/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Pioneer of nature (25-06-2020)

Toen ik vanochtend met de kleine mee naar school fietste -sinds het virus is dat er weer ingeslopen- reed me een man op een scooter voorbij. Middenin het dorp waar ik als kind woonde stond de streekmavo, er waren daar veel leerlingen met scooters, de meisjes hadden harde kuiven en droegen lippenstift. De duur en de vuilheid van hun blik nam exponentieel toe naarmate ik opgroeide, hoe ouder ik werd, hoe langer en hoe smeriger ze naar me keken als ze voorbij scheurden, dan riepen ze dingen naar me als Höb ich get van dich aan, heb ik iets van je aan, of Ich hau dich op dien kuit, ik sla je op je neus.
S
indsdien heb ik een hekel aan scooters, ik heb er zelf nooit een gewild en fietste zes jaar lang verbeten tegen de wind in, door de weilanden naar de middelbare school in de stad, en weer terug, als de wind steevast gedraaid was.
De man keek ik na tot hij de bocht om was, hij was zwaar, op zijn shirt stond in grote letters PIONEER OF NATURE, ik had niet de indruk dat dat klopte. Bij school zwaaide ik naar mijn dochter, fietste een bochtje en reed terug naar huis, het was al warm, op de stoep bij een van de nieuwe huizen stond een vuilniszak buiten. Hij was doorzichtig en ik kon precies zien wat erin zat, wel zeker vijfentwintig lege flessen chloor. Ik dacht aan de pandemie en hoe er in dat huis flink gepoetst moest zijn, het virus had geen kans gekregen, zoveel was duidelijk, en in de rioleringsbuizen in de wijde omtrek was vast ook alles morsdood. Dat leek me niet goed voor het milieu, maar verder wel een veilige gedachte. 
Er zijn vriendinnen van de oudste die nu sparen voor een scooter, er vliegt wel eens een merk over de keukentafel, ik ken de meisjes, ze wonen in kleine dorpen en de weg naar school is lang, de Maasbrug een trekgat, ik snap ze wel. Het zijn lieve kinderen, ik kan me vooralsnog niet voorstellen dat ze anderen vuil gaan aankijken of op hun neus willen slaan, al weet je het nooit. Straks wordt er een scooter op mijn oprit geparkeerd en loopt er een harde kuif mijn huis in, of de hedendaagse equivalent ervan, het is vast anders dan vroeger, maar ik ben licht op mijn hoede.


Fuiven (05-06-2020)

Het waren de jaren dat ik me schaamde over de schoenen die mijn moeder droeg, plomp en met brede neuzen, en als ik er iets over zei antwoordde ze: ja maar ze zitten zo gemakkelijk. Ik heb daardoor nog altijd een lichte afkeer van het woord gemakkelijk in de betekenis van fijn of comfortabel, zoals je dat in Limburg nog wel hoort.
Ik deed eindexamen en slaagde met twee vingers in de neus, zelfs voor economie had ik een voldoende. Jaren had ik geworsteld met het vak, het enige waar ik moeite mee had, de jonge economiestudent waar ik bijles bij nam was verbaasd dat ik telkens slechte cijfers haalde, ik begreep alles. Achteraf denk ik dat alles samenhing met de despotische economieleraar, ik had toen al moeite met autoriteit.
Na het examen kwamen de fuiven. Iedereen gaf een feest, alleen of in groepjes. Ik was geen populair kind en ik werd lang niet door iedereen uitgenodigd, en toch herinner ik me een zomer waarin de feesten zich aaneenregen. Ik had ontdekt dat korte rokjes de populariteit konden laten stijgen en ik denk met plezier terug aan een kraakwit exemplaar waarin ik niet kon bukken. 
Zelf gaf ik ook een fuif, er was een ruzietje met vriendinnen, zoals dat hoort, er viel iemand af en zo gaven we het met z'n drieën, in de harmoniezaal. Op doordeweekse dagen repeteerde daar de harmonie maar nu sleepten we er ladingen chips en snoep naartoe, achter de bar stond Ciel, Ciel woonde in het oude gedeelte van het dorp, lachte nooit en rookte als een ketter, maar tappen kon ze prima. Onze moeders maakten broodjes worst klaar in het keukentje waar het chronisch rook naar koude schotel en vertrokken toen, gedreven door ons ongeduld, naar huis.
Er kwamen vrienden uit het hele land, en iedereen bleef slapen, 's ochtends werden we wakker op de plakkerige linoleumvloer door het licht dat door de hoge ramen naar binnen scheen, op de stoffige hoezen van de slagwerkinstrumenten achter in de zaal. Er was een jongen waar ik een eerste, aarzelige liefde voor had opgevat maar waarvan ik dacht dat hij me niet zag staan, jaren later kwam ik hem tegen op een studentenfeest en bekende hij me dat hij in die tijd ook verliefd op mij was geweest. De tragedie die het leven is.
Het was de zomer dat ik voor het eerst in mijn leven een idee kreeg wat vrijheid in moest houden, al zat alles nog aan banden, toch begon er iets te gloren. Mijn ogen veranderden van focus, richtten zich op iets dat ver voorbij de harmoniezaal lag, de school, het dorp, de kinderen waarmee ik opgegroeid was, de schoenen van mijn moeder. Zo'n zeldzaam moment in je leven dat je weet dat er meer moet zijn dan dat wat je kent en hoewel je nog niet weet wat het inhoudt, de nieuwsgierigheid wint en je alles lostrekt en gaat.


Prentenboek (04-06-2020)

Op 3 januari maakte ik de eerste linosnede van 2020, het werd een pauw. Ik herinner me dat ik verbaasd was over het feit dat ik ineens weer iets moois kon maken, na maanden van depressie en de daaruit voortkomende donkere inkt-illustraties. Met de pauw leek het alsof er een zegel verbroken was en kwam er meer. Een buizerd, kraanvogels, een hop. Eind januari was ik onderweg naar Amsterdam toen ik een mailtje kreeg van een kinderboekenuitgeverij, of ik interesse had om mijn linosnedes te bundelen tot een mooi prentenboek. Ik was al eens eerder met een kinderboekenuitgeverij in gesprek geweest, een andere dan deze, met ander werk, een jaar of tien geleden. Het beviel me toen niet, ik kon mijn draai in het overleg niet vinden en ik liet de opdracht voor wat het was. Het was zoals het moest zijn, er kwamen andere dingen, ik ging voor een tijdschrift werken en ik schreef mijn eerste roman. Maar nu, al die jaren later, voelde deze mail als iets dat moest gebeuren, een vlammetje ontbrandde en nog voordat ik had teruggemaild vertelde ik het al op het feestje waar ik die avond was aan wat mensen.
Begin februari stapte ik voor het eerst het grote glazen pand aan de Wibautstraat binnen, het was een vrijdagochtend, de zon scheen, ik liep met de uitgever de trappen naar boven op. Het gesprek was licht, rustig, ik voelde me op mijn gemak en keek de redactiekamers in, boeken hoog opgestapeld. Het deed me denken aan de kinderboekwinkel van mijn vriendin, daar kom ik graag, er was geen twijfel.
En nu is het rond. In 2021 komt mijn eerste prentenboek uit. De statige vogelprenten vorm ik langzaam om tot levende karakters, er komt een vogeltje bij dat alles aan elkaar lijmt en er komt kleur bij in mijn hoofd.
Op de achtergrond maak ik nog altijd de donkere inkt-illustraties, elke dag nog wel een. Het vat waar die uitkomen is blijkbaar nog niet leeg. Maar de vogels die daarnaast mijn leven bevolken brengen lucht. En ik ben ontzettend blij.


Wereldadem (27-05-2020)

Er is een nieuw woord voor wandelen, bosbaden heet het nu, het komt uit Japan. Ik vind het een opmerkelijk woord en vraag me af of het ook tegenovergesteld zou werken, dat zwemmen in de zee bijvoorbeeld zeewandelen zou gaan heten. Zeewandelen, een zeewandeling maken, dat klinkt toch prachtig. Veel mooier dan het banale 'ik ga een stukje in de zee zwemmen.' Daar zie ik een plaatje bij van een badgast die moeizaam door smerig Noordzeewater ploegt, geen elegant tafereel.
Gisteren kwam ik in een boek het woord Wereldadem tegen. De schrijver stond op een klif en keek uit over de zee, het waaide, de wind noemde hij de wereldadem. Hoewel het boek een beetje grijs en statig is, het is geschreven door een oude Duitser, zag ik door de wereldadem ineens een fantastisch plaatje voor me van de aarde die in beweging is, die bonkt en stampt van het leven, die uitzet en krimpt en zijn longen vult en uitblaast, die de lucht in grote stromen over de continenten en oceanen beweegt, en ik dacht: ja, dat is precies wat de wind is: wereldadem.
De jongste gaat twee dagen per week naar school, de oudste volgt dinsdag, als de middelbare scholen weer opengaan. De laatste dagen tikken nu echt weg. In de kast staat een doos mondkapjes, ik heb er nog geen geprobeerd. Soms stel ik me voor, als ik in een ruimte ben met een onbekende, hoe de lucht eruit ziet, wat de ander uitademt en hoe dat door de kamer wordt geblazen.


Piepertje (22-05-2020)

Vorige week waren de aardappelplantjes op de grote akker bevroren maar ze hadden zich wonderbaarlijk hersteld. Er steeg een kleine goudkleurige vogel op tussen twee bedden, hij hield ons in de gaten, de twee mensen met hond die op het pad verderop liepen, tussen het uitbloeiende fluitenkruid.
'Wat is dat voor vogel?' vroeg ik.
Het was een retorische vraag, ik ben degene die de namen van planten en dieren weet en ze de kinderen leert, W heeft er geen verstand van.
'Gezien de aardappelen is het een piepertje denk ik,' antwoordde W.
'Haha.'
Na jaren van weinig lezen kan ik er nu geen genoeg van krijgen. Het liefst lees ik pelgrimages of boeken waarin op een andere manier de mens en zijn plek in de grote natuur centraal staat. Het zoutpad van Raynor Winn, Pelgrim langs Tinker Creek van Annie Dillard, De ringen van Saturnus van Sebald, De buitenjongen van Cognetti en nog een hoop meer. Het zal wel door de opsluiting komen dat ik wil lezen over wandeltochten en verre landschappen, en misschien door het virus dat ik wil lezen over de zelfbeschikking van de natuur en hoe je dat als nietige mens kunt leren aanvaarden.
Na weken van vrijwel niet wandelen, haal ik nu alles in. Op sommige dagen ga ik twee keer een flink stuk lopen, in de ochtend en in de avond, altijd op dezelfde plek, daar is het rustig, behalve de aardappelboer kom ik er zelden iemand tegen. Wiesje rent met me mee, ze is een beetje op bang op de plek waar de ijzeren buizen van de grote sproeinstallatie lekken, in het metaal zit een gat waar in grote boog grove mist uitsproeit, het maakt een sissend geluid waar ze op een afstandje, met gestrekte nek, naar gaat zitten kijken. Het moeras is drooggevallen, een paar weken geleden hoorden we daar het gekwaak van duizenden kikkers, nu is het er stil. De jonge kikkertjes springen hier en daar over het pad op zoek naar water.
Het dode ree dat ik een tijd geleden in het veld vond is verdwenen. Ik heb het iedere dag gevolgd, op de eerste dag waren de ogen eruit gepikt door de kauwen, op de tweede dag was de kop eraf en teerde het overgebleven lijf zichtbaar in, op de derde dag lagen er nog wat ingewanden en vond ik op het pad een werveltje en een hoefje.
Ik plukte een herderstasje en trok de hartvormige zaaddoosjes een voor een een stukje los van de steel en rammelde ermee. De zaadjes maakten een ratelend geluid, ik hou van dat geluid. Net zoals ik houd van de grote sproeier, we liepen er nu vlak langs, het regelmatige tikken van de onderbroken straal, de geur van grondwater, de regenboognevel boven de aardappelplanten.
De goudkleurige vogel was weg maar in de verte hoorde ik twee kieviten, Wiesje joeg een duif op.
Thuis zouden de kinderen ondertussen wel uit bed zijn, we sloegen linksaf de verharde weg op.


Pagina 6 van 34


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering