/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Pimmetje (12-09-2018)

Er zat een duif op het schoolplein, een troepje kinderen stond er opgewonden omheen.
'Hij kan niet vliegen!'
Ik bekeek het beestje, een tortel. Een lamme vleugel had hij. Zenuwachtig rende hij rondjes door de zandbak. 
Van alle dieren ben ik het gekst op vogels. Ik weet niet goed waarom. Door de veren misschien, of de oogjes, of het feit dat ze weg kunnen vliegen.
Vroeger had ik een tamme eend, die kon niet zwemmen. Hij sliep soms bij me in bed. Eenden hebben een warme snavel, er is weinig zo aangenaam als de snavel van een eend in je nek voelen tijdens het wakker worden. Ontelbaar kippenkuikens heb ik grootgetrokken, en duivenjongen. Ooit was ik een duivenjong kwijt waar ik weken lang elke nacht mee in de weer was geweest, hij was uitgevlogen en niet teruggekomen. Toen vond ik hem, liggend naast de heg, twee gaatjes in zijn rug, dood. Gepakt door een sperwer die zijn prooi kwijt was geraakt. Het was een vredig gezicht, maar wel een beetje zonde van al mijn werk.
De bel ging, de kinderen renden naar hun juffen en gingen in de rij staan. Ik greep de duif  en zette hem in mijn fietsmandje. Toen ik over het spoor fietste hupte hij even omhoog en keek me verwijtend aan.
De eerste uren zijn kirtiek, als zo'n beest niet wil eten is het einde verhaal. Maar Pimmetje at. Hij sliep in een kartonnen doosje naast de hond en soms wandelde hij even door de kamer.
Inmiddels zijn we een paar dagen verder, de vleugel is genezen, soms vliegt hij een kort stukje. Zijn favoriete plekje is bovenop de televisie.
Nog even.
Dan zet ik hem weer buiten. 


Cyanotypie, het is de liefde (23-08-2018)

Bij cyanotypie gebruik je papier dat lichtgevoelig is gemaakt door de combinatie van ammoniumijzercitraat en kaliumhexacyanoferraat. Deze twee stoffen reageren op elkaar onder invloed van een lichtbron: ze vormen dan een diep donkerblauw, cyaanblauw. Je legt iets op het papier en stelt het bloot aan de zon, zo ontstaat een afdruk. Daarna was je de chemicaliën weg met water en zo blijft de tekening (of eigenlijk: foto) achter. Cyanotypie is de eerste vorm van fotografie, het werd ontdekt in 1842.
Ik maakte een pentekening met fineliner op een glasplaatje, dat plaatste ik over het lichtgevoelige vel. Na blootstelling aan de zon ontstond de afbeelding.
(Het doet me denken aan de liefde. Twee stofjes die op elkaar reageren als ze bij elkaar komen, en dan een kleur vormen die meer is dan toen ze alleen waren.)


Wandelberichten 5 (21-08-2018)

Ik ben licht obsessief van aard. (Ik twijfelde erg hoe ik deze zin in moest gaan kleden zodat het allemaal niet zo erg leek, of zelfs grappig, maar toen dacht ik: ik gooi hem er gewoon als eerste in, dan weten ze het maar vast.)
Licht obsessief zijn komt handig van pas bij bepaalde zaken, bijvoorbeeld bij schrijven. Bij bepaalde zaken ook niet, zoals, nou ja, bij schrijven. Maar dat is een ander verhaal.
Een tijdje geleden schreef ik over de kleine rivier die vlak bij mijn woonplaats uitmondt in de Maas. Toen ik er laatst stond, leunend over de reling van het bruggetje, realiseerde ik me dat waar een einde is, ook een begin moet zijn. Op internet vond ik dat de rivier 46 kilometer lang is en ergens in Duitsland ontspringt. Nog fascinerender dan riviermondingen vind ik rivierbronnen. Daar waar het water uit de aarde omhoog welt en het begin vormt van een lange stroom, mijn fantasie werkt daarvan op volle toeren.
Ik sprong in de auto en reed Duitsland in, naar de regio waar de bron ongeveer moest liggen. Het is een mooi natuurgebied, niet heel ver over de grens. Donkere bossen, dunbevolkt, velden, gehuchtjes waar de politie nog op varkens rijdt. Bij een wat slordig kasteeltje stapte ik uit, keek naar het dichte bos dat me omringde, hier moest het ergens zijn.
Ik zocht lang, liep een poos langs een kleine stroom, maar vond geen bron. Wél vond ik tot mijn grote vreugde kroosjesbomen, een oeroude pruimensoort die in Europa zelden nog in het wild gezien wordt. Helaas waren de pruimen nog niet rijp, en enigszins teleurgesteld ging ik terug naar huis. Daar wachtte ik twee weken ongeduldig, en reed toen de tweede keer Duitsland in. Weer kamde ik de bossen uit, weer vond ik de bron niet, en ook de pruimen waren nog steeds niet paars.
'Dit keer kom ik niet naar huis voor ik hem gevonden heb,' zei ik gisteren bezwerend tegen mijn huisgenoten.
Ze keken me wat zorgelijk aan.
En voor de derde keer liep ik langs het kasteel, door het bos. Het duurde lang en na een tijdje wilde ik het opgeven. Als allerlaatste poging sloeg ik een pad in waarvan ik dacht dat het volledig uit de richting lag. Er stond een bankje, een Duits echtpaar zat er uit te rusten. Ten einde raad vroeg hen of zij misschien wisten waar de bron ergens moest zijn.
'Also, hier,' zeiden ze vriendelijk, en ze wezen naast zich, naar een kei die in de grond geplant was, waarachter een kleine afgrond was, met een moeras. Er had zich een bekken gevormd met helder water.
Der Zufall is die in Schleier gehüllte Notwendigkeit.
'Hoera!' riep ik.
Toen ik tevreden terugliep door het bos waren de pruimen rijp. Ik plukte een handvol, ze waren smerig, maar thuis zou ik ze poten.
Volgend voorjaar heb ik mijn eigen kroosjesboom.
Ik ben er nog niet helemaal over uit of de inspanning opweegt tegen de opbrengst, maar misschien maakt dat ook niet uit.


De wijnboer / Le vigneron (15-08-2018)

Een aantal jaar geleden deed mijn vader wat hij altijd al wilde: een wijngaard aanplanten. Afgelopen weekend oogstten we de allereerste druiven ooit in de familiewijngaard, de Solaris.
Ik tekende hem, mijn vader, die ik in deze jaren één heb zien worden met de grond, het gewas, het schoffelen en snoeien, de kennis. En is geworden wat hij altijd al was: wijnboer. Vigneron.


Wandelberichten 4 (29-07-2018)

Ze had wit haar toen ze geboren werd, mijn jongste dochter. Ik heb daar lang verwonderd naar liggen kijken voordat ik het geloofde, zo'n spierwitte baby. Maar dat is lang geleden, en vandaag liep ik met haar langs de pasgemaaide korenvelden tussen Asselt en Beesel.
'Mijn haar heeft dezelfde kleur als het stro,' zei ze, wijzend op de stoppels.
En dat was zo. De kleur van goudgeel koren. Alleen aan de randjes bij haar voorhoofd zie je nog het wit van acht jaar geleden.
Zo gaat dat dus.
We liepen langs de Maas op. Op de meeste plekken kun je het water niet zien, er staan dichte struiken voor, maar je ruikt het wel, en je voelt dat de wind die vanuit het Westen waait frisser is. Ik loop hier zelden, ook al is het prachtig, de graan- en maisvelden, het stoffige pad, maar ik heb een hekel aan de Duitsers die hier de inhammetjes weten te vinden, stiekem vuurtjes komen stoken aan de oevers en al hun troep achterlaten. Maar nu waren er geen Duitsers, we zagen alleen een modderige boer die met zijn sproeiinstallatie stond te knoeien.
Bij het bruggetje over de Swalm keken we hoe het water uit de kleine rivier de Maas instroomde, ik heb een fascinatie voor riviermondingen. Het einde van een stroom, hoe het water van de een opgaat in de ander, ik kan daar heel lang over nadenken. Nog een stukje liepen we door, even verderop bij de dode Maasarm zat een ganzenfamilie. De ouders dreven op het water, een schuin oog op ons gericht, de ganzenkuikens stonden op het drooggevallen eilandje. Af en toe snaterden ze wat, het geluid klonk hol hier in de luwte, het stille water omzoomd door het hoge bos.
'Is het nog ver?' vroeg mijn dochter.
Ik keek de akkers over, ongemerkt hadden we verder gelopen dan ik dacht, het was warm.
'We kunnen proberen of we op blote voeten de Swalm over kunnen steken, dan snijden we een stuk af,' zei ik, en ik liep naar de waterkant.
Maar het riviertje was hier diep, de oever van zuigende blubber. Normaalgesproken ligt ze altijd als eerste in welk water dan ook, maar nu keek ze me bedenkelijk aan.
'Toch maar niet,' zei ze.
Ik schudde mijn hoofd. Toch maar niet.
Zwijgend liepen we terug, zij een eindje achter me, zoals ze graag loopt, altijd achteraan, haar ogen peinzend naar de grond gericht, een hand om het zakmes dat om haar nek bungelt.
Net voor we weer in Asselt kwamen, liepen we opnieuw langs het pasgemaaide korenveld waar ze me had gewezen op de stoppels. Het waaide ineens, ze deed haar armen wijd en ging op haar rug in het veld liggen. Haar haren gingen over in het stro.
Ik moest aan een sprookje denken, al wist ik niet precies welk.


Pagina 32 van 45


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS GESLOTEN
MEER INFO VIA octaviewolters.nl/webshop

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering