/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Walden (18-05-2020)

Veertien jaar geleden, de oudste was anderhalf, verhuisden we van de veluwe naar ons huidige huis, een smal maar hoog jarendertighuisje met een grote lap grond. De tuin was niks, een wildernis vol distels en brandnetels, helemaal achteraan was een bosje, een meikers, een wilg en een paar grote struiken stonden in het diepste punt modderig bijelkaar.
In het eerste jaar freesden we de boel om, plantten een haag op de erfafscheiding en ontgonnen een stuk waar de moestuin moest komen. Ik bestraatte een deel, legde een spiraalvormig pad aan waar ik wat kruiden wilde zaaien en in het grote, open gedeelte zaaiden we gras. Toen dat eenmaal opgekomen was haalden we een paar schapen om alles goed kort te houden, het achterste bosje lieten we ongemoeid, de bomen zorgden voor schaduw voor de stal die we eronder bouwden en die ik scandinavisch rood verfde.
Een paar jaar geleden stierf het laatste schaap en bouwden we in de wei een kas, ik zaai daar elk voorjaar bloemen omheen en 's zomers is het een feest van slaapmutsjes, kamille, klaprozen en korenbloemen. Bij de achterste bomen woont nu alleen nog Thierry de brutale aanloophaan, het stalletje begint te verzakken, de verf bladdert af. De jongste schommelt er nog wel eens, aan een van de takken van de grote wilg heeft ze een touw geknoopt met een plankje, maar de tijd begint te trekken, over twee jaar zit ze in de brugklas. Dan wordt er niet meer geschommeld.
Met het verstrijken van de tijd, het groeien van de kinderen en van mijn plannen begint het binnenshuis te knellen, mijn werkruimte is eigenlijk te krap voor wat ik wil. Vlak voor de crisis hadden we een afspraak gepland met iemand die een atelier kon bouwen, helemaal achteraan, bij de bomen. Hij was de afspraak vergeten, het was niet erg, een paar dagen later ging de vergrendeling in en stonden alle plannen stil. Maar nu denk ik er weer aan. Het moet een groot atelier worden, met ramen in het dak, een grote schuifpui aan de voorkant. Er komen diepe keramieken wasbakken in, een grote houten tafel voor als ik een keer een cursus wil geven. Inpandig komt een logeergedeelte zodat vrienden kunnen komen slapen. 
Het stalletje gaan we afbreken, Thierry krijgt een ander plekje, een deel van de bomen zullen we moeten kappen, ik hoop dat de wilg kan blijven staan maar ik weet het nog niet.
Het is niet erg, zo gaan de dingen. 
Straks zal ik de houten wanden vanbinnen heel lichtblauw schilderen en er mijn werk ophangen, eromheen komen bloemen, lathyrussen en Oostindische kers en ik maak een groot houten bord waar ik de naam in beitel.
Walden gaat het heten.
Natuurlijk.


Finland (03-05-2020)

Anne is mijn Finse vriendin. Ik leerde haar kennen op mijn zestiende, viavia kreeg ik haar adres omdat ik graag brieven schreef en zij blijkbaar ook. Een donkerharig meisje, een half jaar jonger dan ik, bolle wangen op de foto die ze me stuurde bij haar eerste brief. We schreven twee jaar, toen was ik achttien en stapte op het vliegtuig om haar voor het eerst op te gaan zoeken. Het vliegveld van Helsinki was in 1995 niet veel meer dan een soort woonkamer, op de vloer lag een visgraatparketje. Anne stond me buiten op te wachten, na jaren schrijven was het ineens vreemd om de woorden die zich tot dan toe alleen in onze hoofden hadden afgespeeld nu ook hardop uit te spreken, we struikelden over onze zinnen in gehaast schoolmeisjesengels. We brachten een paar dagen in de hoofdstad door, logeerden in een communistisch aandoende hoogbouwwijk bij een verre nicht, dronken wat in vreemde ruimtes die meer leken op fabriekskantines dan op de horeca zoals ik die kende, en reden toen roadtrippend naar de omgeving van Jyväskylä, Midden-Finland, waar ze nog met haar ouders woonde. Onderweg stopten we een keer, het was al laat op de avond, bij een verlaten meer. De mist kwam uit de verte aanrollen, Anne trok haar kleren uit en sprong in het water, toen we nog nat terug in de auto klommen, liep er verderop een eland voorbij.
De weken regen zich aaneen, het was zeldzaam zonnig en warm die zomer. We gingen naar de familie-Datsja een stukje ten noorden van de stad, zwommen elke dag en visten in de avonden op snoek. Later sneden we dan berkentakken die we tot bosjes aaneen knoopten voor in de sauna, het water waarmee we ons afkoelden kwam rechtstreeks uit het ijskoude meer. 
Ik ben er nog vaak teruggeweest, twee jaar later reisde ik met de nachttrein van Helsinki, via een tussenstop bij Anne naar Lapland. Daar kampeerden we op de poolcirkel, de nachten waren ijzig en melkwit, de zon ging niet meer onder. Nog weer later nam ik mijn ouders en kinderen mee, Anne's zoon en dochtertje gebaarden met handen en voeten tegen mijn dochters en struikelden over hun zinnen, precies zoals wijzelf de allereerste keer tegenover elkaar hadden gestaan. Met twee gezinnen logeerden we in de Datsja, visten op snoek en gingen in de sauna.
'We willen graag naar Nederland komen,' schreef Anne, ergens eind vorig jaar.
Ik sprong een gat in de lucht, we maakten plannen, haar laatste keer hier was alweer zeker zeven jaar geleden. Samen naar Amsterdam, dat ze haar kinderen graag wilde laten zien, en natuurlijk bij ons logeren, misschien konden we een tent opzetten in onze achtertuin.
Al weken houden we elkaar op de hoogte van de laatste virusontwikkelingen, met lede ogen zagen we de sluiting van de grenzen aan, het opgeheven vliegverkeer. In Finland is de situatie iets minder erg dan in Nederland, maar ook daar werkt iedereen thuis en zijn de scholen dicht, al houden ze dezelfde datum aan voor heropening.
'We'll see what the future brings us,' sloten we vandaag ons app-gesprek af.
We zullen het zien.


Hanteren (19-03-2020)

De dag begon vanochtend vroeg met een videobelsessie van de jongste, tien is ze, met haar klasgenootjes. Een idee van een van de moeders en meteen had iedereen het omarmd. Vanaf vandaag zullen de kinderen elke dag om negen uur samen de thuisschool openen met hun traditionele spreuk, zoals ze dat op school ook doen.
Ik zat naast haar, haar armen gekruist voor haar borst, haar ogen gespannen op het scherm van haar telefoon gericht, waar de kinderen uit haar klas hetzelfde deden. Uit alle monden klonken de woorden, een beetje pieperig en warrig nog, zo'n eerste keer, maar dat was niet erg.
Ik zie rond in de wereld (...)
Ik zie diep in de ziel
Ik zat naast mijn dochter en moest ervan huilen. Omdat ik verdrietig ben over de situatie waar we in zitten, ik had mijn kinderen zo graag iets anders gegund dan dit, maar ook om hoe mooi het is dat zo'n initiatief zomaar opplopt en in al zijn eenvoud een onverwachte warmte verspreidt.
Na afloop werd er nog wat gekletst en logden de kinderen een voor een uit, mijn dochter sloeg haar schrift open en ging aan het werk.
Zoals ouders sinds het ontstaan van de mensheid ben ik geprogrammeerd om mijn kinderen veiligheid te willen bieden, ik wil ze in geborgenheid laten opgroeien en narigheid uit de weg ruimen. Nu is de werkelijkheid opgerukt tot verder dan mijn armen hen kunnen behoeden, en dat wringt tot diep in mijn biologische oercode.
'Ik heb een leuke opdracht voor school,' zei mijn oudste, die inmiddels ook aan tafel was aangeschoven.
Ze liet me het filmpje zien dat haar leraar had opgenomen, hij opende met Hey mensen!, ik moest erom lachen.
Een essay schrijven over mogelijke positieve gevolgen van de virus-uitbraak.
Op het moment dat bescherming geen vanzelfsprekendheid meer is, gaat er iets groters in werking. Een voorleven hoe het leven te hanteren, in alles wat er komt.


Der Nase (16-03-2020)

Op de televisie was een jonge vrouw die genegenheid had opgevat voor een man die nogal out of her league was.
'Ik snap niet dat ze hem leuk vindt,' zei mijn oudste dochter.
Ze zei het met afgrijzen in haar stem, en even later nog een keer:
'Waaróm vindt ze hem leuk?
Uiterlijk is een groot goed als je vijftien bent.
Met mijn ogen op het scherm gericht zei ik het zonder nadenken.
'Vanwege zijn neus.'
Ze fronste haar wenkbauwen. 
'Wat is er dan met zijn neus?'
Het was een flinke neus.
'An der Nase eines Mannes erkennt man seinen Johannes,' zei ik.
Ik hou helemaal niet van dat soort onzinnigheden, maar dat van de neus was eruit gefloept en nu kon ik niet meer terug.
Mijn dochter zuchtte.
'Alwéér Rilke zeker.'
'Eh ja,' zei ik toen maar.
Het zijn vreemde tijden. Toen ik de dochters gisteren vertelde dat de scholen echt dichtgingen leken ze het niet zo goed te begrijpen. Het was alsof ze dachten dat ik het verzonnen had, de avond verliep kriegel, tot ik het zat was en iedereen naar bed stuurde. Zelf bleef ik nog wat zitten, me niet zo goed raad wetend met alles.
Het was na elven toen ik naar buiten liep, het was stil en heel donker, ik tilde de hond op en hield haar tegen me aan, en ik keek omhoog. Het leek alsof de sterren al lang niet meer zo fel waren geweest. En ik dacht: dit is het nu dus.

 


Pagina 7 van 34


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering