/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Vrij (08-01-2016)

Ik groeide op in de jaren tachtig en negentig. De jaren waarin het ideaal van de Westerse vrijheid voor vrouwen misschien wel zijn hoogtepunt vierde. Onafhankelijkheid was het grootste woord, gelijkheid het hoogste goed, de vrouw als vrijgevochten mens die haar mannetje stond, in een minirok en naveltrui. In de utopie deed niemand haar wat, ze danste op straat in het holst van de nacht en de man keek begerig maar met de handen op de rug toe.
Ik groeide op in de jaren tachtig en negentig. Ik ging uit in de stad, naar kroegen, in korte jurkjes, mijn benen lang en bloot. Maar om er te komen werd ik gebracht door mijn ouders. De weg van het dorp naar de stad ging door eindeloze weilanden en was lang en eenzaam, langs bosjes vol heimelijk gespuis. In het holst van de nacht werd niet gedanst op straat, maar wachtte de zilverblauwe familieauto. Die mijn blote benen opsloot in veiligheid, ver weg van de mannen die weliswaar begerig toekeken, maar hun handen nooit op hun rug hadden.
Ik groeide op in de jaren tachtig en negentig. Waar vrouwen in hun hoofd alles konden, ze onafhankelijk waren en gelijk. 
Waarin ze heel even dachten dat ze vrij waren.


Handtekening (28-12-2015)

En opeens waren we getrouwd.
Nee, helemaal niet opeens, natuurlijk niet. Daar ging voorbereiding aan vooraf. Een jurk kopen (gewoon op internet), bloemen voor in mijn haar, elkaar diep in de ogen kijken en vragen: 'weet je het zeker?' Natuurlijk wisten we het zeker. Zoals we het al vijftien jaar zeker weten. We zijn niet zo moeilijk, als het goed is, is het goed. 
We reden naar de stad, lederen bekleding in de oude mercedes, twee meisjes in een wolkje van tule op de achterbank. Familie en vrienden voor het stadhuis, een traan op de gladde stof van mijn jurk. De zon scheen, de lucht blauw. De schaduw van de hoge kathedraal over de markt. De tonen van een dierbaar liedje door de oude trouwzaal. Ik had het zelf uitgezocht en was toch heel even verbaasd het hier te horen.
De woorden van de ambtenaar gleden langs me heen. Pas toen we onze handtekening zetten besefte ik het. Waar de drang om te trouwen vandaan kwam.
Als een van van onze verre nazaten over honderd of veel meer jaren zijn voorouders zoekt, zal hij deze handtekening vinden.
We hebben onszelf achtergelaten in de lange, lange tijd.
Voor de liefde en voor het leven.


Een kanarie (14-12-2015)

Lang geleden kwam ik wel eens bij een oud vrouwtje, ze woonde in het voorste deel van een eeuwenoude boerderij, twee vierkante ramen die uitkeken over eindeloze weilanden. Haar woonkamer stond volgepropt met zware, eikenhouten meubels, er was bijna geen plek meer om te lopen. Het was er warm en een beetje stoffig.
Weggezakt in de diepe bank keek ik dan de keuken in. Een kooitje schommelde zachtjes aan het plafond, erin zat een gele kanarie. Kleine kraaloogjes, iele pootjes, een kort, bot snaveltje. Ik vroeg mij wel eens af of de kanarie niet graag de wijde wereld in zou willen. Het deurtje van zijn kooi zou openen, het keukenraam uit en dan weg. Met zijn vleugeltjes fladderend over het weidse landschap, de wind voelen, voor het eerst in zijn leven, kijken naar de wolken en echte boomtakken onder zijn poten voelen, in plaats van een plastic stokje uit de dierenspeciaalzaak.
Maar steeds als ik naar het kleine gele kopje keek, kon ik echt nergens maar een greintje zieligheid ontdekken. Er leek me geen enkel besef van een andere wereld dan die waarin hij nu zat. Hij hipte vrolijk op zijn stokje, at wat en zong een deuntje. De gevangenschap vanzelfsprekend. De tralies gelukzalig onzichtbaar voor hen die zich niks afvragen. 


Wie sjoon (03-12-2015)

In de zwembadkantine zit iedere week dezelfde groep senioren. Aan de grote ovale tafel in de donkerste hoek strijken ze neer na hun zwemuurtje, sportieve fleecetruien aan, natte grijze haren.  Ze drinken koffie en thee, en als er iemand jarig is een borrel. Er zijn altijd veel jarigen, dan wordt er galmend en vol overgave gezongen.
Vandaag was er niemand jarig, maar er was wel een feestelijke gelegenheid. Uit volle borst zetten ze het oude Limburgse lied Wie sjoon in. Ik luisterde mee, vanaf mijn vaste plek aan het raam, met zicht op het pierebad. Het lied weerkaatste tegen de grove bakstenen muren van de sfeerloze kantine, de barman stopte even met glazen spoelen. Uit de hoeveelheid oude stemmen hoorde ik hoe één stem zich losmaakte, een breekbare man, zijn hoofd spits en gerimpeld. Luid steeg zijn stem boven alles uit, een bassende bariton, met een lichte kraak. Wie sjoon, wie sjoon, wie sjoon, dae man krieg ein medalie, dae löp noch langs zien sjoon. Tussen alle Limburgse zachte G's klonk zijn G hard, zijn uitspraak van de woorden verraadde dat hij niet van hier was. Wie sjoon wie sjoon wie sjoon, det waas toch gaer gedaon, det hat g'r gaar neet hoove doon.
Zijn stem klonk nog na terwijl de hele groep het glas al hief. Langzaam, een beetje plechtig, tilde hij zijn glas in de lucht. In zijn felle blauwe ogen zag ik trots. Wie sjoon, wie sjoon.


Over het spoor (20-11-2015)

Ik fiets van school naar huis met mijn dochter van vijf, bijna zes is ze. Voor de spoorwegovergang moeten we stoppen, de spoorbomen gaan voor onze neus dicht. Samen kijken we naar de trein die voorbij rijdt. Te snel om goed naar binnen te kunnen kijken, de ramen flakkeren langs, geel licht, schimmen van mensen.
'Dat is toch de trein naar Nijmegen?'
Ik knik.
'Daar zat jij vroeger heel vaak in, toen je studeerde.'
Dat klopt, dat heb ik ooit eens verteld. Op kamers in Nijmegen en dan in het weekend terug naar Limburg, met een tas vol was.
Ze denkt even na.
'Dus vroeger, heel veel jaren geleden, kwam je altijd hier langs dit spoor, waar je nu iedere dag overheen fietst naar school. Waar je vlak bij woont. Maar dat wist je toen nog niet.'
De spoorbomen gaan weer open en we stappen weer op onze fietsen.
Ik denk na over al die keren dat ik vroeger uit het treinraam moet hebben gekeken als ik deze spoorweg passeerde, dan zag ik mijn toekomstige huis bijna liggen om de hoek, het plantsoen waar ik iedere dag met de hond wandel, de school.
Ik kan het me niet herinneren. Geen enkele gedachte van toen aan dit stukje spoor, dit stukje wereld, schiet me te binnen.
Ik weet niet of dat gek is, of juist heel normaal.


Pagina 33 van 34


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering