/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Twinsetje (04-02-2021)

Mijn twee dochters staan voor me, 11 en 16, ze monsteren me zoals dochters hun moeder kunnen monsteren. 
'Wij kleden ons anders dan jij,' zegt de oudste.
Alsof ze het nu pas vaststelt, een beetje verbaasd.
Ze kijkt even naar haar zusje, allebei dragen ze graag wijdvallende truien, afgewassen broeken en bloezen met een houthakkersmotief. Ik vind dat ze een beetje lijken op de stratenmakers die hier voor de deur al een half jaar eindeloos de stoep openbreken, weer dichtstraten en weer openbreken, maar dat zeg ik natuurlijk niet.
Ik volg hun blikken naar mijn nauwsluitende coltruitje en mijn hoge geruite broek. Ik heb in mijn leven nog nooit een hoodie gedragen, íets van grijs tricot for that matter, of een spijkerbroek met gaten, en hoewel ik ze toen ze klein en zonder mening waren graag in smaakvolle, bij voorkeur Franse, kinderkleertjes hees, moeten ze nu vooral lekker zelf weten wat ze dragen. Als de kleine tegenwoordig een oversized trui met een sneeuwuil erop aan wil, wie ben ik dan om haar in een roze bloesje te dwingen.
'Jullie zetten je af, dat hoort zo,' zeg ik. En op een geruststellende toon, als grap, erachteraan: 'Maar over tien jaar lopen jullie er vast net zo elegant bij als ik.'
De dochters schudden gepikeerd hun hoofden. Het idee!
'Echt niet.'
Als ze daarna naar boven zijn vertrokken moet ik wel even nadenken over hoe het zal zijn over tien jaar. Dan zijn ze 26 en 21, hoe zal hun leven en de wereld er dan uitzien? Gisteren las ik in een boek over de pokkenepidemie in de negentiende eeuw die op het zuidelijk halfrond, het was de tijd van de slavenhandel, maar liefst elf jaar aanhield. In Nederland waren we er binnen twee jaar vanaf dankzij vaccinaties, maar ook hier werd flink gestorven. Ik google een beetje en zie dat er rond 1870, tijdens een flinke uitbraak, geklaagd werd dat de mensen de voorschriften slecht naleefden en dat gelovigen zich verzetten tegen inenting. Ik vraag me af of je in anderhalve eeuw tekenen van evolutie kan waarnemen, zo ja, dan heeft die niet op dit vlak plaatsgevonden, dat kunnen we inmiddels wel vaststellen. 
Maandag gaat de jongste weer naar school. Ik ben wel een beetje bezorgd, de dreiging van quarantaine, een klas vol kinderen wier ouders er allemaal andere ideeën op nahouden wat betreft het in acht nemen van de coronamaatregelen, 1870 voelt ineens als heel dicht bij.
Wel ben ik op dit moment blij met haar voorkeur voor grote truien. Het wordt koud, de deur moet open in verband met de luchtstroom, een knap twinsetje had nu natuurlijk weinig uitgehaald.


Nieuwe ronde, nieuwe kansen (05-01-2021)

Gisteren begon het thuisonderwijs weer, ik had met de jongste haar bureautje zondag al van haar slaapkamer gehaald, het grondig schoongemaakt, de schoolspullen geordend, een goede start was het halve werk tenslotte. We hadden de eerste vergrendeling gered, deze zouden we ook wel even tackelen en er was precies één ding dat me erger leek dan de spagaat werk-thuisonderwijs en dat was de gedachte dat mijn kinderen opgepropt in een klaslokaal zouden moeten zitten waar een akelige corona-mutatie om zich heen greep.
De jongste zelf had er ook zin in, ze sleep al haar potloden drie keer met haar nieuwe elektrische slijper, aan dat geluid zou ik vast wel wennen, ze ging alvast zitten om te kijken of alles netjes binnen handbereik stond, verschoof haar bureaulegger nog een millimeter naar links voor de optimale leerbeleving, en we waren er helemaal klaar voor en ontzettend tevreden met onszelf.
Er is enerzijds die vreemde, wat laconieke gewenning, zo in deze tweede vergrendeling, been there, done that, en anderszijds voel ik hoe een bepaalde vermoeidheid door mijn aderen trekt. Al bijna een jaar bezorgd, al bijna een jaar op mijn hoede, en, misschien wel de grootste vermoeier van alles: al bijna een jaar een hoofd dat uit alle brokjes nieuws en omgevingsverhalen een beeld van de werkelijkheid probeert te boetseren. In mijn dagelijkse leven laveer ik tussen allerlei groepen, allerlei bubbels, media, meningen, ideeën, overtuigingen, en valt het me vaak zwaar om uit die continue stroom een screenshot te maken: dit is wat ík denk, zo is het, dit is de waarheid. Heb ik net de ene overtuiging omarmd, komt er iets langs dat alles pootjelapt en kan ik weer opnieuw beginnen.
Natuurlijk viel het allemaal vies tegen, die eerste dag. De jongste sliep tot elf uur en ik kon het niet verdragen haar wakker te maken, toen eindelijk alles op gang was en ik wijs was uit alle stapels papieren kreeg ik alweer naar mijn hoofd geslingerd dat ik alles zo anders deed dan juf. Ik was antwoordvellen kwijt, het beeldbelprogramma werkte niet, de slijper daarentegen deed het juist ontzettend goed en wel de hele dag door.
Aan het einde van de middag gingen we nog even naar buiten in het kader van de beweging. Het was koud en nat, het bospad modderig. Mijn laars lekte, mijn linkersok was drijfnat en ik was al drie keer bijna uitgegleden.
'Dit is zo'n beetje hoe bijna een jaar in een pandemie voelt,' zei ik mistroostig.
Maar de kleine was al voor me uitgerend, ze hoorde me niet eens meer.


Jaaroverzicht 2020 (27-12-2020)

Laten we eerlijk zijn, 2020 was over het algemeen nogal een prakjaar. Ik feliciteer iedereen bij dezen die het tot hier gered heeft zonder krankzinnig te worden, inclusief mijzelf. Ik zou nu kunnen zeggen dat zo'n jaar niet al te veel woorden verdient maar omdat de traditie dicteert dat ik hier een jaaroverzicht schrijf, ik hondstrouw ben en ik nu eenmaal graag de nuance zoek, schrijf ik hier mijn jaarlijkse stuk.

Het jaar begon voor mij met nog één voet stekend in het depressie-ravijn en als ik nu terugkijk had ik naar mijn idee zo rond maart, toen het coronafeest echt goed op gang kwam in Nederland, de keuze uit twee wegen: of ik stak ook mijn andere voet erbij in de diepte en zou weer wegzinken, of ik greep me vast aan de laatste strohalm en waagde de sprong. Het werd het tweede. De strohalm bleek juist datgene te zijn waar ik al twee jaar doodsbang voor was: schrijven. Op de eerste dag van de vergrendeling, 16 maart 2020 schreef ik mijn eerste dagboekstuk, heel langzaam kwamen de woorden terug die ik al zo lang kwijt was geweest. Tot en met mei schreef ik elke dag, documenterend, zoekend, geleidelijk voegde de depressie zich in mijn verhaal. Hoewel de publieksreacties vanaf het begin overweldigend waren dacht ik er niet bij na welk doel mijn schrijven zou moeten hebben, tot een bevriend auteur me erop wees dat er een boek in zat. Ik proefde het idee, er vormde zich een concept in mijn hoofd.

Het was juni, er lag een aarzelend manuscript, ik vormde de compositie, herschikte wat, en ineens wist ik het: dit was wat ik wilde maken, precies dit. Mijn uitgever had het inmiddels gelezen en geweigerd, hoewel dit me erg veel pijn deed gaf het me tegelijkertijd een gevoel van vrijheid om het nog meer om te buigen naar hoe ík het wilde. Ik besloot mijn beeldend werk toe te voegen en het zelf uit te geven als een gelimiteerde kunstuitgave. Daarna ging het razendsnel. Binnen anderhalve week verkocht ik drie oplages uit. Niet lang daarna belde een andere uitgever en werd Slot alsnog landelijk gepubliceerd, ik voelde me gedragen door collega-schrijvers die er lovende woorden over spraken, en volgden er nog eens twee drukken.

Achteraf is het moeilijk te zeggen hoe gebeurtenissen met elkaar samenhangen, óf ze wel samenhangen, maar Slot en de aandacht die het kreeg leken een katalysator voor wat er in die tijd op me af kwam. In september opende ik mijn eerste expositie, ik verkocht zoveel beeldend werk dat ik het handmatig niet meer bij kon benen met afdrukken. Eind september besloot ik om een drukpers aan te schaffen en tot op de dag van vandaag ben ik intens gelukkig met dit apparaat. Daarnaast kwam het schrijven weer steeds meer op gang en schreef ik een bijdrage voor een bundel onderwijsverhalen en de tekst voor het prentenboek waaraan ik ondertussen ook nog werkte, in opdracht van een mooie kinderboekenuitgever. Ik maakte een omslagillustratie voor een essaybundel van George Orwell. Eind december ontving ik een onderscheiding voor Slot en de bijdrage die ik daarmee geleverd heb voor de stad waarin ik woon in coronatijd.

Naast mijn werk, naast corona, naast de uitlopers van de depressie, gebeurde er nog veel meer in 2020. Fijne dingen, Wiesje kwam, ons nieuwe hondje, er waren fijne zomerdagen waarop we in ons haventje scharrelden, zwommen in onze stille rivierbocht, er was het inzicht dat we het als gezin heel goed blijken te doen in crisistijd. W en ik samen aan het roer, met onze dochters die zich soms aanvaardend, soms opstandig, maar altijd wijs en met oog voor de medemens, schikten in de nieuwe wereld.

Maar er waren ook nare gebeurtenissen. Halverwege het jaar kregen we een bericht waardoor we wekenlang amper konden slikken, zo groot was het verdriet dat zich samenbalde in onze kelen, een dierbaar familielid bleek ernstig ziek. In zijn stroom nam het zorgen mee en verdriet, het knakte ons en haar toekomstbeeld om als luciferhoutjes en zorgde er mede door dat ik mijn nieuwe neefje, nu een half jaar oud, nog nooit heb gezien. Ik leerde dat werkelijk niks doet ertoe als de toekomst van iemand van wie je houdt tot stof geslagen is.

2020 liet me inzien wat mijn drijfveren zijn, dat ik iets wil en kan geven aan de wereld, dat ik in schoonheid en esthetiek de verbinding zoek met de medemens. In 2020 heb ik geleerd dat ik niemand nodig heb voor mijn creatieve proces, een besef dat ik hard en met bloedende knokkels heb moeten bevechten maar dat me nu een enorme speelruimte geeft. Ook liet het jaar me inzien dat niet alle mensen het goed met me voor hebben, dat narigheid niet per se een silver lining heeft en dat niets in dit leven maakbaar is. Dingen die ik vaag al wel wist maar waarvan de ware aard nu pas tot me doordringt.

Het schrijven is nog niet volledig terug. Het manuscript van mijn tweede roman geeft me nog steeds buikpijn. Er zal langzaam iets nieuws komen verwacht ik, een nieuwe vorm van fictie schrijven, ik wacht het geduldig af, het zal zich ontvouwen.

Voor 2021 staan er mooie dingen op de agenda, te beginnen met een prachtig project waaraan ik mocht meewerken en dat in januari onthuld zal worden, een mooie nieuwe expositie, het prentenboek en hopelijk -HOPELIJK- snel een vaccin.
Ik wens jullie een goede Rutsch, lieve mensen, en een heel mooi, bijzonder, inzichtrijk 2021.


Capibara (25-12-2020)

Gisteravond, kerstavond, liepen W en ik nog een rondje langs de Duitse berg. Het schemerde al, maar de wolken werden van onderop verlicht door de laatste stralen zon, een felle roodroze baan waaierde boven ons uit. Vlak bij het pad waar we vaak lopen ligt een boerderijtje. Vanuit de weg kun je het niet zien, het ligt verscholen achter bomen en struiken en groot stuk grond met een hek eromheen, er wonen pauwen, een paar herten, ganzen, geiten en wat uitheemse diersoorten waar ik de naam nooit van weet. We liepen er langs en zagen dat het hek een beetje open was, een van de dieren was ontsnapt.
'We moeten even aanbellen, die wordt zo aangereden,' zei W.
Via een zandpad verderop liepen we achterom, we waren hier nog nooit geweest. Op het erf blaften twee honden, bij een grote poort was een bel, ik wachtte op veilige afstand. In dit soort situaties kan ik heel gemakkelijk al mijn feminisme even aan de kant schuiven.
'Wat was het eigenlijk voor beest?' riep W me toe, terwijl hij de bel indrukte.
Ik haalde mijn schouders op. 'Geen idee, een capibara ofzo.'
Het was een grap, capibara was het enige woord dat in me opkwam, maar W werd al in beslag genomen door het stokoude vrouwtje dat vanuit de voordeur naar buiten schuifelde op haar pantoffels.
'Er is een beest ontsnapt,' zei hij.
'Waat?' hijgde het vrouwtje, haar dunne grijzen haren waaiden licht op.
'Een van uw dieren is ontsnapt,' herhaalde hij. 'Het hek is open aan de voorkant.'
'Waat?'
Ik verplaatste mijn gewicht van mijn ene been naar mijn andere. Dit kon nog wel eens lang gaan duren en de honden blaften hardnekkig door.
'Het hek is open!' zei W. 'Er loopt een beest op de weg!' 
Hij maakte er grote gebaren bij. 
Het vrouwtje keek hulpeloos.
'UW CAPIBARA IS ONTSNAPT,' brulde W.
'Hahaha,' deed ik.
Het kwam allemaal goed. Het beest werd gevangen en keurig in zijn warme stal gezet, wij vertrokken naar huis, het was inmiddels echt bijna donker. Thuis vierden we met onze dochters kerstavond en zochten op hoe een capibara eruit ziet. Het leek in de verste verte niet op wat we gered hadden.
Het maakt niet uit.
Ik wens jullie fijne kerstdagen, lieve mensen. 


In dit huis (04-12-2020)

Ik fietste weer eens naar school met de jongste, dat was lang geleden, ze wil het niet meer, gezien worden met haar moeder, ze kan het wel alleen. Maar vanmorgen had ze me nog even nodig, een grote surprise voor haar klasgenootje in een tas van de Coop gepropt, ze wist niet hoe ze het ding in haar eentje op haar fiets mee moest krijgen.
Ik fantaseer wel eens over later, als ik al lang dood ben, en hoe mijn dochters dan herinneringen ophalen aan mij. Ze zullen dingen zeggen als: 'Onze goede moeder was slim en wars van burgerlijkheid.' En: 'Het was een vrije ziel, ze trok zich van niemand iets aan.' Daarna zullen ze vlaai eten zoals ik het ze geleerd heb en vertederd lachen om mijn fascinatie voor kitscherige Duitse stadjes in de Eifel of het Moezelgebied.
Ik ben gek op de Eifel maar ik word daar niet echt in begrepen, al las ik tot mijn verbazing laatst een nieuw uitgekomen boek dat zich in de regio afspeelt en de afgelopen dagen keek ik een Netflix-serie met Monschau als decor. Misschien is de Eifel hip aan het worden, ik hoop het niet, laat de verlaten kronkelweggetjes in vredesnaam met rust, voor je het weet staat er een pretpark in de Hautes Fagnes.
Afgezien van de suprise in de klas van de jongste is het Sinterklaasgebeuren een aflopende zaak hier in huis, met een kind van bijna zestien en eentje van bijna elf. Omdat ik daar nog niet helemaal aan wil had ik de kinderen wel nog iets in hun schoenen gestopt, maat 43 en maat 39, voor allebei een krijtstift. Daarmee kun je op ramen tekenen, dat vond ik denk ik vooral zelf erg leuk. Zo had ik er deze week al een grote naakte vrouw mee op de keukenruit gemaakt, ik weet ook niet zo goed hoe die dingen ontstaan in mijn hoofd, maar ze stond er ineens.
Gisteren lette ik even niet op en in die tijd had de oudste de stift ter hand genomen. In volmaakt truttig handletterschrift had ze er leuzen op geschreven als LIVE LAUGH LOVE en IN DIT HUIS HEBBEN WE LOL, ZEGGEN WE SORRY, ALSJEBLIEFT EN DANKJEWEL, DOEN WE ONS BEST, ZIJN EEN FAMILIE, DIT IS THUIS.
Ze grijnsde tevreden toen ze mijn vertrokken gezicht zag. 
Ik heb haar vervolgens vanzelfsprekend de deur uit gezet, ze zoekt maar een nieuw lief thuis, bij voorkeur met een steigerhouten interieur.
Precies elf jaar geleden was ik hoogzwanger, een kleuter aan mijn rok, een jonge hond aan mijn voeten, ik pakte de Sinterklaascadeautjes uit met mijn buik als tafeltje, toen moest alles nog beginnen en nu is er alweer zoveel voorbij.
Ik vermoed dat dit is wat ze leven noemen, en er zit weinig anders op dan mee te deinen en de lol ervan in te zien. Eigenlijk precies zoals er tegenwoordig op mijn keukenraam staat: live laugh love.


Pagina 5 van 35


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering