/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Een slapend geitje (13-12-2016)

Lang geleden, de mensen die me al heel lang volgen weten het misschien nog wel, had ik een geitje. De moeder was gestorven bij de geboorte en ik nam het beestje, net een paar uur oud, mee naar huis. In de auto, in een kartonnen doosje met wat stro, het schemerde al. Sjefke noemde ik hem, en eenmaal thuis kon Sjefke niet stoppen met rillen. De avond viel. Ik besloot tot iets wat tegen al mijn huisregels indruist: Sjefke mocht mee naar de slaapkamer, het doosje naast mijn bed. Die nacht sliep ik met mijn hand op het warme lijf, en ik droomde dat ik een babyhertje had, met wankele pootjes en grote, glanzende ogen.
De volgende dag was het beest opgeklaard en wandelde hij vrolijk met me mee, het hele huis door. Nog weer een paar dagen later sprong hij met bonkende hoefjes op de keukentafel, tussen het ontbijtservies. Toen hij gespeend was en geen flessenmelk meer kreeg, verbande ik hem naar de schapenwei. Daar brulde hij de hele dag tot hij zijn surrogaatmoeder weer zag (mij) en doopte ik hem om tot Sjefke De Kleine Krijsgeit.
Uiteindelijk is Sjefke verhuisd naar een boerderij waar meer geiten waren, maar ik denk nog vaak aan hem. De klossende pootjes die te groot voor zijn lijf leken, het harde kopje, de stompe snuit die hij licht snuivend in zijn flank duwde als hij zich oprolde om te gaan slapen.
De vorm van een slapend geitje, er is weinig aandoenlijker.


Zomaar een kerstmarktje (12-12-2016)

Ik heb het eens geklokt; het is precies zeven minuten fietsen vanuit mijn huis naar het centrum van de stad waarin ik woon. De stad met al zijn winkels, de grote kathedraal, de pleinen en de prachtige kerstversieringen, de verwarmde terrasjes aan het water. 
Het is natuurlijk niks, zeven minuten, maar de mens is lui, en de mens zoekt zijn stam graag dichtbij. En dus is het kleine kerkpleintje aan het eind van mijn laan mijn échte centrum. Vanuit de voortuin zie ik de oude parochiekerk liggen, de boekwinkel van mijn vriendin ligt op de hoek, iets verderop de dorpsdokter in het oude raadhuis, de slager, de bakker en de kleine supermarkt. 
Ieder jaar is er begin december een kerstmarkt, en ach, dat heeft niet zoveel om het lijf, een paar kraampjes. Vrienden en bekenden verkopen hun spulletjes; zelfgehaakte mutsen, gevilte poppen, folkloristisch beschilderde kerstboompjes. De glühwein is vies, maar de kinderen roosteren marshmallows op het kampvuur en doen spelletjes, er wordt kerstbrood uitgedeeld aan iedereen die wil. De peuterjuf van onze school zingt kerstliedjes met haar gitaar en ik klets bij met mensen uit de buurt die ik al een tijdje niet gezien heb. We smeden vast plannen voor de carnavalsoptocht en bespreken het luchtige, en het diepe.
Voor de buitenstaander lijkt het misschien zomaar een klein marktje, onder de grijze decemberlucht. 
Maar niets is minder waar.


Schrijfvrij (08-12-2016)

Ik had mezelf schrijfvrij gegeven, aan het begin van de week. Ik zat er te diep in, vastgezogen, in het diepst van de gevoeligheid. Dus ja. Er was nog zoveel meer in het leven, toch? Ik kon toch niet alle dagen gaan zitten ploegen in dat taaie manuscript. Ik vond dat ik weer moest gaan schilderen, dat lag al een poosje stil, of tekenen, en me misschien eens met mijn kinderen bemoeien, die had ik tenslotte ook nog.
Gisteren las ik een review over Voorland waarin werd gesproken over mijn schrijfstijl als Natuurpoëzie in proza. Natuurpoëzie, ik voelde me gestreeld, maar toch ook verwonderd. Ik heb moeite met het concept poëzie, als ik andermans gedichten lees bekruipt me vaak het dwingende gevoel dat ik iets moet begrijpen. Ik kan het nooit zomaar mooi vinden; de woorden, het metrum, ik zoek altijd naar de ratio erachter.
Misschien, zo bedacht ik, is het hetzelfde als bij muziek. Ik roep altijd heel hard dat ik niet van muziek houd, maar dat is stiekem helemaal niet waar. Ik kan niet zo goed naar muziek luisteren, maar dat komt omdat ik er altijd ontzettend door geraakt word. Ik stel me voor dat er bij andere mensen een soort filtertje zit tussen het oor en de hersenen, maar bij mij ontbreekt die filter, en schieten de tonen als een kanon mijn brein in. Ik weet me vaak geen raad met de klankexplosie, en daarom roep ik maar uit zelfbescherming dat ik er niet van houd. Misschien is dat ook de reden waarom ik altijd zo naarstig zoek naar de betekenis van een gedicht, alleen maar de schoonheid van de zinnen tot me nemen, zou me uit elkaar doen barsten.
Het diepst van de gevoeligheid.
Kortom. Het is dag vier van mijn schrijfvrije periode. Ik wil helemaal niet schilderen of tekenen, de kinderen keken me glazig aan toen ik me al te zeer om hem bekommerde.
Ik wil niets liever dan weer beginnen. 


Het mistige gebied tussen schrijver en hoofdpersoon (23-11-2016)

Ik moet altijd nadenken. De hele tijd en het stopt maar niet, soms is het zo erg dat ik bang ben dat er iets begint te schroeien in mijn hoofd, een klein brandplekje waar rook uit omhoog kringelt en dan: een gat.
Het denken is alleen oplosbaar door te schrijven. Ik vorm de gedachten om tot ze passen binnen mijn verhaal, ik wrik ze in het gelid van woorden en zinnen, en als ik daarmee klaar ben dan begint alles weer opnieuw. 
Een lezer vroeg me of mijn hoofd hetzelfde werkt als dat van Wolf, de hoofdpersoon uit Voorland. 
Ik wist niet wat ik moest antwoorden. Ik ben natuurlijk niet de hoofdpersoon. Maar de gedetailleerde omschrijvingen van alles wat hij ziet en hoort zijn wel uit mij gekomen. Ik heb Wolf heel intrinsiek geschreven, en aangezien ik alleen maar mezelf ken van binnenuit, is het zeer aannemelijk dat mijn eigen belevingswereld verweven is met die van hem.
Soms weet je als schrijver niet precies waar je zelf eindigt en waar je karakter begint, een mistig gebied. Ik wantrouw schrijvers die heel hard roepen dat niets aan hun boek autobiografisch is, ik geloof niet dat dat kan.
Soms twijfel ik, dan denk ik dat ik alleen schrijf om het smeulende denkplekje in mijn hoofd iedere dag opnieuw te blussen.
Uit angst voor het gat in mijn hoofd.
Maar dat is niet zo. Ik schrijf omdat ik wil laten voelen, wil laten zien, op zoek naar hen die herkennen.
Ik leg mezelf bloot omdat ik zoek naar de universaliteit, de kern, dat wat ons bindt.
Als ik zo ben, zullen meer mensen zo zijn.


Verlichtende triestheid (22-11-2016)

Soms drukt het van binnenuit, als een ballon die zichzelf opblaast. Ik weet niet precies waar; bij mijn keel, of toch meer in mijn hoofd, of in mijn longen. Het duwt alles aan de kant en ik krijg steeds minder ruimte voor, ja, voor wat eigenlijk? 
Voor mezelf misschien.
Vorige week vroeg een interviewer of ik een triest persoon ben, omdat ik zo'n triest boek heb geschreven. Ik wist zo snel het antwoord niet, een zaal vol mensen die me verwachtingsvol aankeken. Ik weet niet hoe het is om een ander persoon te zijn, ik weet niet hoe triest andere mensen zijn.
'Ja. Misschien ben ik wel triester dan andere mensen,' antwoordde ik.
Maar later bedacht ik dat dat natuurlijk niet zo is. Ik ben niet triester, donkerder of zwarter dan anderen, ik ben er misschien alleen minder bang voor, voor de duisternis in mij. 
De zwartheid is een ballon die soms alles aan de kant drukt, die me opvult van binnenuit, bezit van me neemt. Het laat me me wanhopig voelen en me naar adem happen. Tot dat ene moment. Dan zeg ik stop en dan verschrompelt het donker. De duisternis is dan kracht geworden.
'Ga je ooit een grappig boek schrijven?' vroeg de interviewer nog.
Nee.
In de triestheid schuilt het vuur, roodgloeiend en warm. 
Triestheid verlicht meer dan het lichtste geluk.


Pagina 39 van 42


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
MEER INFO VIA octaviewolters.nl/webshop

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering