/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Account/
/Winkelmandje/

Wereldadem (27-05-2020)

Er is een nieuw woord voor wandelen, bosbaden heet het nu, het komt uit Japan. Ik vind het een opmerkelijk woord en vraag me af of het ook tegenovergesteld zou werken, dat zwemmen in de zee bijvoorbeeld zeewandelen zou gaan heten. Zeewandelen, een zeewandeling maken, dat klinkt toch prachtig. Veel mooier dan het banale 'ik ga een stukje in de zee zwemmen.' Daar zie ik een plaatje bij van een badgast die moeizaam door smerig Noordzeewater ploegt, geen elegant tafereel.
Gisteren kwam ik in een boek het woord Wereldadem tegen. De schrijver stond op een klif en keek uit over de zee, het waaide, de wind noemde hij de wereldadem. Hoewel het boek een beetje grijs en statig is, het is geschreven door een oude Duitser, zag ik door de wereldadem ineens een fantastisch plaatje voor me van de aarde die in beweging is, die bonkt en stampt van het leven, die uitzet en krimpt en zijn longen vult en uitblaast, die de lucht in grote stromen over de continenten en oceanen beweegt, en ik dacht: ja, dat is precies wat de wind is: wereldadem.
De jongste gaat twee dagen per week naar school, de oudste volgt dinsdag, als de middelbare scholen weer opengaan. De laatste dagen tikken nu echt weg. In de kast staat een doos mondkapjes, ik heb er nog geen geprobeerd. Soms stel ik me voor, als ik in een ruimte ben met een onbekende, hoe de lucht eruit ziet, wat de ander uitademt en hoe dat door de kamer wordt geblazen.


Piepertje (22-05-2020)

Vorige week waren de aardappelplantjes op de grote akker bevroren maar ze hadden zich wonderbaarlijk hersteld. Er steeg een kleine goudkleurige vogel op tussen twee bedden, hij hield ons in de gaten, de twee mensen met hond die op het pad verderop liepen, tussen het uitbloeiende fluitenkruid.
'Wat is dat voor vogel?' vroeg ik.
Het was een retorische vraag, ik ben degene die de namen van planten en dieren weet en ze de kinderen leert, W heeft er geen verstand van.
'Gezien de aardappelen is het een piepertje denk ik,' antwoordde W.
'Haha.'
Na jaren van weinig lezen kan ik er nu geen genoeg van krijgen. Het liefst lees ik pelgrimages of boeken waarin op een andere manier de mens en zijn plek in de grote natuur centraal staat. Het zoutpad van Raynor Winn, Pelgrim langs Tinker Creek van Annie Dillard, De ringen van Saturnus van Sebald, De buitenjongen van Cognetti en nog een hoop meer. Het zal wel door de opsluiting komen dat ik wil lezen over wandeltochten en verre landschappen, en misschien door het virus dat ik wil lezen over de zelfbeschikking van de natuur en hoe je dat als nietige mens kunt leren aanvaarden.
Na weken van vrijwel niet wandelen, haal ik nu alles in. Op sommige dagen ga ik twee keer een flink stuk lopen, in de ochtend en in de avond, altijd op dezelfde plek, daar is het rustig, behalve de aardappelboer kom ik er zelden iemand tegen. Wiesje rent met me mee, ze is een beetje op bang op de plek waar de ijzeren buizen van de grote sproeinstallatie lekken, in het metaal zit een gat waar in grote boog grove mist uitsproeit, het maakt een sissend geluid waar ze op een afstandje, met gestrekte nek, naar gaat zitten kijken. Het moeras is drooggevallen, een paar weken geleden hoorden we daar het gekwaak van duizenden kikkers, nu is het er stil. De jonge kikkertjes springen hier en daar over het pad op zoek naar water.
Het dode ree dat ik een tijd geleden in het veld vond is verdwenen. Ik heb het iedere dag gevolgd, op de eerste dag waren de ogen eruit gepikt door de kauwen, op de tweede dag was de kop eraf en teerde het overgebleven lijf zichtbaar in, op de derde dag lagen er nog wat ingewanden en vond ik op het pad een werveltje en een hoefje.
Ik plukte een herderstasje en trok de hartvormige zaaddoosjes een voor een een stukje los van de steel en rammelde ermee. De zaadjes maakten een ratelend geluid, ik hou van dat geluid. Net zoals ik houd van de grote sproeier, we liepen er nu vlak langs, het regelmatige tikken van de onderbroken straal, de geur van grondwater, de regenboognevel boven de aardappelplanten.
De goudkleurige vogel was weg maar in de verte hoorde ik twee kieviten, Wiesje joeg een duif op.
Thuis zouden de kinderen ondertussen wel uit bed zijn, we sloegen linksaf de verharde weg op.


Walden (18-05-2020)

Veertien jaar geleden, de oudste was anderhalf, verhuisden we van de veluwe naar ons huidige huis, een smal maar hoog jarendertighuisje met een grote lap grond. De tuin was niks, een wildernis vol distels en brandnetels, helemaal achteraan was een bosje, een meikers, een wilg en een paar grote struiken stonden in het diepste punt modderig bijelkaar.
In het eerste jaar freesden we de boel om, plantten een haag op de erfafscheiding en ontgonnen een stuk waar de moestuin moest komen. Ik bestraatte een deel, legde een spiraalvormig pad aan waar ik wat kruiden wilde zaaien en in het grote, open gedeelte zaaiden we gras. Toen dat eenmaal opgekomen was haalden we een paar schapen om alles goed kort te houden, het achterste bosje lieten we ongemoeid, de bomen zorgden voor schaduw voor de stal die we eronder bouwden en die ik scandinavisch rood verfde.
Een paar jaar geleden stierf het laatste schaap en bouwden we in de wei een kas, ik zaai daar elk voorjaar bloemen omheen en 's zomers is het een feest van slaapmutsjes, kamille, klaprozen en korenbloemen. Bij de achterste bomen woont nu alleen nog Thierry de brutale aanloophaan, het stalletje begint te verzakken, de verf bladdert af. De jongste schommelt er nog wel eens, aan een van de takken van de grote wilg heeft ze een touw geknoopt met een plankje, maar de tijd begint te trekken, over twee jaar zit ze in de brugklas. Dan wordt er niet meer geschommeld.
Met het verstrijken van de tijd, het groeien van de kinderen en van mijn plannen begint het binnenshuis te knellen, mijn werkruimte is eigenlijk te krap voor wat ik wil. Vlak voor de crisis hadden we een afspraak gepland met iemand die een atelier kon bouwen, helemaal achteraan, bij de bomen. Hij was de afspraak vergeten, het was niet erg, een paar dagen later ging de vergrendeling in en stonden alle plannen stil. Maar nu denk ik er weer aan. Het moet een groot atelier worden, met ramen in het dak, een grote schuifpui aan de voorkant. Er komen diepe keramieken wasbakken in, een grote houten tafel voor als ik een keer een cursus wil geven. Inpandig komt een logeergedeelte zodat vrienden kunnen komen slapen. 
Het stalletje gaan we afbreken, Thierry krijgt een ander plekje, een deel van de bomen zullen we moeten kappen, ik hoop dat de wilg kan blijven staan maar ik weet het nog niet.
Het is niet erg, zo gaan de dingen. 
Straks zal ik de houten wanden vanbinnen heel lichtblauw schilderen en er mijn werk ophangen, eromheen komen bloemen, lathyrussen en Oostindische kers en ik maak een groot houten bord waar ik de naam in beitel.
Walden gaat het heten.
Natuurlijk.


Finland (03-05-2020)

Anne is mijn Finse vriendin. Ik leerde haar kennen op mijn zestiende, viavia kreeg ik haar adres omdat ik graag brieven schreef en zij blijkbaar ook. Een donkerharig meisje, een half jaar jonger dan ik, bolle wangen op de foto die ze me stuurde bij haar eerste brief. We schreven twee jaar, toen was ik achttien en stapte op het vliegtuig om haar voor het eerst op te gaan zoeken. Het vliegveld van Helsinki was in 1995 niet veel meer dan een soort woonkamer, op de vloer lag een visgraatparketje. Anne stond me buiten op te wachten, na jaren schrijven was het ineens vreemd om de woorden die zich tot dan toe alleen in onze hoofden hadden afgespeeld nu ook hardop uit te spreken, we struikelden over onze zinnen in gehaast schoolmeisjesengels. We brachten een paar dagen in de hoofdstad door, logeerden in een communistisch aandoende hoogbouwwijk bij een verre nicht, dronken wat in vreemde ruimtes die meer leken op fabriekskantines dan op de horeca zoals ik die kende, en reden toen roadtrippend naar de omgeving van Jyväskylä, Midden-Finland, waar ze nog met haar ouders woonde. Onderweg stopten we een keer, het was al laat op de avond, bij een verlaten meer. De mist kwam uit de verte aanrollen, Anne trok haar kleren uit en sprong in het water, toen we nog nat terug in de auto klommen, liep er verderop een eland voorbij.
De weken regen zich aaneen, het was zeldzaam zonnig en warm die zomer. We gingen naar de familie-Datsja een stukje ten noorden van de stad, zwommen elke dag en visten in de avonden op snoek. Later sneden we dan berkentakken die we tot bosjes aaneen knoopten voor in de sauna, het water waarmee we ons afkoelden kwam rechtstreeks uit het ijskoude meer. 
Ik ben er nog vaak teruggeweest, twee jaar later reisde ik met de nachttrein van Helsinki, via een tussenstop bij Anne naar Lapland. Daar kampeerden we op de poolcirkel, de nachten waren ijzig en melkwit, de zon ging niet meer onder. Nog weer later nam ik mijn ouders en kinderen mee, Anne's zoon en dochtertje gebaarden met handen en voeten tegen mijn dochters en struikelden over hun zinnen, precies zoals wijzelf de allereerste keer tegenover elkaar hadden gestaan. Met twee gezinnen logeerden we in de Datsja, visten op snoek en gingen in de sauna.
'We willen graag naar Nederland komen,' schreef Anne, ergens eind vorig jaar.
Ik sprong een gat in de lucht, we maakten plannen, haar laatste keer hier was alweer zeker zeven jaar geleden. Samen naar Amsterdam, dat ze haar kinderen graag wilde laten zien, en natuurlijk bij ons logeren, misschien konden we een tent opzetten in onze achtertuin.
Al weken houden we elkaar op de hoogte van de laatste virusontwikkelingen, met lede ogen zagen we de sluiting van de grenzen aan, het opgeheven vliegverkeer. In Finland is de situatie iets minder erg dan in Nederland, maar ook daar werkt iedereen thuis en zijn de scholen dicht, al houden ze dezelfde datum aan voor heropening.
'We'll see what the future brings us,' sloten we vandaag ons app-gesprek af.
We zullen het zien.


Hanteren (19-03-2020)

De dag begon vanochtend vroeg met een videobelsessie van de jongste, tien is ze, met haar klasgenootjes. Een idee van een van de moeders en meteen had iedereen het omarmd. Vanaf vandaag zullen de kinderen elke dag om negen uur samen de thuisschool openen met hun traditionele spreuk, zoals ze dat op school ook doen.
Ik zat naast haar, haar armen gekruist voor haar borst, haar ogen gespannen op het scherm van haar telefoon gericht, waar de kinderen uit haar klas hetzelfde deden. Uit alle monden klonken de woorden, een beetje pieperig en warrig nog, zo'n eerste keer, maar dat was niet erg.
Ik zie rond in de wereld (...)
Ik zie diep in de ziel
Ik zat naast mijn dochter en moest ervan huilen. Omdat ik verdrietig ben over de situatie waar we in zitten, ik had mijn kinderen zo graag iets anders gegund dan dit, maar ook om hoe mooi het is dat zo'n initiatief zomaar opplopt en in al zijn eenvoud een onverwachte warmte verspreidt.
Na afloop werd er nog wat gekletst en logden de kinderen een voor een uit, mijn dochter sloeg haar schrift open en ging aan het werk.
Zoals ouders sinds het ontstaan van de mensheid ben ik geprogrammeerd om mijn kinderen veiligheid te willen bieden, ik wil ze in geborgenheid laten opgroeien en narigheid uit de weg ruimen. Nu is de werkelijkheid opgerukt tot verder dan mijn armen hen kunnen behoeden, en dat wringt tot diep in mijn biologische oercode.
'Ik heb een leuke opdracht voor school,' zei mijn oudste, die inmiddels ook aan tafel was aangeschoven.
Ze liet me het filmpje zien dat haar leraar had opgenomen, hij opende met Hey mensen!, ik moest erom lachen.
Een essay schrijven over mogelijke positieve gevolgen van de virus-uitbraak.
Op het moment dat bescherming geen vanzelfsprekendheid meer is, gaat er iets groters in werking. Een voorleven hoe het leven te hanteren, in alles wat er komt.


Pagina 6 van 33


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

Een overzicht van al mijn werk vind je op mijn instagrampagina.

NOG EVEN GEDULD, DE WEBSHOP IS BIJNA KLAAR

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.