/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Het omgekeerde van een spook (03-06-2019)

Ik zat bij het haventje, daar staat op de smalle landtong een grote houten tafel met uitzicht op het water. Het was nog vroeg maar wel al warm, strakblauwe lucht, de boten klotsten tegen de steiger, hier en daar werden de mensen wakker.
Een vrouw stapte wat moeizaam van boord, wandelde op slippers door het gras en schoof bij me aan, een asbak in haar ene hand, een sigaret in haar andere. Ze was Duitse maar ze deed haar best om Nederlands tegen me te praten, ze kwam hier al meer dan 45 jaar, haar zoon had vroeger ook zeilles gehad in een optimistje, net als mijn dochters nu.
Ik hoefde weinig terug te zeggen, ze praatte kabbelend door, ondertussen keek ze uit over de plas waar het beginnersgroepje van mijn jongste net de eerste les had, een beetje dobberen in de badkuipjes.
Vorige week was ik in Düsseldorf, bij K21, het museum voor hedendaagse kunst niet ver van de Rheinturm. In de kelder was een expositie van Ai Weiwei, waaronder een deel van zijn werk over de vluchtelingencrisis. Naast een reusachtige vluchtelingenboot gemaakt van dunne, houten stokjes lag een reddingsboei van marmer.
Zo'n beeld is eenvoudig en helder, ik vroeg me af of het niet te voor de hand liggend was.
In een andere ruimte was werk te zien van Ed Atkins. Het was een beetje een vreemde tentoonstelling vond ik, panelen met teksten vooral, die soms weinig met elkaar te maken leken te hebben. Eén citaat las ik wel drie keer.
"A pregnant woman described how the little frock hanging in readiness for her as yet unborn child seemed like 'a ghost in reverse'."
Een jurkje dat klaarhangt voor een ongeboren kind, het omgekeerde van een spook.
Dat is het, dacht ik. Dát is het. Maar ik wist niet zo goed wat het precies was wat ik las en waarom de zin daar stond en wat de kunstenaar nu van me wilde. Het beeld was het tegenovergestelde van eenvoudig en helder en het achtervolgde me de rest van de dag in al zijn geslotenheid.
Ook nu, zittend in de haven moest ik er weer aan denken. De Duitse kletste nog steeds, haar huid leek gelooid door de zon, ze moest flink op leeftijd zijn. Vaak als ik heel oude mensen zie vraag ik me af hoe ze het doen, het ouder worden. Mij bekruipt vaak een angst dat ik dat helemaal niet kan, dan kijk ik naar de toekomst waar ineens een dood in is verschenen, die was er een paar jaar geleden helemaal nog niet. En dan weet ik niet zeker of ik daar wel zo goed in ben, in een leven met een dood erin. Ook nu hangt er iets te wachten, geen jurkje maar iets anders, niet het omgekeerde van een spook, maar, ja wat?
Mijn jongste meerde aan, rende de steiger over, witblonde haren onder haar petje. Ik knuffelde haar, het jonge lijf zo vol van leven tegen me aan, de oude vrouw glimlachte. Plotseling vond ik alles onbegrijpelijk. Alsof er een geheim was dat ik maar niet kon snappen.


Wandelberichten 10 (27-05-2019)

In de zomermaanden wandel ik het liefst in de avond, zo tegen een uur of zeven, acht, als de zon heel langzaam wegtrekt achter de bosrand. Dan is het hele land bezig met andere dingen, kinderen in bed leggen, televisieprogramma's kijken, en dan lijkt het alsof ik even helemaal alleen ben. Ik hou ervan als de randjes van het gras goud worden in het licht, en het water van de vennen zo diepblauw is, een kraaiende fazanthaan op de achtergrond.
Het is de beste tijd om na te denken. Over vrijdagavond bijvoorbeeld, in de kroeg kwam ik een oude kennis tegen, ik vroeg hoe het ging.
'Ik ben tevreden,' zei hij. 
'Dat is rekbaar,' antwoordde ik.
'Precies.'
We dronken een biertje, kletsten wat.
'En hoe gaat het met jou?' vroeg hij toen.
Ik moest daar even over nadenken. De afgelopen maanden waren niet altijd zo fijn en ik vraag me soms af of het nu, op dit moment, wel fijn is, daar weet ik het antwoord nooit op. Over het heden valt vaak verbazingwekkend slecht een oordeel te vellen. Soms lijkt de emotie van de dag ongrijpbare fictie, het laat me verlangen naar het verstrijken van de tijd, alsof ik over een poosje kan terugkijken op deze dag en dan pas kan zien hoe het in werkelijkheid met me ging. 
'Ik ben tevreden,' zei ik.
De oude kennis glimlachte.
Ik hou ervan als de kivieten om mijn hoofd scheren, ik hou ervan als de hond een eekhoorntje de boom in jaagt, van het fluitenkruid dat in grote, witte wolken langs de slootkant staat. Ik hou van jonge maisplantjes op de akkers, van groen, soepel graan dat als een trage massa beweegt in de wind en mijn gedachten absorbeert als een matras.
Misschien is dat wat echt is, meer niet.


Een boot genaamd Sjra (18-05-2019)

Soms lijkt een gebeurtenis iets te eisen. Een betekenis, of een handeling. Ik weet dan nooit of dat echt zo is, en stel dat het zo zou zijn, wat ik dan precies moet doen.
Er moest een boot komen voor de zeilende dochter, een tweemanssloepje. Zoals dat gaat in Limburg, je laat een keer nonchalant vallen dat je iets zoekt en dan gaan er onzichtbare tandwielen in werking. Drie weken later krijg je een telefoontje dat er een bootje ergens ligt, de eigenaar hoeft er niks voor te hebben, als dat kind maar kan zeilen, dat is toch sjoon, kom maar halen.
Zo liepen we zaterdagmiddag het erf van een afgelegen boerderij over en daar stond in het hoge gras een mooie Flying Junior. 
'Hij heet Sjra,' zei de zeilinstructeur die mee was, 'maar die letters kunnen eraf hoor. Je mag hem noemen hoe je wil.'
Ik vond Sjra de geweldigste naam die een boot kon hebben. 
Niks ervan,' zei ik.
We hingen Sjra achter de wagen en reden naar ons haventje, daar lag de mast al, alleen de zeilen waren even kwijt.
'Die regel ik nog,' zei de instructeur. 'Komt goed.'
De hele middag poetsten en waxten we, zelden zag ik de puber zo ijverig in de weer met een sponsje en een emmer sop. Aan het einde van de dag keken we tevreden naar een glimmende Sjra die al verlangend uitkeek over het water van de Maasplas.
Telefoon.
'De zeilen zijn toch echt kwijt,' zei de instructeur. 'Maar ik weet iemand die nog wat heeft liggen. Je kunt ze meteen komen halen.'
Terwijl ik het opgegeven adres intypte in mijn navigatie reed ik naar de andere kant van de stad, een wijk waar ik nog nooit geweest was.
De man die opendeed was vriendelijk, achter hem aan liep ik de woonkamer in, de zeilen lagen op een stoel. Naast de stoel stond een opengeklapte laptop.
'Verrek,' zei ik. 
'Wat is er?' vroeg hij verbaasd.
Ik keek naar de screensaver die het beeld helemaal vulde.
Het was een handgeschreven citaat van mezelf.
'Dat heb ik geschreven,' zei ik.
'Dat meen je niet. Ik heb hem als openingsscherm op al mijn apparaten staan.'
Daarna waren we even stil. 
'De zin inspireert me iedere dag,' zei de man.
'Goh,' zei ik.
Toen pakte ik de zeilen, bedankte hem en liep naar de auto.


Goede wijn (13-05-2019)

Ooit, lang geleden, is er een voorvader geweest die zich vestigde in het kleine dorp aan de rivier waar ik opgegroeid ben. In mijn stamboom vond ik, heel ver terug, de naam van een Guillaume, hij moet het geweest zijn die zich vanuit Frankrijk settelde in het smalle, omlaaglopende straatje naar het rivierdal, onder het gelui van de klokken van de oude kerk.
Mijn familie is honkvast, al generaties lang wonen we op dezelfde plek, op de grond die door de tijd overging van ouder op kind op kind en die uiteindelijk het land werd waarop ik mijn jeugd doorbracht. Ik herinner me nog het opwaaiende stof op hete zomerdagen, als ik op mijn sandalen door het veld liep, en dat ik toen al wist: dit hoort bij mij.
In 2016 plantte mijn vader een wijngaard aan op deze grond. Pinot Blanc, Auxerrois, Solaris en Rondo. Het Franse bloed kruipt waar het niet gaan kan. Het duurt een aantal jaren voordat je voor het eerst opbrengst hebt van een wijnstok, tot die tijd is het wachten, werken en geduld hebben. Al in het eerste jaar vraten reeën een deel van het opkomende loof af, maar het kwam goed. Vorig jaar oogstten we met de hele familie, de kleinkinderen knipten met hun snoeischaar de druiventrossen alsof ze nooit iets anders gedaan hadden. Afgelopen weekend dronken we voor het eerst de gebottelde wijn, staand op het snijvlak tussen verleden en toekomst, op het land dat ons allemaal in het bloed zit.


De Kommunist (05-05-2019)

We gingen naar Berlijn. Dat was op aandringen van de oudste dochter, veertien is ze, die een fascinatie voor het communisme heeft opgevat. We noemen haar daarom ook wel De Kommunist, en De Kommunist verweet ons dat we haar niet steunden in haar drang om de wereld te ontdekken, naar de oude DDR moest ze, om te zien waarover ze gelezen had, en de films die ze gezien had, en we waren trouwens hele slechte ouders dat we dat allemaal niet begrepen.
Dat lieten mijn echtgenoot en ik ons natuurlijk niet zeggen en zo reden we op een zonnige dinsdagochtend over de Kurfürstendamm de stad binnen.
'Je bent al een keer eerder hier geweest,' zei ik, terwijl ik keek naar de hoge hotels en de restaurantjes aan weerszijden van de straat.
Ze trok haar wenkbrauwen op.
Ik vertelde over vroeger, toen ik vaker in Berlijn kwam. De laatste keer was toen ik net zwanger van haar was en hondsmisselijk, ik had midden op de Kurfürstendamm staan kotsen, in een perkje bij een boom. Bratkartoffeln, die had ik namelijk net gegeten.
'Toen was ik er toch nog helemaal niet,' mopperde ze.
'Dat is maar net hoe je het bekijkt,' zei ik.
We parkeerden de auto en liepen de Friedrichstrasse in, daar plantten De Kommunist neer op Checkpoint Charlie. Met één been in West en één been in Oost. Ze las het bord met onder de Amerikaanse tekst de zin in Russische tekens.
You are leaving the American sector.
'En? vroeg ik. 'Voel je het communisme in de lucht hangen?'
Ik geloof dat het een beetje tegenviel, de schreeuwerige tourist-trap, maar dat kon ze natuurlijk niet zeggen.
We gingen naar het Mauermuseum, wandelden door Kreuzberg, aten een stuk taart en zaten een poosje in een parkje. 
'Wat vind je zo interessant aan het communisme?' vroeg ik.
Ze dacht even na.
'Het is zo anders dan wat wij hebben. Het is jammer dat het voor geen meter werkt, maar de ideologie is echt heel goed bedacht.'
Dat begreep ik wel. 
De rest van de week brachten we door in de minder toeristische gedeelten van de stad. We picknickten in De Botanischer Garten, vierden 1 mei op een gemoedelijk festivalletje, dronken biertjes in de Biergarten en wandelden over Tempelhof.
Op de laatste avond aten we wat met oude vrienden en na afloop liep ik alleen met haar terug naar het hotel. Het was donker aan het worden, de lampjes op een terras sprongen aan, een verlichte etalage in een boekwinkel. Ik bedacht dat de ontdekking van een ander politiek systeem mijn dochter over de grenzen had laten kijken van wat ze kende. 
'Lopen we gewoon samen door Berlijn, Genosse,' zei ik, ik stootte haar even aan en keek naar haar op, vijf centimeter groter dan ik.
Ze knikte en lachte even naar me.
Ineens voelde ik dat ik misschien niet heel veel langer kan voldoen aan wat ze zoekt, haar ogen gericht op iets dat voorbij mij ligt. Er heeft zich een honger in haar geopend, ze is nog lang niet klaar.
Dat is hoe het dus gaat.


Pagina 31 van 51


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
MEER INFO VIA octaviewolters.nl/webshop

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering