/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Het laatste schaap (19-03-2019)


Agnes en Trui waren mijn eerste schapen. Twee zwarte Bretonse heideschapen, klein maar sterk. Na een paar jaar ging Agnes dood, we begroeven haar, dat viel nog niet mee. Zo'n schaap is groter dan je denkt, er moest een flinke kuil komen. Je wil niet dat de pootjes boven de grond blijven uitsteken.
Mijn dochter was een jaar of vijf en hielp mee met haar roze zandbakschepje, we hadden haar verteld over de hemel en dat Agnes daar nu naartoe zou gaan.
'Nou,' zei ze, gravend in de bonkige klei, 'die hemel is wel diep hoor.'
Een schaap alleen is niets gedaan en dus haalden we er een lammetje bij voor Trui. Zökske was een prachtig wit schaap. Jarenlang liep ik door de wei met een baby op mijn arm, een peuter aan mijn rok, en nog later kwamen de klassen van de kinderen in onze wei schaapscheerdersfeest vieren. Dan schoren we met een wei vol kleuters.
Maar de kleuters werden groot en gingen naar de brugklas en in de wei liep ik alleen.
Toen ook Trui doodging besloten we dat we voor Zökske een nieuwe kudde elders gingen zoeken. Die vond ik, een mooie wei bij lieve mensen. Daar bracht ze de afgelopen twee jaar door. Gisteren is ze gestorven. De lammetjes van de andere schapen stonden om haar heen.
Het is verdrietig, maar goed zo.


Stonehenge (25-02-2019)

Met mijn dochters was ik bij een tentoonstelling over Stonehenge. Mijn dochters vonden het heel interessant, ik ook. Het was een mooie expositie, heel kindvriendelijk ook.
Voor de kinderen was er halverwege de tour een workshop, ze konden zelf een steenkring knutselen. Dat was goed geregeld, goede materialen, heel professioneel, geen geknoei. In het lokaaltje was een mevrouw die alles begeleidde, ze had kort grijs haar, om haar hals droeg ze een kleurrijke kralenketting en ze deed alsof ze alles wist.
'Dan ga ik nu eerst deze broer en zus helpen,' zei ze tegen de kinderen die naast die van mij zaten.
'Het zijn zus en zus,' zei de moeder.
'Echt waar?' zei de vrouw, en ze zette een stapje naar achteren om te kijken of dat wel klopte.
'Ja,' zei de moeder. 'Echt waar.'
'Ach,' zei de vrouw, en ze schudde even haar hoofd.
'Wil die ook meedoen?' vroeg ze toen aan mij, ze wees op mijn oudste dochter die al klaar zat achter een tafeltje.
'Ja,' zei ik.
'Echt?'
Mijn oudste dochter is 14 maar ze ziet eruit als 17. Daar kan ze ook niets aan doen.
We gingen aan de slag.
'De kinderen mogen alles zelf bepalen,' zei de vrouw steeds als ze langs liep.
Ik knikte. Daar had ze helemaal gelijk in.
'Je moet wel een ingang maken, anders klopt het niet,' zei ze tegen mijn jongste, die lekker haar stenen in het tempex ondergrondje aan het proppen was.
Mijn oudste dochter rolde met haar ogen.
'Ik ga een kruis maken in mijn steenkring,' fluisterde ze toen.
Daar moest ik om lachen, het was haar wraak op de vervelende vrouw.
Samen knutselden we een groot rechtopstaand kruis dat we midden in de Stonehenge-kring zetten.
'Zo, het is tóch nog mooi geworden,' zei de vrouw toen het af was.
Het grapje van het kruis begreep ze niet.
'Tóch nog,' zei mijn dochter.


Valentijn (13-02-2019)

Op mijn middelbare school waren er op valentijnsdag altijd rozen te koop. Die kon je bestellen bij het loketje van de congiërge waar je normaal je frisdrankmuntjes haalde, en laten bezorgen bij je geliefde.
Het waren de schaamjaren, en of niet alles in het puberleven al ingewikkeld was, kwam dit er ook nog eens bij. Zo was het bezorgen van de rozen een vreselijk ongemakkelijke toestand. Tijdens de gortdroge aardrijkskundeles kwam iemand binnen die de rozen ging uitdelen, je wilde er natuurlijk niet bij zitten alsof je iets verwachtte en bij iedereen die er een kreeg moest je een gezicht trekken waaruit bleek dat je het diegene enorm gunde. Dat was zelden zo.
Er waren altijd meisjes die een hoop rozen kregen, dat waren de meisjes met getoupeerde haren en blauwe oogschaduw die in de pauzes gearmd naar de WC gingen en die ik in de zomer wel eens zoenend met een jongen op het grasveldje zag liggen. Het waren nooit de knappe, frisse jongens waarmee ze zoenden, maar de brutale, uit de klei getrokken slungels met een grote mond. Dan zag ik die tongen demonstratief in elkaar verstrengeld en dan dacht ik: ik ga nog liever dood dan dit.
Ik was stil en verlegen en meer het type van de ongelukkige liefde, hoe onbeantwoorder hoe beter, en ik had een amourette opgevat voor de morsige leraar Frans. Niet omdat hij onder zijn slobberige trui heimelijk heel aantrekkelijk was, maar omdat ik van Frans hield, en feitelijk was dat het enige dat me in hem aantrok: hij kon zo verrukkelijk Frans spreken.
Hoe dan ook. Ik weet niet wat me in die dagen erger leek: geen roos krijgen of wel een roos krijgen. Beide opties waren even gênant. Als je er geen kreeg was dat een bevestiging van je ongeziene, impopulaire bestaan, kreeg je er wel een dan moest je daar wat mee, op zijn minst de gever bedanken, dat leek me vreselijk ellendig. De hoop in de ogen van zo'n jongen, en dat ik die moest stukslaan.
Of ik ooit een roos heb gekregen?
Nee.
Het was het beste voor iedereen.


Schaamteloos wauwelen (11-02-2019)

Ik moest optreden op een bijeenkomst voor boekhandelaren. 
Vroeger (als in: een paar jaar geleden toen ik nog nooit op een podium had gestaan) sliep ik een week niet voor zo'n aangelegenheid en zat ik gutsend achter de microfoon. Ik ben niet zo goed in situaties met een onvoorspelbaar verloop, en ik kreeg altijd visioenen dat ik over de interviewer heen zou kotsen.
Nooit gebeurd, maar het had gekund.
Maar goed. Dingen kunnen veranderen. Tegenwoordig hoor ik mezelf voor een publiek schaamteloos wauwelen over, nou ja, mezelf voornamelijk, en als ik dan uitgepraat ben dan willen de mensen nog meer weten. Gek idee vind ik dat.
Meestal vertel ik wat over mijn kronkelige carrièrepad, mijn studie Nederlands waarvoor ik had gekozen omdat ik wilde schrijven maar waarna ik onverwacht als illustrator aan de slag ging. Mijn jarenlange werk als beeldcolumnist voor Libelle, mijn weblogtijd en uiteindelijk de stap om een roman te gaan schrijven.
Voor de boekhandelaren had ik gepland om twee columns voor te lezen, maar voor de zekerheid had ik er drie meegebracht, afhankelijk van de sfeer zou ik ter plekke kiezen welke. Het einde van het liedje was dat ik ze allemaal voorlas. Ik weet niet helemaal zeker of dat kwam omdat het publiek dat graag wilde, of omdat ik zelf niet kon stoppen.


Pagina 33 van 51


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
MEER INFO VIA octaviewolters.nl/webshop

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering