/Verhalen/
/Webshop/
/Dossier Voorland/
/Vlogs/
/Faq/
/Contact/
/Account/
/Winkelmandje/

Verlichtende triestheid (22-11-2016)

Soms drukt het van binnenuit, als een ballon die zichzelf opblaast. Ik weet niet precies waar; bij mijn keel, of toch meer in mijn hoofd, of in mijn longen. Het duwt alles aan de kant en ik krijg steeds minder ruimte voor, ja, voor wat eigenlijk? 
Voor mezelf misschien.
Vorige week vroeg een interviewer of ik een triest persoon ben, omdat ik zo'n triest boek heb geschreven. Ik wist zo snel het antwoord niet, een zaal vol mensen die me verwachtingsvol aankeken. Ik weet niet hoe het is om een ander persoon te zijn, ik weet niet hoe triest andere mensen zijn.
'Ja. Misschien ben ik wel triester dan andere mensen,' antwoordde ik.
Maar later bedacht ik dat dat natuurlijk niet zo is. Ik ben niet triester, donkerder of zwarter dan anderen, ik ben er misschien alleen minder bang voor, voor de duisternis in mij. 
De zwartheid is een ballon die soms alles aan de kant drukt, die me opvult van binnenuit, bezit van me neemt. Het laat me me wanhopig voelen en me naar adem happen. Tot dat ene moment. Dan zeg ik stop en dan verschrompelt het donker. De duisternis is dan kracht geworden.
'Ga je ooit een grappig boek schrijven?' vroeg de interviewer nog.
Nee.
In de triestheid schuilt het vuur, roodgloeiend en warm. 
Triestheid verlicht meer dan het lichtste geluk.


Het gevaar van het retrospectief (14-11-2016)

Toen ik nog illustrator was, tekende ik met heel veel plezier. Maar achteraf kan ik zeggen dat ik nooit de ultieme bevrediging voelde, het leek alsof ik altijd zocht naar iets diepers, naar het verhaal achter het plaatje. Ik wilde meer vertellen dan ik in een beeld kon uitdrukken.
Dat wist ik toen niet, dat weet ik nu.
Het bestaan van een retrospectief is een beetje gevaarlijk, als een fata morgana in een droge woestijn. Het geeft de schijn van een keuze, alsof er een parallelle werkelijkheid is, een levenslijn die evenwijdig met de jouwe loopt en waarnaar je eenvoudig kunt overstappen.
Maar. Je leeft het leven dat je leidt en het is wat het is.
Soms denk ik wel eens: misschien zou ik gelukkiger zijn, of in ieder geval anders, in een ander leven. Dan stel ik me de parallelle werkelijkheid voor die ik in mijn hoofd gebouwd heb op de fundamenten van mijn eigen historie. Waarin ik een andere ik ben en waarin ik andere dingen doe.
Maar er is geen parallel leven, er is geen andere ik en er zijn geen andere dingen om te doen.
Er is alleen dit, en het nu.


De vriendengroep (13-11-2016)

Eens in de zoveel tijd zie ik het op Facebook voorbij komen, het bericht over een vriendengroep die een huis heeft gebouwd om samen oud te worden. Er staat een foto bij van een groot huis op een eenzame heuvel, buiten schemert het en binnen zijn de lampen aan, een warme, gele gloed straalt door de ramen. Het krijgt veel likes, blijkbaar vinden de mensen het een mooi idee.
Ik heb er eens over nagedacht; over dat huis, de vriendengroep en de verhouding tussen het beeld en de werkelijkheid. De foto verbeeldt het idyllische idee: samen met je beste vrienden in één huis, ver weg van alles. Je kookt samen, eet samen, leeft samen, kortom; je hoeft nooit eenzaam te zijn. 
Maar hoe zou de werkelijkheid kunnen zijn? Laten we eens beginnen met de schemerige heuvel. Die ligt twintig kilometer van het dichtstbijzijnde dorp, er is geen WIFI en 's nachts lig je wakker van het  geschreeuw van uilen. Dan de vrienden. Na een rooskleurige eerste maand weten drie vrienden zich iedere week weer arglistig aan hun corveetaken te onttrekken, eentje -niemand weet wie- druppelt telkens langs de WC en de veganistische helft van het gezelschap drijft de niet-veganistische helft tot wanhoop. Met hun taugé. En dan heb je nog Piet, en Piet kan niet met zijn handen van de vrouwen uit het huis afblijven. Dat was grappig toen jullie nog niet samenwoonden, maar zo op elkaars rimpelige lip wordt het gênant.
Wat utopisch begon, eindigt in een onderhuidse vete en stille kift.
Het gele licht dat uit de ramen gloeit is helemaal niet warm, maar staat bol van de onuitgesproken ergernis.
Zes mensen hebben zichzelf inmiddels op de wachtlijst geplaatst voor het verzorgingstehuis in het dorp, nog liever eenzaam en in een natte luier sterven in het knekelhuis dan nog langer met Piet door één deur moeten.
Maar goed.
Ik kan het mis hebben natuurlijk.
Misschien is het gewoon écht heel gezellig.


Gele orgaantjes (09-09-2016)

Het jongetje dat voor me fietste had opgeschoren haren en was mallorcabruin. Hij droeg, ondanks de grijze ochtend, een shirtje zonder mouwen. Op het shirtje stond een tafereel afgebeeld; ontelbare minions (mimions, zegt mijn jongste altijd, met licht afgrijzen, ze is als de dood voor mimions) die op een helderwit strand lagen, daarachter de zee, van een ongeloofwaardig azuurblauw.
Er zat een diepte in de afbeelding, en het zal vast ook de synthetische glans in het shirt zijn geweest, waardoor ik heel even dacht dat het strand diep in de jongen doorliep, en de minions in hem zaten, als een soort gele orgaantjes, een wonderlijke trompe l'oeil.
Toen mijn ogen zich weer scherp hadden gesteld en het bij nader inzien toch een gewoon tweedimensionaal kledingstuk bleek te zijn, voelde ik me een beetje gek. Zoals ik me ook wel eens gek kan voelen als ik een grappig verhaal sta te vertellen maar dat er dan niemand lacht. Of als ik een gesprek met de hond voer en dat er dan iemand achter me blijkt te staan die alles gehoord heeft.
Zo'n treurig alleen-op-de-wereld-gek. 
Ik wil in zo'n gevallen altijd roepen dat ik niet raar ben. Dat dat shirt echt vertekende, dat mijn verhaal wél grappig was en dat ik echt niet de enige ben die met de hond praat. Maar dat is alleen maar een wild overschreeuwen van een diepe, schaamtevolle angst. De angst dat ik wel gek ben. 


Maandagochtend in de stad (21-06-2016)

Ik hou van steden in de ochtend, liefst maandagochtenden. Soms fiets ik heel vroeg door mijn eigen stad, op weg naar iets, een afspraak, iemand, langs het plein, waar ze de terrassen nog opbouwen, etalageruiten worden gewassen, het is nog stil. Er zijn nog geen winkelende mensen, nog geen toeristen. Een stoepje wordt geschrobd, in een portiekje rookt een gapende jongen een sigaret. De mensen die er lopen haasten zich, ze moeten naar hun werk. Een tas onder de arm, snel tikkende hakken op de kinderkopjes. Het geeft me het gevoel dat ik erbij hoor, dat ik er onderdeel van ben.
Vorige week was ik op een vroege maandagmorgen  in Amsterdam. De mensenstroom was nog niet op gang gekomen, hier en daar liep een enkele Italiaan met rolkoffertje en glimmende jas, maar de straten waren vrij. In mijn tas zat mijn manuscript, ik had een overleg, en heel even leek het alsof Amsterdam ook een beetje van mij was. Ik hoorde bij de mannen van de gemeente die de straat schoonmaakten, bij de trambestuurder, bij de restauranteigenaar die het zonnescherm alvast naar beneden liet.
Op vroege ochtenden is de stad voor hen die er moeten zijn, die een doel hebben. Voordat ze ten ondergaan in de massa van de rondkijkers en de schuifelaars, de vrijblijvenden. Die straks weer vertrekken, hun buiken vol, hun tassen vol, die de stad hebben geconsumeerd en verteerd, maar die niets hebben achtergelaten.


Pagina 31 van 34


Schrijver, beeldend kunstenaar. Lino- en houtsnede, illustratie.

VOORLAND (Ambo|Anthos, 2016)
SLOT (Gloude, 2020)
Verwacht: HET LIED VAN DE SPREEUW (Ploegsma, 2021)
Verwacht: DIT IS GEEN TEKENCURSUS (Gloude, 2021)

Published author and linocut printmaker from The Netherlands.

//Vragen? Je kunt me mailen op octaviewolters@gmail.com//

DE WEBSHOP IS OPEN
Je kunt mijn werk bestellen via octaviewolters.nl/webshop
Veel plezier!

www.twitter.com/octaview
www.facebook.com/octaviewolters

© Alle content, in woord, beeld en concept is van Octavie Wolters.
Algemene voorwaarden     Verzenden en levering