/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Boekblad (13-10-2017)

Ik schreef een column in Boekblad, over wat mijn mooiste boek is qua omslag en vormgeving. Er ging nogal wat getob aan vooraf, maar uiteindelijk koos ik -natuurlijk- het prachtige 'Getekende brieven', over de correspondentie van tekenaar Peter Vos. Ik ben gefascineerd door de combinatie tussen tekst en beeld; hoe een tekst volledig verweven kan zijn met, en op kan gaan in een illustratie, en Vos was de meester daarin. Geschreven kunst, prachtig.


De overkant van de angst (14-09-2017)

Door een wat ongelukkige middelbare schooltijd heb ik een angst ontwikkeld voor alles wat met het concept Voortgezet Onderwijs te maken heeft. Alleen al de gebouwen schrikken me af; zwaarmoedige kolossen met duistere gangen en als sardonisch dieptepunt: het hellegat dat men gymzaal noemt. Ook vond ik lange tijd pubers een angstaanjagend type mens, hitsige valsheid verpakt in geschreeuw.
Dat standpunt had natuurlijk een beperkte levensduur aangezien ik kinderen kreeg. En, of je het nu wil of niet, die ontwikkelen zich toch door. Ik heb mijn mening moeten bijstellen, mijn oudste is de drempel naar de puberteit overgestapt en van valsheid is geen sprake.
Hoe dan ook, de angst zorgde ervoor dat ik lange tijd middelbare scholen meed als de pest. Dus toen ik het afgelopen jaar aanvragen kreeg van docenten Nederlands om op hun school iets over Voorland te komen vertellen, zei ik nee. Ik gaf interviews tijdens literaire avonden, deed vraaggesprekken op podia, presentaties, maar aan scholen waagde ik me niet.
Tot deze week. Ik weet niet zo goed wat me deed besluiten om de opdracht van een gymnasium in het midden van het land aan te nemen. Misschien was het mijn eigen puber die me liet inzien dat het zo gevaarlijk allemaal niet was. Misschien was het het jaar van podiumervaring dat me zelfverzekerder had gemaakt. Misschien was het de gedachte dat ik ze iets kon vertellen, die kinderen.
Mijn verhaal voor de gymnasiasten ging over mijn boek, natuurlijk, over thema en compositie, maar veel meer nog ging het over mij. Ik vertelde over mijn middelbare schooltijd, hoe moeilijk ik het had gehad. Dat ik me altijd zo anders voelde dan mijn leeftijdsgenoten en geen idee had wat ik wilde doen met mijn leven. Dat ik toen al wilde schrijven, maar dat ik niet durfde.
Ik praatte en keek de leerlingen aan. Of meer: zij keken mij aan. Ik zag het gebeuren: de ogen die opengingen. Na afloop kreeg ik wonderlijk mooie vragen, mooier dan volwassenen ze ooit gesteld hadden.
'Zelfs de meest ongeïnteresseerde lummels heb je geïnspireerd,' zeiden de docenten toen ik afscheid nam.
Aan de overkant van de angst bleek iets prachtigs verscholen te liggen.


Vergetelheid (11-09-2017)

Gisteravond laat zat ik op station Amsterdam Amstel.
Feestje gehad van de uitgeverij; biertje, hapje, blijmoedig gesprekje. ('Waarom schrijven we eigenlijk?' -'Geen idee, we zouden ons feitelijk ook meteen kunnen verhangen.')
Ik moest een poosje wachten op de trein en keek naar de mensen die uit het trappengat omhoog kwamen, hun ogen zoekend naar het juiste perron. Een jongen met een oranje baardje en in een rafelig shirt, een heer in kostuum, gladgeschoren en slank, een oude moslima met een rolkoffertje. In het gele licht leek iedereen vaal en moe, ik vroeg me af of men dat ook van mij dacht en legde mijn handen voor de zekerheid tegen mijn wangen.
Een man kwam voorbij, snel, met brede bewegingen, zijn jas vloog achter hem aan en hij trok gehaast aan zijn sigaret. Mijn blik viel in de zijne en dacht: ik ken hem.
Tot twee keer toe keken we elkaar aan, kort, onderzoekend, maar zijn trein rolde binnen en hij stapte in.
Het zijn deze stille gebeurtenissen waarin de vergetelheid onontkoombaar besloten ligt. Ik zou een paar minuten later opstaan, de deuren van mijn trein zouden zich openen en ik zou gaan zitten. Ik zou via het zwarte raam naar mezelf in de bijna lege coupé kijken en de man in de vliegende jas zou met elke voortrazende kilometer meer ophouden te bestaan. Om ruimte te maken voor nieuwe mensen, nieuwe gezichten, even kort, even snel.


Dag van de aanvoegende wijs (01-09-2017)

Toen ik begin deze week op zolder was om mijn scriptie te zoeken, vond ik nog wat anders. Op mijn studentenkamer hing naast de Kuifjeposter nog iets. Het was een oude schoolposter, ik denk uit de jaren zeventig, met daarop de vervoeging van het werkwoord Drinken. Ik had hem jaren eerder van mijn vader gekregen, die werkzaam in het onderwijs was.
Gezien het doel van de poster; brave basisschoolkinderen de d's en t's aan het verstand peuteren, mag men aannemen dat het werkwoord Drinken volkomen onschuldig was gekozen. Maar goed, aan de muur van een studentenflat waar het altijd vaag naar verschaald bier rook, was het natuurlijk erg grappig.
Althans, dat vond ik dan toch.
Het meest intrigerende aan de poster vond ik toch al die jaren wel de Aanvoegende wijs: Dat hij drinke. Lekker archaïsch, dat is toch bijna poëzie op zichzelf. (Dat vonden meer mensen en in 2011 is 1 september daarom uitgeroepen tot Dag van de Aanvoegende Wijs)
Hoe dan ook. De poster is helaas nogal vergeeld en beschadigd, het waren blijkbaar zware jaren. Ik heb nog even overwogen om hem weer op te hangen, in mijn keuken of zo, maar bij nader inzien doe ik dat toch maar niet. What happened in Nijmegens stays in Nijmegen.


Studenten-memoires (28-08-2017)

Diep in het schrijfproces voor boek2 moet ik vaak denken aan de tijd dat ik aan mijn afstudeerscriptie werkte. Ik herinner me mijn studentenkamer waar ik een winter lang met de tanden op elkaar doorjakkerde om alles op tijd af te krijgen. Eerst nog op Hoogeveldt, later in een tochtig hoekhuis in Nijmegen Oost, hoge ramen, enkel glas, een mysterieuze schimmel die in een van de muren zijn intrek had genomen en die van geen wijken wist. Ik schreef met twee paar wollen sokken over elkaar aan en een dik vest, aan een wankel bureautje. Naast me hing een Kuifje-poster, op mijn bed lag een kleed van het Waterlooplein.
Bang om mijn zorgvuldig getypte tekst kwijt te raken, sloeg ik mijn werk op drie verschillende diskettes op. Soms mailde ik het ook nog eens naar mezelf, daarvoor fietste ik dan naar de computerruimte in het Erasmusgebouw, want inbellen via de telefoonlijn in huis duurde te lang. Of het bestand was te groot, dat weet ik niet meer.
Ik deed een onderzoek naar intertekstualiteit, nog steeds een van mijn hobby's, en naarmate het einde naderde, stierf de roep van het wilde studentenleven langzaam weg. De nachten in Dio of Café de Fiets werden schaars, het leek alsof ik, als ik er nog wel eens kwam, om me heen keek met een andere blik.
Zo gaan die dingen blijkbaar.
Ik zocht hem weer eens op, de scriptie, in een doos in een kastje, ver weg op zolder, onder een laag stof lag hij. Intertekstualiteit en eenduidigheid. Een negen kreeg ik ervoor, en ik had daar misschien destijds best wat trotser op mogen zijn dan ik was.
Er is niet veel anders met vijftien jaar geleden, soms lijkt het alsof er geen leven als communicatie-adviseur en illustrator tussen heeft gezeten. De omstandigheden zijn wel beter; geen schimmel, geen kou, geen diskettes, dubbel glas. Alleen het schrijfvest. Dat is gebleven.


Pagina 43 van 51


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
MEER INFO VIA octaviewolters.nl/webshop

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering