil met haar lachen en een arm om haar heenslaan.
-Meriam Wehrens, boekhandel Van Piere

Bovendien is dit het eerste boek waarin de covid-crisis echt op een literaire manier wordt ingezet: de wereldwijde crisis spiegelt zich in de crisis waarin het hoofdpersonage zich bevindt; en dat is werkelijk heel goed gedaan, literair-technisch en schrijf-technisch gezien.
-Chrétien Breukers

Prachtig verwoord, goed leesbaar, mooi geïllustreerd en ontroerend. Vijf sterren meer dan waard.
-Hebban

Een helder, ontroerend en indrukwekkend boek. Octavie schrijft met ogenschijnlijk gemak over hoe haar schrijven juist zo lang op slot heeft gezeten, dat is bijzonder, het zorgt voor licht in het boek omdat je weet dat bij het ontstaan van het boek toch iets is losgebroken, en dat geeft zelfs de donkerste delen over haar depressie een uitzicht. 
Slot heeft prachtige observaties en beschouwingen, met soms een paar gedachten die me plots inzicht gaven in zaken die me zelf ook bezighielden. Ik las het in één ruk uit. 
-Lize Spit

De beste literatuur laat je dingen in jezelf herkennen, waarvan je niet wist dat ze deel van je uitmaakten. Slot is een voorbeeld bij uitstek.
-Peter Abelsen

Hoe wankel het gemoed ook is, Wolters' pen is altijd trefzeker. Slot leest als een opmerkelijk open, eerlijk en helder relaas over hoe het voelt om op de rand van de bevrijding na een depressie te staan, terwijl de wereld rond je op slot gaat.
-Sien Volders

Ik vond Slot erg indringend, herkenbaar en treffend. Een tijdsdocument!
-Iris Boter

Verleden en heden, binnenwereld en buitenwereld, crisis en verlossing lopen zo voortdurend door elkaar. De tekeningen van Wolters in depressie konden net zo goed de staat van haar medemens een paar maanden later weergeven – terwijl ze zelf in die periode begon op te krabbelen. Wat zich onder andere uitte in een nieuwe openheid voor de realiteit. De titel Slot is mooi dubbelzinnig: terwijl de wereld op slot gaat, komt er, misschien, een slot aan de acute depressie.
-Marc van Oostendorp

Meer informatie, achtergronden en een fragment vind je op de site van Gloude Publishing.
Het radio-interview vind je op de site van L1-cultuurcafé.
Hoogleraar Nederlands Marc van Oostendorp schreef over SLOT op zijn website.
Chrétien Breukers schreef mooie woorden op literair weblog De nieuwe contrabas
Dagblad De Limburger plaatste een interview in de krant
Dolf Wagenaar schreef een gloedvolle recensie op dolfwagenaar.nl.
Jan van Mersbergen schreef een prachtige recensie op janvanmersbergen.nl.
Vragen: octaviewolters@gmail.com


Pagina 5 van 34


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering